Kijk een zwarte, roepen de Slowaken

Bratislava wil christelijke migranten, islamitische asielzoekers houden hoop

Slowaken demonstreren tegen de komst van asielzoekers in hun land eerder deze zomer in Bratislava. Foto Andrej Klizan/Xinhua

Hamid Zemiri zat te surfen op internet toen hij het nieuws zag. „Mijn hart brak”, zegt hij in zijn karig ingerichte flat in Petrzalka, een stadsdeel vol felkleurige communistische woonblokken in Bratislava. Welk nieuws? Slowakije, het land dat de 31-jarige Afghaanse vluchteling en zijn gezin omschrijven als hun ‘tweede moederland’, wil liever geen mensen zoals zij.

Eerder toonde de EU-lidstaat met 5,5 miljoen inwoners zich slechts bereid om tweehonderd vluchtelingen op te nemen op een totaal van 60.000 die Brussel wil herverdelen over de EU. De regering voegt daar nu nog een bedenking aan toe: Slowakije wil het liefst christenen.

Zo is het een van de meest uitgesproken leden van een groep Oost-Europese landen met een gemeenschappelijke overtuiging: liever zo weinig mogelijk vluchtelingen. En als het dan toch moet: laat het dan om christenen in plaats van moslims gaan.

Samen speelden deze landen een belangrijke rol in het torpederen van het voorstel van de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, om vluchtelingen te herverdelen volgens verplichte quota. De Poolse regering zegde vervolgens toe vrijwillig tweeduizend mensen op te nemen, ongeacht hun religie, maar beklemtoonde in eigen land vooral de komst van Syrische christenen. Ook Milos Zeman, president van Tsjechië, waar slechts 21 procent van de bevolking zichzelf als gelovig ziet, sprak zijn voorkeur uit voor christenen. En de Hongaarse premier Viktor Orbán, die voortdurend hamert op het christelijke karakter van zijn land, verklaarde: „We willen geen minderheden van beduidende omvang met verschillende culturele kenmerken en achtergronden in ons midden.”

Een woordvoerder van het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken legde het vorige week zo uit: „We willen mensen kiezen die echt een nieuw leven willen beginnen in Slowakije.” Voor moslims zou dat moeilijk liggen: „In Slowakije hebben we een bijzonder kleine moslimgemeenschap.”

Bordenwasser

Dit land was inderdaad niet hun eerste keus, geeft Hamid toe. Mensensmokkelaars gooiden hen er gewoon midden in de bergen uit, met de boodschap: ‘Daar is Europa.’ Makkelijk was het vervolg niet. „Toen we uit het vluchtelingencentrum vertrokken, vertelden ze ons dat alles klaar was en we een flat zouden krijgen in Bratislava. Toen we hier aankwamen, bleek er niets te zijn.”

De overheid doet heel weinig om vluchtelingen bij te staan, zegt Tomas Bauer, directeur van ngo Marginal. „Zowat alles verloopt via organisaties als die van ons, en zo veel mogelijk met Europese fondsen.”

Recentelijk is er een onaangename sfeer bovenop gekomen. Onder de vluchtelingen bevindt zich een „golf van mensen die niet komen voor werk of een beter leven, maar om terrorisme te verspreiden”, waarschuwde premier Robert Fico in mei. Hamid begrijpt het niet. Hij moest juist vluchten uit zijn thuisstad Ghazni, omdat hij tolk was voor het Amerikaanse leger. En hoezo, niet werken? Na lang zoeken heeft hij een baan als bordenwasser in een Turks restaurant gevonden. Omdat uitkeringen dreigen weg te vallen, gaat ook zijn vrouw op zoek naar een baan. „In Afghanistan had ik bezit en verdiende ik 1.100 euro per maand. Hier kun je 3 euro per uur verdienen en in november wordt onze toelage afgesneden.”

Met de golf vluchtelingen valt het ook mee. Zo’n honderd mensen dienden dit jaar een asielaanvraag in. Slechts achthonderd erkende vluchtelingen verblijven al in Slowakije.

Vuile blik

Fico lijkt dezelfde strategie te hanteren als zijn Hongaarse collega Orbán. Die vijzelde zijn populariteit op met een harde campagne tegen het grote aantal vluchtelingen dat via de grens met Servië grens probeert Hongarije te bereiken.

„We zijn bang geworden door de dagelijkse negatieve berichten over vluchtelingen”, zegt de Somalische Liban Abdi (26) in zijn flat in Trnava, een provinciestadje ten noordoosten van hoofdstad Bratislava. Zijn vader en zijn zeven kinderen, allen moslim, zijn hier al acht jaar. De jongsten spreken perfect Slowaaks, compleet met lokaal accent. „Ik ben eraan gewend dat mensen op straat naar me wijzen en tegen elkaar zeggen: kijk, een zwarte!” Nu is de sfeer omgeslagen, zegt Liban. „Ze kijken met een vuile blik naar migranten. Ik vind het lastig om het huis uit te gaan.”

In het zuidwestelijke plaatsje Gabcikovo brak protest uit tegen een akkoord om tijdelijk vijfhonderd vluchtelingen te herbergen die asiel zoeken in buurland Oostenrijk, waar de opvangscapaciteit verzadigd is.

In juni liep een anti-immigratiemars in Bratislava uit de hand: auto’s gingen in vlammen op, demonstranten vielen toeschouwers aan.

„Mensen zijn hier bang voor terroristen”, zegt Abdirahman, de 24-jarige broer van Liban, „maar ze weten niet wat dit betekent.”

Abdirahman, tolk voor de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR neemt het probleem luchthartig op: „Veel Slowaken zijn eenvoudig. Wij voelen ons soms meer ontwikkeld dan zij. En ze hebben geen ervaring met buitenlanders: wij zijn de voltallige vluchtelingengemeenschap hier.” Hij wijst naar zijn vader, broer en Jafar, de Iraakse vriend van de familie. „Door vredig te leven laten we zien dat je mensen niet moet beoordelen op hun uiterlijk.”

Klein Rome

Bij een wandeling door het stadscentrum wijst de Somalische moslim vrolijk het ene na het andere kerkgebouw aan. „Prachtig, vind je niet? We hebben hier zoveel kerken dat ze Trnava klein Rome noemen.” Hij staat erop de trots van de stad te laten zien: het gloednieuwe voetbalstadion van Spartak Trnava. Gaat hij wel eens naar een wedstrijd? „Ha ha, nee. Dan zou ik op de loop moeten voor de hooligans.” Maar dat zal nog wel veranderen, gelooft hij.

De opgelaaide xenofobie waait hopelijk over. Dan kan zijn familie haar droom waarmaken: de Slowaakse nationaliteit verwerven en een eigen zaak beginnen. „We denken aan een Somalisch restaurant. We willen blijven. Slowakije is Nederland niet, maar het zal steeds beter worden.”