In één klap je flat van 8,5 ton aan diggelen

Ze zijn dakloos door de explosies in de havenstad Tianjin. En ze zijn woedend op de overheid. De mondigheid van de middenklasse is een groeiend probleem voor de Communistische Partij.

Vlakbij de rampplek in Tianjin staan flats. Geëvacueerde bewoners bewoners eisen actie van de overheid. Foto’s Wu Hong/EPA, Kim Kyung-hoon/Reuters

Het leek zo’n ideale, schone plek, deze nieuwe, uitgestrekte stad aan de Bohaizee met dure appartementengebouwen, brede, met bloemenperken gedecoreerde boulevards, parken en luxueuze winkelcentra. Wisten onderneemster Yan Hongmei (42) en de tienduizenden welgestelde Chinese middenklassers in deze voorstad van havenmetropool Tianjin dat zich dichtbij hun droomhuizen een opslagplaats voor gevaarlijke stoffen bevond?

„Natuurlijk wist niemand dat. Daarom demonstreren wij nu ook iedere dag. Wij eisen een verklaring, wij eisen schadevergoedingen en wij eisen dat ook de twee andere opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen ook werkelijk worden gesloten”, zegt mevrouw Yan met een flesje Perrier en de sleutels van haar donkerblauwe Range Rover in de ene hand, terwijl zij met de andere een spandoek vasthoudt.

Bijna twee weken na een van de grootste industriële rampen in China sinds 1978 demonstreren zij en medebewoners van licht tot zwaar beschadigde appartementencomplexen dagelijks bij het Marriott Hotel van Tianjin-Binhai. In de conferentiezaal van het vijfsterrenhotel proberen stads- en partijbestuurders de aanhoudende onrust over massale vissterfte, schuimend regenwater en de twee andere grote opslagplaatsen van chemicaliën te sussen.

Maar zolang de oorzaak van de ramp, die begon met een beheersbaar ogende brand, niet bekend is en de politie en brandweer rondlopen met gasmaskers en witte konijnen gebruikt als gifdetectoren, laten de zorgen zich niet beteugelen. „Kunnen wij deze bestuurders nog vertrouwen? Ik weet dat niet meer zeker”, zegt logistiek ondernemer Zhu Xingxin (55) met Chinees understatement.

Met BMW’s de overheid blokkeren

Demonstreren in China is verboden; kritiek uitoefenen op het bestuur is op zijn minst onverstandig, en zeker in het bijzijn van een buitenlandse journalist wordt dat snel gezien als China belasteren. Maar voor even wordt het beschaafde vertoon van burgerlijke ongehoorzaamheid van geschokte omwonenden getolereerd. Tenminste: als zij het wilde plan om met hun auto’s (BMW’s, Citroën DS 5’s en Buicks) een overheidskantoor te blokkeren laten varen. Politieagenten in burger en partijfunctionarissen van het propaganda-apparaat doen hinderlijke pogingen de gesprekken op de stoep van het Marriott Hotel te verstoren.

„Ik ben trots op China, maar hier gedraagt de overheid zich als een stoomwals die over ons heen dendert, alsof onze levens er niets toe doen”, snuift Zhu Xingxin even later in zijn prachtige appartement met uitzicht over een altijd groen park en, in de verte, de containerterminals en windenergieparken van een van de vijf grootste havens ter wereld. Alle ramen en deuren zijn weggeslagen, overal liggen scherven. Zijn vrouw ligt nog met snijwonden in een nieuw particulier ziekenhuis.

Drie jaar geleden telde hij de 850.000 euro voor een appartement van 256 vierkante meter neer omdat hij de drukte en smerige lucht van Beijing beu was. Ook hij had nooit eerder in zijn leven gedemonstreerd of geprotesteerd. „Ik ben bang dat ik dit appartement nooit meer kan verkopen”, mompelt hij. Maar dat is niet de hoofdzaak, voegt hij er haastig aan toe, ook niet voor Yan Hongmei.

„Ik probeer altijd een goede burger te zijn, ik hou van China maar ik hou ook van mijn huis en van mijn kind dat in een veilige, schone omgeving moet kunnen opgroeien. Ik heb nu ontdekt dat zelfs als je denkt dat je alles goed hebt gedaan en een beetje rijker bent geworden, je geen zekerheid hebt, nooit”, legt Yan Hongmei („Zeg maar Lucy”) uit.

Echt antwoord op de vraag of zij het vertrouwen in de Communistische Partij van China (CPC) heeft verloren, durft ze niet te geven. Maar Yan Hongmei knikt opvallend instemmend als een gepensioneerd echtpaar dat zich alleen met hun familienaam Wang voorstelt zegt dat „lokale overheidsfunctionarissen zich gedragen als de eerste de beste gangsters”.

Chinese droom aan duigen

Ook Yan Hongmei was vier jaar geleden Beijing ontvlucht om na een scheiding haar leven in Tianjin-Binhai, een architectonisch en planologisch prestigeproject van de nationale overheid, een nieuwe wending te geven. Met een 12-jarige dochter op een van de internationale, tweetalige scholen, het lidmaatschap van de Tianjin-Binhai Golf Club, schone lucht en een renderend handelsbedrijf leek haar versie van de Chinese droom werkelijkheid te zijn geworden. Tot 8/12, zoals de dag waarop de illegale opslagplaats van natriumcyanide van Ruihai Logistics explodeerde door de media wordt genoemd.

Demonstraties van verontruste middenklassers zijn een relatief nieuw fenomeen in China. Steeds vaker stuiten overheidsplannen voor de vestiging van fabrieken en spoorlijnen bij en door woonwijken op verzet, vaak eerst op Weibo, het Chinese Twitter, en vervolgens op straat.

Zorgen om de kwaliteit van het leven en de waarde van hun vaak dure koopappartementen of villa’s gaan hand in hand. En doorgaans leveren acties ook resultaat op, mits er niet wordt gesproken over politieke hervormingen. Riskante bedrijven worden gewoon verplaatst naar rurale gebieden.

De mondigheid van de middenklasse van rond de driehonderd miljoen mensen vormt voor de CPC een politiek probleem. Deze middenklassers vormen immers de ruggegraat van de economische ontwikkeling, hun stilzwijgende steun is een van de fundamenten waarop de partij rust. Mede door hun protesten is de afgelopen vijf jaar de milieuwetgeving aanzienlijk aangescherpt en gemoderniseerd.

Tegelijkertijd wordt de greep op internet stelselmatig uitgebreid en wordt de scherpste stemmen het zwijgen opgelegd: tienduizenden tweets en blogs over 8/12 zijn de afgelopen dagen gecensureerd. Het wachten is op de eerste aanhoudingen.

Terwijl de maatschappelijk gearriveerde bewoners van bijvoorbeeld Tianjin Central Park Residence demonstreren voor schadevergoedingen, vindt op de kazerne van de vijfde afdeling van het derde brandweerkorps weer een rouwceremonie plaats. Een kromgetrokken vrouw, ondersteund door een jong meisje op roze gympen, staat voor de fotogalerij met portretten van 71 omgekomen brandweerlieden. Allemaal jonge gezichten die ernstig in de camera kijken, sommigen van hen waren nog in training voor het bestrijden van branden in chemische opslagplaatsen. Ook de commandanten waren niet op de hoogte van de opslag van maar liefst 700 ton natriumcyanide en andere stoffen, waarvan de handel zeer lucratief is.

Moeder en dochtertje van brandweerman eerste klasse Cao Yin (23), uit een arm dorp in de provincie Hebei, maken drie buigingen bij zijn foto. Cao Yin en zijn collega’s zijn officieel tot held verklaard, hun families worden financieel gecompenseerd. De prijs voor hun leven ligt rond de 10.000 euro, afhankelijk van huwelijkse staat en rang. Stilletjes en lijkbleek verlaten oma en kleindochter de kazerne. Wat valt er nog te zeggen? Wie werkelijk ‘bitterheid eet’ in China, zwijgt meestal.