Gevaarlijk spel

Onbetrouwbare vertellers vormen in thrillers traditioneel een geliefd literair instrument, maar recent duiken ze wel erg vaak op. Hoe ze misleidende informatie doorspelen of cruciale informatie achterhouden, is soms irritant (De ijstweeling) en soms elegant (Het meisje in de trein). In Zwart krijt, het debuut van Christopher J. Yates, lijkt diens doel de meest onbetrouwbare verteller te scheppen die technisch haalbaar is. Dat levert een wonderlijk spel met de lezer op.

Zes studenten in Oxford vormen in 1990 een hechte vriendenclub. De Amerikaanse boerenzoon Chad, de doemdenkende dichteres Cassandra, de clown Jack, de nerd Mark, mijnwerkersdochter Emilia en hun extraverte leider Jolyon. In Zwart krijt zal deze groep bevangen raken door interne spanningen en tenslotte imploderen. Associaties met De verborgen geschiedenis liggen voor de hand, maar de belangrijkste splijtzwam binnen deze groep is anders dan bij Donna Tartt: een spel.

De zes ontwierpen het zelf. Het is een combinatie van een dobbelspel en een kaartspel en de verliezer van elke ronde moet een ‘consequentie’ uitvoeren: het over jezelf afroepen van een publieke vernedering.

Het begint onschuldig; tijdens een hoorcollege heel hard vragen of je mag poepen, op straat breakdancen terwijl je daar niets van kan, dat soort zaken. Maar doordat er veel geld is gemoeid met winnen en verliezen, worden de consequenties die de zes spelers voor elkaar verzinnen steeds afschuwelijker. De schimmige externe sponsoren van het spel, waarvan het bestaan alleen bij spelers en sponsoren bekend is, dwingen de spelers bovendien dóór te spelen. De sociale en fysieke escalaties beginnen ook voor de lezer ongemakkelijk te worden.