Erdogan speelt gevaarlijk spel

Wie dacht dat de Turkse president Erdogan zich zou neerleggen bij de nederlaag die de kiezers hem in juni bezorgden, rekende buiten zijn hardnekkige machtswil. Die is ongebroken. Zijn AK-partij raakte bij de parlementsverkiezingen van 7 juni haar absolute meerderheid kwijt, wat betekende dat de partij, die nog steeds de grootste is, een coalitie moest vormen om te regeren.

Maar het delen van macht past niet in de plannen van Erdogan. Hij had gehoopt met een absolute meerderheid de grondwet zo te kunnen veranderen dat de president meer macht krijgt. De kiezers staken daar een stokje voor. Maar nu roept Erdogan de Turken opnieuw naar de stembus, in de hoop dat hij op 1 november alsnog zijn absolute meerderheid krijgt.

De afgelopen maanden heeft Erdogans premier Davutoglu wel met andere partijen over een mogelijke coalitie onderhandeld, maar het heeft er alle schijn van dat hij niet werkelijk heeft geprobeerd om tot een akkoord te komen. Nu die besprekingen zijn mislukt, kan de verkiezingsuitslag van juni de prullenbak in.

Erdogan en zijn partij spelen een gevaarlijk spel. Het land kampt met grote binnen- en buitenlandse problemen, maar zal nu tot de nieuwe parlementsverkiezingen geregeerd moeten worden door een interim-regering. Ondertussen is Turkije verwikkeld in een complexe oorlog tegen Islamitische Staat in Syrië én tegen de Koerdische PKK in Irak. In eigen land is het vredesproces met de Koerden ter ziele en laait het geweld op. Turkije zal dit jaar naar verwachting 1,9 miljoen vluchtelingen moeten opvangen. En met de economie gaat het ook niet goed, met oplopende werkloosheid, dalende koers van de lira en tegenvallende inkomsten uit toerisme.

In deze omstandigheden heeft Turkije een stabiele regering met een democratisch mandaat hard nodig. Of de verkiezingen op 1 november daartoe zullen leiden, is onzeker. Allereerst is belangrijk dat de verkiezingscampagne eerlijk verloopt – en helaas spreekt dat niet vanzelf. Dit voorjaar mengde Erdogan zich intensief in de campagne, terwijl een president zich volgens de grondwet neutraal moet opstellen. De pro-Koerdische HDP, die voor een vreedzame oplossing van de Koerdische kwestie is, kwam in het parlement. Maar nu wordt haar leider vervolgd voor opruiing en moet hij zelfs vrezen voor gevangenisstraf. De AK-partij hoopt met de hervatte oorlog tegen de PKK kiezers weg te trekken bij de HDP.

Maar het is niet gezegd dat deze opzet lukt. Een meerderheid van de Turkse kiezers heeft dit voorjaar immers al getoond dat ze er niets voor voelt dat hun land zich ontwikkelt tot een eenpartijstaat met een oppermachtige president.