En de ideale race heeft ze nog niet eens gelopen

Dafne Schippers is een geboren sprintster, zegt haar coach. Ze kan nog beter, als ze haar start perfectioneert.

Het was allerminst grootspraak toen Dafne Schippers zo’n drie weken geleden, vooruitblikkend op de WK atletiek in Beijing zei: „Wie er meedoen op de 100 meter maakt mij niet uit. Niets is onmogelijk, iedereen is te verslaan.”

En zie gisteren in het Vogelnest in Beijing. Op het moment suprême, sprintte ze in de WK-finale iedereen voorbij. Op één na. Maar die ene onbereikbare is wel Shelly-Ann Fraser-Pryce, de tweevoudige olympisch en wereldkampioen. Achter dat Jamaicaanse sprintkanon werd Schippers tweede; een ongekende prestatie en een nieuw markeringspunt in de vaderlandse sportgeschiedenis.

Aan zelfvertrouwen ontbreekt het Schippers niet. Zonder arrogant te zijn. De 23-jarige atlete, die nog geen drie maanden terug voor de sprint koos, heeft vooral zelfkennis. Ze weet wat ze kan en heeft de uitzonderlijke eigenschap onder druk te kunnen presteren.

Zoals ze bewees in Beijing, in een vol stadion, met de ogen van heel de wereld op haar gericht. Goed starten en dan ontspannen lopen tot de finish, zo moest ze de race indelen. Haar analyse na afloop: „Dat plan heb ik precies uitgevoerd. Ik voelde de laatste dertig, veertig meter dat ik Shelly-Ann steeds dichter naderde. Dan weet je dat je kans hebt op een medaille. Wow, wat geweldig dat ik die heb. Maar ook raar, want het besef dat ik op de 100 meter tot de wereldtop behoor, moet nog komen.”

Een paar meter

Het scheelde zelfs weinig of Schippers was wereldkampioen geworden – „ik denk een paar meter”. Maar 100 meter is voor haar net te kort om een supersnelle starter als Fraser-Pryce te achterhalen. Tenzij Schippers haar startsnelheid opschroeft. Daar wordt hard aan gewerkt, zegt ze. En dan bijna verontschuldigend: „Geef me de tijd. Het is simpelweg een kwestie van meer trainen, vastheid krijgen. Die start moet erin geslepen worden.”

Gezien de progressie die Schippers in een tijdsbestek van nog geen drie maanden heeft gemaakt, gaat haar dat vast lukken. Haar eindtijd is in die periode al danig aangescherpt, van 10,97 seconden in Florida tot 10,94 op de FBK Games in Hengelo. En in Beijing van 10,83 in de halve finale tot 10,81 in de finale, die Fraser-Pryce won in 10,76. Wat ligt er nog voor haar in het verschiet, zeker met de Spelen van Rio in het vooruitzicht? Want, zegt Schippers, ook gisteren: „De ideale race heb ik nog steeds niet gelopen.”

Onvermijdelijk, maar ook Schippers wordt geconfronteerd met vragen over doping. Die maken haar boos, hoewel ze de connotatie begrijpt. „Omdat ik als blanke sprintster niet de beste voorbeelden heb gehad”, riposteert ze met een verwijzing naar sprintsters uit de voormalige DDR, wier successen gebaseerd waren op een dopingprogramma van de staat. Om uitdagend te vervolgen: „Kom maar op met die dopingvragen. Ik weet van mezelf dat ik 100 procent schoon ben. En iemand kan toch ook gewoon talent hebben.”

Mocht er nog twijfel bestaan over de juistheid van Schippers’ keuze voor de sprint in plaats van de meerkamp, dan heeft ze die volgens haar trainer Bart Bennema gisteren krachtig weersproken. Schippers is een sprintster, punt. Een topsprintster, bewees ze op dezelfde baan waarop Usain Bolt zeven jaar geleden op de Spelen een wereldrecord liep en in één klap een wereldster werd. Zo gaat dat bij sprintsucces. „Want de 100 meter is groot, echt groot”, zegt Bennema. Het duurde alleen even om dat besef bij haar te laten landen. Ze presteerde immers goed op de meerkamp, waarop ze in 2013 op de WK in Moskou nog brons won. Waarom zou ze dan veranderen? Hoewel de keus haar hoofdbrekens heeft gekost, weet Schippers nu dat ze het goed heeft gedaan.

Effectiever

Schippers ervaart dat alleen trainen voor de sprint effectiever is. Ze hoeft haar aandacht niet langer te verdelen over zeven disciplines. Op de meerkamp had ze voortdurend het gevoel achter de feiten aan te lopen. „Je kon een onderdeel nooit zo trainen dat het honderd procent af was. Dat is nu met de sprint wel het geval.”

Haar zilver op de 100 meter betekent ook een stormachtige entree op het wereldpodium. Het duurde na afloop even voordat ze de verplichte route langs de internationale pers had afgelegd. Iedereen wilde haar spreken. Want het is bijzonder dat een blanke vrouw zomaar uit vrijwel het niets alleen maar donkere sprintsters haar hakken laat zien. Dat was sinds de wereldtitel van de Oekraïense Zhanna Pintoesevitsj-Block in 2001 niet meer gebeurd.

Volgens Rana Raider, de Amerikaanse coach die Bennema en Schippers op Papendal ondersteunt, is haar grote kracht haar mindset. Ze is koel op belangrijke momenten en verstaat de kunst onbevangen te pieken. Raider: „Dat geeft haar een voorsprong , want alle finalisten hebben min of meer gelijke genetische eigenschappen. Ze kan door haar innerlijke rust zeker 5 procent extra geven. En ach, met die start komt het echt wel goed.”