Eenmaal op snelheid is Schippers superieur

Niet eerder won een Nederlandse vrouw zilver op de WK atletiek, laat staan op de 100 meter sprint. Dafne Schippers deed het gisteren in Beijing. Haar race ontleed.

Dafne Schippers sprint naar een tijd van 10,81 seconden, alleen de Jamaicaanse Shelly-Ann Fraser-Pryce (midden) is sneller (10,76). Rechts de Jamaicaanse Veronica Campbell-Brown (10,91), die 4de werd. Foto’s David J. Phillip/AP

1 minuut voor de start

In een vochtig (88 procent), warm (24 graden) en nagenoeg windstil (0,3 meter per seconde tegen) stadion in Beijing zitten tienduizenden uitzinnige mensen. Hier geniet Schippers van, je ziet het aan haar glimlach en aan haar armen die bij het horen van haar naam speels in de lucht gaan en daarna in haar zij belanden. Dan richt ze haar blik op de finishlijn. Stilstaan lukt niet meer, haar lijf vraagt om actie. Op haar hotelkamer is ze het liefst alleen, maar nu hoort ze op deze plek zoals een rasartiest op het podium. Het kabaal verstomt als deze woorden klinken: „On your marks.”

Start

Eenmaal in het startblok bestaat de wereld niet. Haar ogen staan wijdopen en zijn naar beneden gericht. De gouden olympische ringen om haar nek zwieren alleen voor de buitenwereld. Ze concentreert zich op het signaal ‘set’, komt als dat klinkt met haar billen omhoog en oefent druk uit met haar spikes op het startblok. Het geluid van het startschot, dat haar bereikt via een speaker vlak achter haar, is het enige wat telt. Dat ze niet alleen fysiek in topvorm is, bewijst ze nu: haar reactietijd op dat schot is 0,129 seconden. Alleen Kelly-Ann Baptiste uit Trinidad en Tobago is met 0,127 een fractie sneller. De anderen komen niet eens bij Schippers in de buurt. De Jamaicaanse Shelly-Ann Fraser-Pryce heeft nu een reactietijd van 0,161 seconden. Hier pakt Schippers dus ruim driehonderdste van een seconde op haar belangrijkste concurrente links, in baan vijf.

De eerste drie stappen

De eerste drie stappen van de 100 meter sprint vormen de fase van de maximale acceleratie en maken in deze race het verschil. De Jamaicaanse, slechts 1,52 meter lang en met groene vlechten tot op haar rug, is tijdens deze finalerace ongenaakbaar en loopt op iedereen uit. Met haar eerste, tweede en derde pas raakt ze van alle acht vrouwen het eerste de grond en dat betekent in deze fase pure snelheid: hoe sneller je de grond raakt, hoe sneller je het lichaam voort kunt stuwen. Hier lang in de lucht blijven betekent tijdverlies. Verderop in de wedstrijd is dat precies omgekeerd. Schippers ligt na drie passen – in haar geval links, rechts, links – vijfde. Haar eerste pas is het minst sterk. Dat heeft te maken met de hoek die haar scheenbeen vormt ten opzichte van haar voet. Die was nu niet optimaal.

De overgang naar topsnelheid

Dit is de fase waarin Schippers alle kracht in haar lijf goed kan overbrengen op de atletiekbaan. Het is de transitie van acceleratie naar topsnelheid, die loopt van 15 tot zo’n 40 meter. De contacttijd met de grond wordt korter en de tijd in de lucht langer. Waar ze bij de start nog bijna vooroverviel, is nu het moment aangebroken het lichaam op te richten zodat de benen zich volledig kunnen buigen en strekken. Ontspanning in het lijf is essentieel, en dat betekent dat ze niet nadenkt bij wat ze doet. Op die manier zal haar lichaam niet verkrampen en werken spieren samen. Als een geoliede machine raakt ze precies op het goede moment de grond en loopt ze meer dan 30 kilometer per uur. Als ze haar topsnelheid bereikt heeft, en dat doet ze vanwege haar tragere eerste fase later dan Fraser-Pryce, ligt ze nog altijd op een vijfde plaats.

En dan: topsnelheid

In deze fase, ongeveer tussen 40 en 70 meter, loopt Schippers in. Topsprinters kunnen hun maximale snelheid ongeveer 3 seconden vasthouden. Daarna zakken ze weer terug. Omdat Schippers later aan deze fase begon dan Fraser-Pryce, begint ze nu pas op haar in te lopen. Het gat met de Jamaicaanse is na 60 meter het grootst (2 meter). Dat is te veel om nog helemaal goed te maken, zeggen experts, maar het verschil wordt in de meters die volgen snel kleiner. Ze ligt al wel tweede, precies gelijk met Veronica Campbell-Brown, ook uit Jamaica.

Snelheid vasthouden

Nu is Schippers superieur aan al haar tegenstandsters. Ook zij verliest tussen 70 en 100 meter snelheid, maar niet zo snel als de rest. Lag ze na 7 seconden nog 2 meter achter op Fraser-Pryce, na 9 seconden, op 85 meter, heeft ze dat verschil teruggebracht tot 1 meter en na 95 meter is dat nog geen 50 centimeter. Schippers blijft haar knieën hoog optrekken, waardoor ze grote passen kan maken en relatief goed haar snelheid kan vasthouden.

Finish

Hier gebeurt iets interessants. Of ze nu een finale op een WK lopen of niet, sprinters denken vaak te vroeg dat ze er al zijn. Iets psychologisch, waar nog geen verklaring voor is gevonden. Maar nu is het duidelijk: Fraser-Pryce voelt in de slotmeters dat ze gaat winnen en steekt haar rechterhand in de lucht. Ook voor Schippers is dat een teken dat de race er bijna op zit en dan volgt de ‘dip’, de duik naar voren. De elektronische tijdwaarneming stopt op het moment dat het borstbeen de finishlijn passeert – vandaar de beweging voorwaarts. Hierbij is de timing van groot belang en die is niet perfect bij Schippers.

Op het moment dat haar lichaam ver naar voren buigt, verstoort ze de ideale sprinthouding en verliest ze snelheid. Schippers zet haar dip in op een meter of vier van de finish, met nog drie stappen te gaan. De dip kan volgens de leer van de sprintbiomechanica alleen werken bij de laatste afzet naar de finish. Bij een ideale timing win je er driehonderdste van een seconde mee. Maar dan nog was een gouden medaille op de 100 meter in Beijing te hoog gegrepen.