De wereld als complot en onoplosbare legpuzzel

Arnon Grunberg reed deze zomer mee met voormalig asielzoeker Qader Shafiq van Nijmegen naar Kabul voor familiebezoek. Grunberg deed er dagelijks verslag.

Op een warme vrijdagmiddag in de hoofdstad van Tadzjikistan wordt duidelijk dat we de auto die we hadden moeten zien te verkopen niet kwijtraken. We zullen hem illegaal achterlaten.

Mijn reis zal hier ophouden. We hebben onszelf drie weken gegeven voor deze reis, die zijn voorbij. Bovendien ben ik nog altijd ziek.

Reisgenoot Qader vliegt alleen door naar Kabul, naar zijn moeder, zijn broer en zijn vrienden, die ik verleden winter heb ontmoet.

Die avond zitten we in het restaurant van het hotel.

„Je mocht niet over Afghanistan schrijven”, zegt Qader. „Dat land moet vergeten blijven.”

„Wiens bedoeling niet?”

„De geheime dienst.”

Ik ben eraan gewend geraakt dat Qader overal agenten van diverse geheime diensten ontwaart en naarmate we oostelijker kwamen, heb ik die zienswijze overgenomen; de wereld als complot en onoplosbare legpuzzel.

„Jij hebt het oorlogsritme niet”, zegt Qader. „Als je in het oorlogsritme zit, ga je door, desnoods 72 uur achter elkaar.”

Ergens tijdens deze reis meende ik dat ik genoeg had van de oorlog. Nu besef ik dat de liefde niet is uitgedoofd. Ik houd van mijn geliefde, maar de oorlog is mijn vrouw.

„We kunnen volgend jaar naar Donetsk gaan”, zeg ik. „Aan welke kant wil je vechten?”

„Maakt me niet uit”, antwoordt Qader, „Als het maar niet aan jouw kant is.”

Vroeg in de ochtend nemen we op het vliegveld afscheid. Aan het begin van deze reis zei Qader: „Jij bent een verloren mens.”

Misschien meer nog dan sfeertekeningen van een autoreis door voormalige republieken van de Sovjet-Unie is dat wat deze stukken zijn geworden: een portret van de schrijver als verloren mens, gezien door de ogen van een ander verloren mens.

Op het vliegveld van Istanbul word ik aangesproken door een in Nederland woonachtige Tadzjiek. Hij herkent me en wil weten wat ik in Tadzjikistan heb gedaan. Hij vraagt mijn e-mail en telefoonnummer.

Pas als het gesprek is afgelopen denk ik: geheime dienst. De Tadzjiekse geheime dienst zit achter me aan.

Deze serie moet eindigen met een mop, als eerbetoon aan de onvermoeibare energie waarmee Qader moppen bleef tappen, maar ook omdat ik ervan overtuigd ben dat de wereld zal uitmonden in een mop.

Komt een moslima bij haar moeder en die zegt: „Mam, vind je het erg als ik met een Jood thuiskom?”

„Nee hoor”, zegt de moeder, „helemaal niet, maar stop hem wel meteen in de vrieskist.”

Dit was het laatste deel van de serie