De hekel aan de pers is even oud als de pers zelf

Journalisten worden door het grootste deel van Nederland gewantrouwd. Waarom eigenlijk?

Foto NRC fotodienst

Priesters geroosterd op Cuba! Gevangenen als voer voor de haaien gegooid! Amerikaans schip de Maine getorpedeerd in de haven van Havana! Krantenmagnaten Pulitzer en Hearst plaatsten eind negentiende eeuw bewust verzonnen gruwelverhalen over de Spaanse overheersers op Cuba. Met die leugens lokten ze de Spaans-Amerikaanse oorlog uit, tegen de zin van de regering, die wel mee moest gaan in de volkswoede.

Dit stuitende staaltje van journalistiek wangedrag opent het boek Geen vak voor bange mensen, dat begin september verschijnt. Schandelijk, maar het is wel lang geleden. Toen was de pers gewoon nog niet zo goed. Zou je denken. Maar helaas, schrijvers Bernard Hammelburg en Paul van Liempt gaan er meteen overheen met een erger voorbeeld: de Irakoorlog van 2003, gebaseerd op leugens die mede werden verspreid door Judith Miller, journalist van The New York Times en winnaar van de Pulitzer Prize – die persprijs is genoemd naar die negentiende eeuwse leugenaar.

Het boek laat treffende staaltjes zien van journalistiek falen – een van de bronnen van het grote wantrouwen jegens de pers. De helft van het boek bestaat uit interviews met mensen die zelf in de media komen, over hun ervaringen met de pers. Dat is leerzame maar pijnlijke stof. Econoom Sylvester Eijffinger concludeert: „Media maken een selectie op basis van meningen die ze wensen te horen.” PSV-directeur Toon Gerbrands weet waarom: „De wereld van de feiten kost geld, de wereld van de meningen is gratis.” Verder komen de geïnterviewden met allerlei variaties op: ‘alleen het negatieve is interessant’.,„Ze zijn helemaal niet in je verhaal geïnteresseerd, ze willen alleen maar scoren.” „Ze hebben alleen maar kwaadaardige bedoelingen”.

Geen vertrouwen

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat tweederde van de bevolking geen vertrouwen heeft in de pers (zie inzet). Waar komt dat wantrouwen vandaan? Jaap de Jong, hoogleraar Journalistiek aan de Universiteit van Leiden stelt dat de burger over het algemeen hoger opgeleid en daarmee kritischer is geworden. Het wantrouwen jegens de pers hangt samen met het afnemende respect voor àlle instituten. De Jong, die in 2011 zijn oratie hield over pers en betrouwbaarheid: „Vroeger las je gewoon de krant die bij jouw zuil hoorde. Het kwam niet bij je op om de eigen krant te kritiseren. Daar hoorde je immers bij.”

De opkomst van online nieuwsmedia heeft er volgens De Jong ook mee te maken. De burger kan makkelijk meerdere nieuwsbronnen over één onderwerp vinden, die het nieuws in de traditionele media kunnen ondergraven. „Er is een grotere meerstemmigheid. Je kunt makkelijk zes tegenstrijdige berichten vinden over hetzelfde onderwerp.” Verder wijst hij erop dat politici graag afgeven op de pers. „En dat landt bij de burger.”

Het valt De Jong op dat de pers vroeger arroganter was, minder geneigd tot zelfkritiek. Nu maakt de pers juist veel werk van transparantie en zelfreiniging: door ombudsmannen aan te stellen, door te vertellen over hoe het nieuws tot stand komt, en door zichzelf openlijk de maat nemen – zoals in bovengenoemd boek. „Zo voelt de lezer zich ook serieuzer genomen. Ik denk ook wel eens dat het averechts kan werken: als de burger geregeld leest dat een journalist weer een verkeerde afslag heeft genomen, denkt hij misschien ook sneller: zie je wel, ze deugen niet.”

Slonzig geklede schurk

In films wordt de journalist vaak afgebeeld als held, die misdaden oplost, maar even vaak is hij een slonzig geklede schurk. Meer een verachtelijke parasiet of aasgier, die leeft van de ellende van andere mensen, ellende die ze vaak ook nog verergeren. Van Rita Pulpers in de Harry Potterreeks tot Thornburg in de Die Hard-films. Argus in de Bommelstrip is daadwerkelijk een rat, die zich bij zijn eerste verschijnen in 1947 vermomde als wandelende rioolbuis. Het meest gebruikt in films: het beeld van de paparazzi, die als een opdringerig veelkoppig monster een ster stalken. Dat deden ze al met King Kong en dat deden ze nog steeds met Julia Roberts in Notting Hill.

De Jong wijst er ook op dat weerzin tegen de pers oud is, het gezegde aanhalend: „De krant brengt leugens in het land.” Volgens Amerikaanse studies naar het imago van de journalist is pershaat even oud als de pers zelf. De weerzin begon al bij de eerste journalisten (eigenlijk columnisten): de pamfletschrijvers in de zeventiende eeuw. Aan de Britse journalist Daniel Defoe (bekend van Robinson Crusoe, kluste ook bij als spion) schreef een tijdgenoot: „U verdient niet alleen de galg, maar ook de persoonlijke correctie van iedereen die u tegenkomt. Uw keel doorsnijden is geen ernstiger vergrijp dan een hond doden.”