De grootste muzikale Brit? Byrd. William Byrd.

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Vandaag: de beklemmende noten van een katholieke held.

Vergeet The Beatles. Vergeet The Rolling Stones, Radiohead, The Who, Led Zeppelin, The Spice Girls, Pink Floyd, Blur en Dire Straits. Ja, vergeet zelfs Amy Winehouse. Het beste wat Groot-Brittannië ooit op muzikaal gebied heeft voortgebracht, komt niet voor in dit rijtje illustere bands en artiesten. De grootste muzikale Brit ooit heet William Byrd.

Ho, hoor ik je denken: who the fuck is William Byrd?

Nou, dit is hem dus:

Je hoeft je niet te schamen als je nooit van Byrd gehoord hebt. Hij is ook al 392 jaar dood. Ik praat je even bij.

We gaan terug naar de tijd van Hendrik VIII, eerste helft zestiende eeuw. De koning van Engeland had nogal wat slechte eigenschappen. Wie hem niet aanstond, werd onthoofd. Hij was zes keer getrouwd, en van zijn vrouwen werden er ook twee geëxecuteerd. Omdat de paus het niet toestond dat zijn eerste huwelijk werd ontbonden, richtte hij The Church of England op. Waar vanzelfsprekend de koning aan het hoofd stond.

Hij had trouwens ook een goede eigenschap: hij was muzikaal, componeerde en koesterde de weelderige meerstemmige muziek die in de katholieke kerken klonk.

Toen na zijn dood zoon Edward I aan de macht kwam (die maar 15 jaar werd) veranderde er een hoop. De kerkmuziek moest soberder, zoals de muziek van de protestanten in continentaal Europa. Eén noot per lettergreep, de tekst moest verstaanbaar zijn. Er kwamen psalmen in de volkstaal en met de Maria-verering was het gedaan. Wie trouw bleef aan de paus werd een recusant genoemd – een weigeraar.

Er volgde een lange periode van twisten tussen rooms-katholieken en anglicanen. Wat het niet overzichtelijker maakte, was dat de volgende vorstin (Marie I, beter bekend als Bloody Mary) juist weer totaal katholiek was, en de volgende (haar halfzus Elizabeth I) juist een soort protestant-light. Latijn mocht weer. Maar uiteindelijk trokken de protestanten aan het langste eind. Katholieken werden vervolgd.

Het was in deze roerige tijd dat William Byrd opgroeide. Hij was zo’n recusant. Byrd (geboren in 1539/’40 of 1543, overleden in 1623) leidde een dubbelleven: als organist in Lincoln en ‘gentleman’ aan de Chapel Royal was hij verbonden aan de anglicaanse kerk, maar hij was ook actief in de katholieke gemeenschap. Altijd moest hij waakzaam zijn, zorgen dat hij als katholiek de machthebbers niet voor het hoofd stootte. Dankzij zijn goede contacten werd hij nooit vervolgd.

In 1593 verhuisde hij naar Essex, waar hij in relatieve rust voor een katholieke beschermheer zijn meest ambitieuze project kon verwezenlijken: hij schreef er drie missen, bedoeld voor zijn geloofsgenoten die stiekem kapellen hadden ingericht op zolders en in schuren.

Die missen (1593-’95) zijn bijzonder origineel. Hij interpreteerde de zinnen van de mistekst anders dan zijn voorgangers in Engeland en anders dan zijn tijdgenoten in Europa. Een verklaring daarvoor is dat hij door de politieke omstandigheden waarschijnlijk geen kennis had van de laatste ontwikkelingen in Europa (die missen konden niet worden verspreid) en dat de zettingen van zijn Engelse voorgangers van voor de reformatie te groot opgezet waren voor de kleine ruimtes. Maar het was uiteraard ook talent.

Byrds missen zijn soms duizelingwekkend. De muziek is het ene moment extatisch, het andere moment beklemmend. Met veel minder middelen dan zijn grote voorgangers in Engeland (die soms componeerden voor wel veertig stemmen) schreef hij stukken die duizelingwekkend en tegelijk perfect in balans zijn.

En dan maakte hij ook nog eens fenomenale klaviermuziek waarmee hij een enorme invloed had. Goed, misschien net niet zo groot als die van The Beatles. Maar toch hè. William Byrd: onthoud die naam.