Twee kapiteins op een schip, dat gaat niet

Het imago van familiebedrijven: stabiel en conservatief. Hoe bereidt de jonge generatie zich voor op het overnemen van ‘de zaak’?

Distilleerderij Koninklijke De Kuyper uit Schiedam (70 miljoen omzet, 100 werknemers in 2014) bestaat 320 jaar. Foto BART HOOGVELD/ANP

Marc (36) en Remy (34) de Kuyper zijn elfde generatie bij distilleerderij Koninklijke De Kuyper (70 miljoen omzet, 100 werknemers in 2014). Marc zet de drankmerken Mandarine Napoléon en Rutte in de Verenigde Staten op de kaart, Remy doet in Nederland een vijfjarig traineeship. Vader Bob de Kuyper (64) was algemeen directeur, hij is sinds 2009 niet meer formeel bij De Kuyper betrokken.

Remy: „Ik kan me nog herinneren dat we door de bottelarij gingen. Als kind vond ik dat echt geweldig. Het ruikt lekker, rinkelt aan alle kanten.”

Marc: „Ik geloof dat ik het op de middelbare school voor het eerst interessant begon te vinden om er te gaan werken.”

Remy: „Marc was daar toen al open over. We hebben nogal een ander karakter. Ik wilde het ook, maar deelde dat niet.”

Marc: „Nee, maar ik wist het wel.”

Remy: „Wíst je het?”

Marc: „Ik voelde het.”

Remy: „In het tweede jaar van mijn studie werktuigbouwkunde in Groningen heb ik Marc verteld dat ik het eigenlijk ook wel leuk vond. Dat voelde als een opluchting.”

Vader Bob: „Sinds een paar jaar heeft De Kuyper een familiestatuut. Daarin hebben we afgesproken dat je eerst drie tot vijf jaar ergens anders werkt voordat je überhaupt kunt vragen of je in het familiebedrijf mag werken. Zo laat je mensen zelf ontdekken of ze het leuk vinden.”

Remy ging na zijn studie werktuigbouwkunde aan de slag bij Douwe Egberts, Marc had een it-bedrijfje, werkte bij Verizon en ABN Amro. Tot hem door de raad van commissarissen van De Kuyper werd geadviseerd ervaring op te doen bij andere bedrijven die ook consumentengoederen verkopen.

Marc: „Ik heb uiteindelijk acht of negen assessments gedaan bij De Kuyper, vreselijk veel. Om te kijken of ik wel materiaal ben om een eindpositie te vervullen. En er werd me dus verteld dat het verstandig zou zijn als ik wat meer het traditionele pad zou volgen, binnen consumentengoederen.”

Hij werd accountmanager bij Westland en brandmanager bij Bickery Food.

Marc: „Dat was, financieel maar ook inhoudelijk, een forse stap terug. Ik werd best ongelukkig in die posities. Als voorbereiding op het familiebedrijf was het achteraf helemaal geen slechte periode, maar op dat moment vond ik het heel lastig gemotiveerd te blijven.”

Remy: „De drempel om bij De Kuyper te gaan werken is best hoog. We hebben een familiebedrijf dat 320 jaar oud is, straks ga jij dat verstieren.”

Marc: „Ik denk dat het ook niet heeft geholpen dat we een familie hebben die zakelijk en privé gescheiden houdt. Op familiebijeenkomsten en binnen het gezin werd niet inhoudelijk over het bedrijf gesproken. Ook tussen mijn vader en mij was dat altijd een moeilijk gesprek.”

Bob: „Ik volg de zaken tegenwoordig alleen nog op afstand. Ik denk dat je als ouder niet objectief kunt oordelen over de rol van je kinderen. Daar is de raad van commissarissen voor. Ik noem het in negatieve zin maar ‘het managen van nepotisme’. In het verleden hebben we echt schadelijke dingen zien gebeuren met familieleden die niet slaagden binnen het bedrijf. Dat was voor ons, voor mij in elk geval, een duidelijke les.”

Zelf zouden Marc en Remy in de toekomst graag samen het bedrijf leiden. Hun vader ziet dat minder zitten: „Je kunt niet twee kapiteins op een schip hebben.”

Marc: „Onze familie is altijd van het voorkomen van problemen geweest. En áls ze er zijn, dan steken we zolang mogelijk de kop in het zand. Bij mijn vaders generatie is het daarom de vraag geweest: hoe kunnen we het zo organiseren dat er zo min mogelijk problemen ontstaan.”

Remy: „Al begint hij langzaam in te zien dat het wel degelijk mogelijk is.”

Marc lachend: „Niet dat we dat actief aan zijn verstand proberen te brengen. Dat hoeft niet, we gaan het gewoon doen.”

Remy: „Daar komen wij zelf wel uit.”

Inmiddels heeft Remy zelf een kind, Marc verwacht over een paar weken zijn eerste.

Marc: „Weet je wat grappig is? Mijn tante heeft kinderen van 8 en 10. Zij zijn van onze generatie, maar zouden onze opvolging kunnen zijn.”

Bob: „Maar die heten niet De Kuyper.”

Marc: „Charlene de Carvalho heet ook geen Heineken. Al merk ik dat hier in de VS, waar de economie nog niet eens zo oud is als ons bedrijf, het echt een toegevoegde waarde heeft als mensen mijn naam horen. Holy shit! Are you a De Kuyper? Maar dat is natuurlijk niet een reden om neefjes uit te sluiten die gepassioneerd zijn voor het bedrijf. Dan mis je een kans.”