Sail benadrukt onze rijke traditie in slavenhandel nog onvoldoende

Op boten waar afgelopen week champagne vloeide, stierf vroeger een kwart van de slavenvracht. Pieter Smit wil dat Sail ons geheugen opfrist.

Het is 2050, Amsterdam is 775 jaar oud, en eindelijk gaat Sail ergens over. Inmiddels is Europa het land waarin wij wonen, Nederland de mooiste provincie daarvan, en met de parade op het IJ van tientallen schepen van Nederlandse slavenhandelaren, Ierse migranten en Afrikaanse vluchtelingen, spelen we de geschiedenis na en herdenken we de drie migraties die Europa en de wereld maakten tot wat het nu is.

De eerste migratie is de transatlantische slavenhandel, waarbij Europa 12 miljoen slaven naar Amerika sleepte. Vooral de Nederlandse schepen waren berucht. De tweede is de hongermigratie van Ierland en vele andere arme delen van Europa, naar Amerika. Ook op deze schepen stierf soms een kwart van de levende lading. Ook hier waren vooral de Nederlandse schepen berucht.

De derde is de Mediterrane migratie: tot ongeveer 2017 probeerden elk jaar rond de honderdduizend Afrikanen in vrolijk geverfde maar levensgevaarlijke bootjes te ontsnappen aan extreme armoede of geweld.

Ook op school wordt er aandacht besteed aan het verhaal achter Sail Europa: slaven werden in Afrika vooral geruild tegen geweren, en zo creëerde Europa in West-Afrika een maffia van moordenaars en plunderaars, waardoor in Afrika veel meer mensen stierven dan dat wij er als slaven lieten roven.

Dat was bij de Sail van 2015 nog onbespreekbaar. Terwijl biologen toen net ontdekt hadden dat het ‘Oerwoud’ van West-Afrika grotendeels heel jong is: het overwoekert allerlei landbouwgebieden die verlaten werden op het moment dat de slavenmaffia met vooral Nederlandse geweren half Westelijk Afrika aan flarden schoot.

De Ierse hongersnood begon in 1845 toen Nederland veel betere zeilschepen maakte, waardoor voedsel uit Oost-Europa opeens de markten in Engeland overspoelde. Door Nederlandse schepen aangesleepte handel, had de Ierse boeren overbodig gemaakt. Een beetje aardappelziekte deed de rest.

De bootvluchtelingen waren tijdens Sail 2015 nog totaal onbespreekbaar.

In 2050 verbazen we ons vooral over twee aspecten hiervan: dat niemand toen durfde te zeggen dat de economische problemen van landbouwcontinent Afrika mede veroorzaakt waren door duizenden Europese handelsbarrières.

Die waren vooral desastreus voor Afrika’s half miljard kleine boeren, en daarmee voor de economie van het hele continent. Waardoor er voor een Afrikaan die geen genoegen nam met een kindersterfte van 25 procent, maar een manier was om zijn toekomstige kinderen in leven te houden: naar de goede kant van de handelsbarrières migreren.

We verbazen ons in 2050 nog meer over de mate waarin Europa toen in paniek raakte over 150.000 nieuwkomers per jaar. Dat ging over slechts 1 migrant of vluchteling per 5000 Europeanen, 1000 maal zo weinig als bijvoorbeeld toen in Libanon. Migranten die achteraf gezien vooral hun arbeid aanboden, belasting wilden betalen, precies op het moment dat de ontvolkingsproblemen op Europa’s platteland en de vergrijzing in de steden schreeuwden om zulke mensen.

De sociologe Van der Laan (kleindochter van de toenmalige burgemeester van Amsterdam) verklaart de hysterische reacties van Europa en haar grootvader in 2015, die koppig bleven weigeren, een piepklein groepje asielzoekers toe te laten. Dat had vooral te maken met de vorming van het land Europa: het moest. Maar de populisten buitten het uit door xenofobe angst te zaaien tegen Europa, en voorstanders van Europa pakten dit op en projecteerden het onbewust op de nieuwe migranten: een gezamenlijke vijand hielp bij het Wij-Europa-gevoel.

En dus herdenken in 2050 de kinderen van Nederlanders, Surinamers, Ieren en Somali’s samen de tientallen miljoenen doden van de drie Europese migraties.

Daarna is het lachen: deels op de originele scheepjes hanteren wit geschminkte kinderen van migranten en slaven de roze-pluche karwats, om een slavenopstand door zwart geschminkte kinderen van witte Nederlanders neer te slaan. En waarin een Soedanese meneer met een rode puntmuts en witte baard, de nep-zwarten redt, door aan hen pepernoten uit te delen.

Het is allemaal zó belachelijk, dat echte vrolijkheid het eindelijk wint van alle schaamte en boosheid.

Nederland is klaar, we durven onszelf te verbinden met de wereld via onze geschiedenis.