Nieuwe asielpiek leidt tot overuren

Veel vluchtelingen naar Nederland? Vroeger waren het er meer, en in andere Europese landen is de toestroom groter.

Interviewtechnieken, omgaan met kwetsbare personen en asielwetgeving: de honderd man personeel die de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vanaf volgende week extern inhuurt, moet het allemaal snel leren. Na een stoomcursus van een maand worden ze direct volledig ingeroosterd voor het verhoren van asielzoekers – doordeweeks én in het weekend.

Al het personeel in de asielketen maakt overuren nu de instroom van asielzoekers stijgt. Zowel in juni als in juli deden bijna 3.000 mensen een eerste asielaanvraag – meer dan drie keer zo veel als in de wintermaanden. Ze komen vooral uit Syrië en Eritrea.

Niet alleen de IND maakt overuren, ook gemeenten voelen de druk: zij moeten sociale huurwoningen toewijzen aan mensen die een verblijfsvergunning kregen. De meeste gemeenten lopen achter op de ‘taakstelling’ van minister Stef Blok (Wonen, VVD). Landelijk is er een achterstand van 5.300 te vestigingen personen.

Mede daarom wordt bijna de helft van de asielzoekerscentra bevolkt door mensen die al een verblijfsvergunning hebben, maar nog wachten op een huis. Terwijl hun plekken hard nodig zijn voor de nieuwe vluchtelingen. Het kabinet wil dat gemeenten creatieve oplossingen verzinnen. Gemeenten zouden afspraken kunnen maken met particuliere verhuurders, of proberen om meerdere vluchtelingen in leegstaande kantoorpanden te plaatsen.

Dat is niet zo makkelijk als het klinkt, volgens de Emmense wethouder Wonen, Jisse Otter (Wakker Emmen). Ondanks zijn inspanningen heeft hij zijn vluchtelingen tot nu toe alleen in sociale huurwoningen kunnen plaatsen. Otter moet tot december nog voor 95 vluchtelingen een huis vinden. En ook voor 55 anderen, die eigenlijk al vorig halfjaar aan de beurt waren.

Otter probeerde afspraken te maken met particuliere verhuurders. „We hebben ze aan tafel gehad. Vaak waren het bemiddelaars voor pensioenfondsen.” Ze wilden niet helpen. „Ik heb het gevoel dat ze liever een paar huizen leeg laten staat dan dat ze er statushouders in plaatsen.”

Sociale huurwoningen vinden is al een hele klus. Veel gemeenten hebben die woningen geconcentreerd in een aantal buurten. Zet je die buurten dan vol met Syrische vluchtelingen? Dat is niet goed voor de buurt, maar ook niet voor de vluchtelingen zelf, zegt Otter. „Je moet ze een faire kans geven op integratie.”

Daarom is Otter ook niet enthousiast over het plan om veel vluchtelingen in een leegstaand kantoorpand te zetten. Binnenkort praat hij met de makelaarsvereniging over het tijdelijk verhuren van huizen die te koop staan. Maar op een brief aan makelaars was „niet direct een grote respons gekomen”.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asiel, VVD) blijft optimistisch. „We redden het wel, maar het is veel werk.” De honderd man extra IND-personeel is maar één van de maatregelen die hij vorige week aankondigde in een Kamerbrief. Hij schrijft dat in juni ook al mensen zijn begonnen in honderd nieuwe banen bij de IND. Bij het aanmeldcentrum Ter Apel, waar asielzoekers zich moeten melden, worden extra noodpaviljoens gebouwd. En misschien komen er meer noodlocaties, zoals in de IJsselhallen en de Zeelandhallen. Dat is „niet ondenkbaar”, schrijft Dijkhoff.

Al deze snelle maatregelen betekenen niet dat Nederland slecht voorbereid was, volgens Dijkhoff. Het is bewust beleid om „flexibel in te spelen” op een variërend aantal asielzoekers. In rustiger tijden „hebben we geen bedden leegstaan die geld kosten”. In zijn Kamerbrief schrijft hij de extra kosten die hij nu maakt te kunnen dekken uit asielreserves.

De toon die Dijkhoff aanslaat, is minder alarmerend dan die van zijn voorganger Fred Teeven (VVD). Toen zich er vorig voorjaar een plotselinge hausse aan asielzoekers voordeed, zocht de toenmalige staatssecretaris de media op om alarm te slaan. Als dit aanhoudt, zei Teeven, komen er tot het einde van het jaar 65.000 mensen. „Volstrekt niet te behappen voor Nederland.”

Maar nog niet eens de helft van dat aantal kwam: er waren zo’n 25.000 asielaanvragen, volgens de ruimste begrippen: inclusief „herhaalde asielaanvragen” van mensen die al in Nederland zijn. De voorjaarspiek hield twee maanden aan. In april kwamen 2.500 asielzoekers, inclusief gezinsherenigers. In mei 3.500. Daarna zakte het aantal terug. De waarschuwing van Dijkhoff komt nu de piek al drie maanden duurt. In mei kwamen er ruim 3.000 asielzoekers, inclusief gezinsherenigers, in juni ruim 4.000 en vorige maand ruim 4.500.

Zo’n toestroom heeft zich al in jaren niet meer vertoond, hoewel die in het niet valt bij de situatie van rond de millenniumwisseling. Toen zaten zo’n 80.000 vluchtelingen in de Nederlandse asielzoekerscentra, vooral uit Joegoslavië, Irak en Afghanistan. Nu worden er nog geen 30.000 mensen opgevangen.

Ook in Europees perspectief valt de Nederlandse situatie mee. Duitsland, met vijf keer zoveel inwoners als Nederland, kreeg in juni elf keer zoveel asielaanvragen: 33.000. En Hongarije, met tweederde van het aantal inwoners in Nederland, kreeg er ruim 16.000: bijna zes keer zoveel als Nederland. Zulke aantallen zijn hier nog niet in zicht.