Niet uitverkocht, wel een ideale editie

Geen echte topacts, weinig pure rock en niet uitverkocht. Maar de synthetische beats, het danslustige publiek én het mooie weer zorgden voor een uitstekende Lowlands-editie.

Door het Amerikaanse Ho99o9 (spreek uit ‘Horror’) werd speedmetal gespeeld door twee heen en weer springende zangers, die de tent deden trillen. Foto’s Andreas Terlaak

Het gelukzalige gevoel bij Jacco Gardner, die zijn muziek uitbouwde tot een magische wereld van klank; de uitzinnigheid van het publiek zelfs al voordat rappers Sticks en Rico (eerder bekend als Opgezwolle) begonnen waren; de onderkoelde opmerkingen van de Australische anti-heldin Courtney Barnett, dat we mochten meeklappen, als we het ritme tenminste niet verstoorden; zangeres Cato van Dyck (My Baby) die een hoge noot zo lang aanhield dat het twee keer applaus opleverde. Dankzij dit soort hoogtepunten, gecombineerd met het mooie weer, de uitgelaten stemming bij het publiek en het uitblijven van de dreigende wespenplaag, was Lowlands 2015 een ideale editie.

De wildgroei aan festivals wordt vaak als reden genoemd dat Lowlands, een van de best verzorgde en geprogrammeerde festivals van Europa, niet uitverkocht was. Maar wellicht is de afgenomen belangstelling het gevolg van twee, elkaar tegenwerkende ontwikkelingen: ten eerste inderdaad de vele festivals. Ten tweede: veel alternatieve bands lukt het om een behoorlijke status te bereiken, maar vervolgens blijft een groot aantal hangen in de subtop - denk aan The XX, War On Drugs, Florence & The Machine - en is daardoor ongeschikt als hoofdact voor een groot festival. Het aanbod aan top-acts als Arctic Monkeys of Foo Fighters is te klein om de vele festivals te voorzien. Daardoor blijft een deel van het publiek weg.

Uitdijende subtop

Het gevolg van die situatie bleek ook op Lowlands: als hoofdact was uitgeweken naar oudgedienden Limp Bizkit of tiener-favorieten Passenger en Bastille - geen gedroomde bands voor een festival als Lowlands. Opvallend is ook dat groepen als Rudimental en Major Lazer van wie je gedurende het jaar weinig hoort, een abonnement op het programma lijken te hebben - bij hen staat tevoren vast dat het publiek in opwinding explodeert.

Maar de uitdijende subtop werd op de kleinere podia glorieus vertegenwoordigd. Naast inmiddels bekende festivalfavorieten als Benjamin Clementine of Lianne La Havas, viel met verbazing te kijken naar het Amerikaanse Ho99o9 (spreek uit ‘Horror’), waar speedmetal werd gespeeld door twee heen en weer springende zangers, die de tent deden trillen. Maar er was geen gitarist te zien: hun jakkerende speedriffs stonden op tape. Andersom werd bij het Britse dance-gezelschap SBTRKT (Subtract) veel muziek live gespeeld, maar waren de hier gehoorde zangers en zangeressen afwezig. Gevangen in damp en tegenlicht op het podium, speelden de gemaskerde voorman Aaron Jerome en zijn drummer samen een inventief spel met ritme, echo en tribale elementen, voortgestuwd door geleende zangstemmen. Helaas was het grootste deel van het publiek op dat moment bij The Chemical Brothers, oervaders van de dynamische dance. Het duo, populair in de jaren negentig, leverde de diepst trillende en hardste bastonen van het weekend, maar leek steeds een valse start te maken: als de bassen aftrapten, bleef het ritme achter. De elementen schoven pas optimaal in elkaar bij oude hits ‘Galvanize’ en ‘Block Rocking Beats’ aan het eind.

Synthetische beats

Deze Lowlands-editie onderstreepte opnieuw de toenemende rol van elektronisch vervaardigde elementen in de muziek. Behalve overtuigde rockpuristen als het Britse duo Slaves dat met slechts een drumstel en gitaar toch een spring- en dansfestijn creëerde, of het psychedelische trio Fuzz, met Ty Segall als drummer, dat soleerde tot de damp van de snaren sloeg, had bijna iedere artiest een groot aandeel synthetische beats en accenten. Zelfs bij Limp Bizkit worden de mitrailleurbeats en gitaarakkoorden met elektronische hulpmiddelen ondersteund.

Dat leidt soms tot eenvormigheid, alsof een identieke elektronicasaus wordt gegoten over de popliedjes van bijvoorbeeld het Engelse Years & Years en zangeres Tove Lo (Zweden). Toch trokken beiden een groot, danslustig publiek met hun licht verteerbare wolken synthesizer en hier en daar een opgeschroefde climax.

Gunstige uitzondering was het optreden van de Amerikaan Shamir. De zanger uit Las Vegas is een nog verlegen nieuwkomer. Hij heeft een wendbare stem, en laat zich live begeleiden door een keyboard met de klank van een broeierig orgel. De opgewonden dansliedjes zingt hij hoog en kwinkelerend, als een merel in de disco.

Ook Franz Ferdinand heeft de rol van de gitaar teruggedrongen. Door hun versmelting met Sparks (de gebroeders Ron en Russell Mael, beroemd in de jaren zeventig) tot het zestal FFS, domineren in hun liedjes nu de synthetische zwiepers van de als een starre professor kijkende Ron Mael. In deze nieuwe vorm, naast zanger Russell Mael, floreert Alex Kapranos. De zanger van Franz Ferdinand, al vaak op Lowlands te zien geweest, was nog frivoler en beweeglijker dan eerst. Bizar was het contrast tussen de broers Mael en de Schotten. Russell Mael zingt in jubelende operafrasen, terwijl Alex Kapranos ironisch debiteert.

Pure rock was er weinig, dit festival. Al lieten Fuzz, uit Amerika, en Pond, een psychedelische band uit Australië, horen dat ze nog springlevend waren, met hun vurig gespeelde gitaarexplosies.

Desoriënterende echo’s

Het Nederlandse aandeel was dit jaar groot en geslaagd. Jacco Gardner, die weelderige instrumentaties in subtiele composities vat, speelde zijn prachtige sixties-liedjes met desoriënterende echo’s en suizingen, voor een slaperig maar gebiologeerd publiek op de vroege zaterdag. Meer nog dan bij recente cluboptredens, vond het vijfkoppige muziekbeest hier het midden tussen stoer en genuanceerd. Kenny B (bekend van ‘Parijs’) bracht zijn liedjes met een grote band, die warmbloedige Caraïbische klanken speelde en het concert afsloot met een reggae-ode aan Paramaribo, compleet met wapperende vlaggen.

Op het veld bij My Baby, het trio van Cato en Joost van Dyck en gitarist Daniel Johnston, bleven mensen toestromen om te luisteren naar hun ingenieuze grooveclusters. My Baby heeft funk gegoten in een eigen, soepele vorm, met een groot aandeel voor de pulserende zang van Cato van Dyck. De percussieve vibraties, de heldere pulsering, de stuwende gitaarriffs, samen leken ze eindeloos te kunnen voortduren.