Meestersprinter Usain Bolt zegeviert in prestigegevecht tussen ‘goed en kwaad’

Usain Bolt versloeg de ‘besmette’ Amerikaan Justin Gatlin op de 100 meter. De atletiekwereld slaakte een zucht van verlichting.

Foto ANTONIN THUILLIER/ AFP

Heeft Usain Bolt de eer van de atletiek gered? Of misschien wel de sport als geheel? Je zou het bijna denken vanwege het enorme belang dat vooraf aan zijn wereldtitel op de 100 meter werd gehecht.

Bolts strijd in Beijing tegen zijn grote uitdager Justin Gatlin werd geproclameerd als het gevecht van goed tegen kwaad, van zuiverheid tegen bedrog, maar vooral van de schone tegen de gedopete atleet. De deugd won, zij het maar net. Bolt versloeg Gatlin met een verschil van eenhonderdste van een seconde – 9,79 tegen 9,80 – in de zwakste tijd ooit die hij nodig had om olympisch of wereldkampioen op de kortste sprintafstand outdoor te worden.

De opluchting in het Vogelnest was bijna tastbaar. Bij Bolt vanzelfsprekend, maar ook bij het publiek, dat de Jamaicaan aanzienlijk hartstochtelijker had begroet dan de Amerikaan, maar vooral op de eretribune bij bazen van de internationale atletiekfederatie IAAF. Die hadden er niet aan moeten denken dat besmette Gatlin de prestigieuze 100 meter had gewonnen. Dat zou allesbehalve een visitekaartje zijn geweest voor de sport die zwaar gebukt gaat onder vele dopingschandalen.

De kersverse federatievoorzitter Sebastian Coe was een van de officials die de clash Bolt-Gatlin extra gewicht had meegegeven. De Britse voormalige middellangeafstandsloper zei vooraf openlijk dat hij onpasselijk van een overwinning van Gatlin zou worden. Coe kan tevreden zijn. Hij hoeft voorlopig niet uit te leggen waarom een sporter die aanvankelijk levenslang was geschorst toch nog met een hoofdprijs aan de haal kan gaan.

Bolt is zijn redder, hoewel dat niet de eerste optie van de Jamaicaan was. Die wilde voor de derde keer wereldkampioen op de 100 meter worden, omdat zijn reputatie op het spel stond. Dat hij daarmee anderen een dienst bewijst, ziet hij als een aangenaam neveneffect. Er was Bolt alles aan gelegen om aan een periode van twee jaar sukkelen een eind te maken. Dat op zijn terrein de macht was overgenomen door Gatlin beviel hem maar zeer matig.

Onder de tien seconden

Bolt kwam dit jaar amper aan sprinten toe vanwege vele kwaaltjes, waarvan een hardnekkige rugblessure hem het meest hinderde. Terwijl Gatlin dit jaar de klok na elke sprint onder de tien seconden liet stilzetten, was Bolt aan het bijkomen van de zoveelste tegenslag, Hij kon amper trainen, laat staan wedstrijden lopen. De Jamaicaan liet zich maar drie keer op de internationale atletiekbanen zien en liep bovendien tijden waarvan Gatlin niet zenuwachtig werd. Zijn zelfvertrouwen nam sterk toe.

Zou de eerste botsing van de baasjes van de sprint in Beijing de machtsovername door Gatlin betekenen? Het zag ernaar uit, want Bolt bereikte struikelend de finale. Letterlijk, want in de halve finale kwam hij na een paar misstappen pas laat op gang en dreigde hij zich niet voor de finale, later op de avond, te plaatsen. Met de moed der wanhoop perste Bolt er nog een versnelling uit en drukte hij zijn borst gelijktijdig met het grote Canadese sprinttalent Andre De Grasse over de streep. Het was een Houdini-achtige ontsnapping, die weinig goeds beloofde voor de finale. Gatlin sprintte in achtereenvolgens 9,83 en 9,77 seconden vloeiend naar de eindstrijd. Hij was klaar voor de troonsverstoting.

Maar ja, Bolt is Bolt, de sprinter der sprinters, de kampioen der kampioenen, een 29-jarige sportman met een grote dosis eergevoel in zijn donder, die zich niet zomaar laat wegdrukken. En al helemaal niet door die praatjesmaker van een Gatlin. Die had hem dit jaar een aantal keren flink getart. Ook al sputterde zijn lichaam wat tegen, Bolt was er in Beijing helemaal klaar voor om Gatlin een lesje te leren. Wat denkt hij wel, bijvoorbeeld toen ie eerder dit jaar riep dat Bolt al drie jaar geen 100 meter in 9,6 seconden had gelopen. „Wat dat betekent? Dat Bolt geen vorderingen meer maakt”, sneerde de Amerikaan. „Hij beleeft zijn neergang.”

Had ie niet moeten doen, Gatlin. Bolt beledigen is vragen om problemen. En die kreeg hij. In de WK-finale, waarin Bolt zijn zwakke rug rechtte, zijn geest oppepte en zijn machtige lichaam vol adrenaline pompte om de wereld, een jaar voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, nog eens te laten zien wie de meester van de sprint is.

Hij dus, Usain Bolt, de trotse Jamaicaan die zich zeven jaar geleden op de Olympische Spelen in het Vogelnest als het nieuwe wereldwonder op de sprint had gepresenteerd. Op zijn terrein, in zijn stadion zich laten wegdrukken door die braller uit Brooklyn, dat nooit. En dus liep Bolt in 9,79 seconden naar de wereldtitel, met rechts naast hem een pruttelende Gatlin, die zo gretig was om Bolt te verslaan dat hij de laatste meters verkrampte en daarmee zichzelf uitschakelde. Een beginnersfout, die Bolt nooit zou hebben gemaakt.

Levenslang profijt

Blijft de vraag hoe Gatlin op de gevorderde sprintersleeftijd van 33 jaar, na een schorsing van vier jaar, steeds sneller is gaan lopen. Zelf zegt de Amerikaan dat hij in die rustperiode zijn benen heeft kunnen sparen en zijn talenten heeft kunnen conserveren. Maar Noorse celbiologen van de universiteit van Oslo konden wel eens de ware verklaring hebben gevonden. Zij ontdekten met proeven op muizen dat anabole steroïden – zoals testosteron waarvoor Gatlin positief is bevonden – cellen voor spieropbouw blijven aanmaken. Hun conclusie: sporters die ooit steroïde hebben gebruikt blijven daar levenslang van profiteren.