Meer Nederlanders stappen dit jaar op de (nieuwe) motor

De economische crisis is ten einde, merken ook de motordealers.

De motorzaak van Berry Goedhart in Bodegraven. In twintig jaar is het aantal motoren in Nederland verdubbeld tot 652.000. Foto Maarten Hartman

Het is druk bij Goedhart Motoren in Bodegraven. Groepjes klanten bewegen zich door de gangpaden, personeel loopt gehaast heen en weer. Onophoudelijk gaat de telefoon. In een hoek van de showroom laat een veertiger zijn blik verlekkerd over rijen blinkende motoren glijden. „Tja, ik zou er wel een willen kopen, maar ik ken mezelf. De aanschaf kan ik me wel veroorloven, maar die snelheidsboetes...dat gaat in de papieren lopen.” Voorlopig bezoekt hij de showroom alleen om te dromen.

Maar niet iedereen laat het bij dromen. Het gaat weer goed met de Nederlandse motorverkoop, concludeert branchevereniging BOVAG op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de eerste zeven maanden van 2015 werden 8.463 nieuwe motoren verkocht, tegenover 7.770 in dezelfde periode vorig jaar. Een stijging van bijna 9 procent, ten opzichte van het dieptepunt in 2013 zelfs een stijging van 19 procent. In dat jaar dook de verkoop voor het eerst sinds 1987 onder de 10.000 exemplaren.

De recente stijging is extra goednieuws in combinatie met de weersomstandigheden, zegt Berry Goedhart, eigenaar van Goedhart Motoren. Lentemaand maart is traditioneel de beste voor de motorverkoop. En hoewel het dit voorjaar minder goed weer was dan in 2014 noteerde Goedhart dit jaar een stijging van zo’n 6 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Zijn bedrijf is de crisis sowieso „redelijk doorgekomen”, zegt Berry Goedhart.

Een stijging in de verkoop van tweedehandsmotoren ving de teruglopende verkoop van nieuwe motoren goed op. Het bedrijf behoort met een jaaromzet van boven de 10 miljoen euro en een winkeloppervlakte van 3000 vierkante meter tot de grootste motordealers in de Benelux. Goedhart verkoop zo’n 500 nieuwe motoren en 400 occasions per jaar. De gemiddelde klant besteedt tussen de 7.000 en 10.000 euro.

Inhaalslag

Volgens Goedhart worden sinds de crisis minder verschillende onderdelen geproduceerd. „Eerst hadden veel modellen bijvoorbeeld allemaal een eigen soort motorblok, nu hebben veel verschillende modellen hetzelfde motorblok.”

Het voordeel van deze massalere, goedkopere productie ziet de klant in de prijs terug, zegt Goedhart. Volgens hem zijn veel nieuwe modellen de afgelopen jaren niet in prijs gestegen, terwijl ze wel zuiniger, luxer en veiliger zijn geworden.

Uit de cijfers blijkt dat de Nederlandse motorrijders hun motoren tijdens de crisis niet de deur uit hebben gedaan. Het Nederlandse motorbezit was de afgelopen drie jaar redelijk stabiel: iets boven de 650.000 exemplaren. Over de afgelopen twintig jaar is sprake van een verdubbeling van het motorbezit. In 1995 waren er in Nederland 308.000 motoren, tegenover ruim 652.000 in 2015.

De meeste van die motoren zijn van Japanse makelij. Het motorbezit in Nederland wordt aangevoerd door Honda (184.000 exemplaren), gevolgd door Yamaha (117.000) en Suzuki (99.000), gevolgd door BMW (78.000) gevolgd door Kawasaki (64.000). „Nieuwe Honda’s verkopen al jaren minder goed”, nuanceert Berry Goedhart wel. „Ongeveer 90 procent van de Honda’s in Nederland is ouder dan tien jaar”.

Yamaha, de bestverkopende Japanner in Nederland, is bezig met een inhaalslag. En naar een Yamaha is ook Kelly Sal op zoek. De 26-jarige filiaalmanager van een kledingzaak is met haar broer en ouders uit Nieuwe Niedorp naar Bodegraven gereden. Broer Colin (24) kocht vorige maand bij dezelfde zaak een motor van het Italiaanse merk Aprilia.

Motorrijden zit in de familie, zegt hij, hun vader was vroeger motoragent.

De reden dat broer en zus juist nu een motor kopen heeft overigens weinig met de crisis te maken. Vooral met hun leeftijd: wie in Nederland een motorrijbewijs wil halen waarmee op alle motoren mag worden gereden, moet minstens 24 zijn. Wie op zijn achttiende begint met een motorrijbewijs, is minimaal vijf examens verder voordat hij op een motor met onbeperkt vermogen mag rijden.

‘Heropstappers’

„Jongeren wachten vaak tot hun 21e of 24e tot ze hun motorrijbewijs halen”, beaamt Berry Goedhart. Mede daardoor zijn jongeren niet de voornaamste groep klanten. De gemiddelde leeftijd van zijn klanten ligt boven de 50. „Vaak heropstappers: mensen die vroeger motor hebben gereden en er nu naar terugverlangen.”

Het beeld dat Goedhart schetst klopt aardig met de cijfers van het CBS. De gemiddelde motorbezitter is een autochtone man van tussen de 45 en 50 jaar, die in vaste dienst is. En vaak woont hij in Drenthe. In die provincie zijn er 53 motoren per 1000 inwoners. De Randstad is het meest motorluw, met Zuid-Holland als uitschieter. Per 1000 inwoners zijn daar 30 motorrijders te vinden.

De motorwinkel van Berry Goedhart staat nou juist in Zuid-Holland. Maar last heeft hij er niet van, zegt hij. „De meeste klanten komen uit een omtrek van zeventig kilometer, dus ook uit andere provincies.” Zolang het zo druk blijft heeft Berry Goedhart niks te klagen.