Kijken: dit is de eeuwenoude tempel in Syrië die er niet meer is

De nachtmerrie van archeologen is uitgekomen: de eerste tempel in de eeuwenoude stad Palmyra is opgeblazen. En dat terwijl wetenschappers er nog lang niet klaar waren met hun onderzoek.

Een deel van de tempel Baal Shamin in Palmyra. Foto AFP / Joseph Eid

Al sinds IS in mei regeert in de eeuwenoude stad Palmyra in Syrië, is men bang wat de terreurorganisatie met de oudheden zal uitrichten. Die nachtmerrie van archeologen is uitgekomen: de eerste tempel is opgeblazen. En dat terwijl wetenschappers nog lang niet klaar waren met hun onderzoek.

Het gaat om de Tempel van Baal-Shamin, een tempel die in de eerste eeuw na Christus gebouwd is en die gold als een van de best bewaarde gebouwen in de historische stad, die op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Het amfitheater in de stad vormde in juli nog het sinistere decor van een massa-executie door IS van Syrische militairen.

Palmyra, ‘de stad van duizend zuilen’ ligt in de Tadmorean-woestijn en is gesticht door koning Salomon, zo wordt geloofd. De stad lag precies op de karavanenroute van verschillende beschavingen en werd zodoende een belangrijk handelsknooppunt in de tweede en derde eeuw na Christus.

Nadat de Romeinen in het gebied aan de macht kwamen, werd de stad, die 240 kilometer ten noordoosten ligt van Damascus, een van de grootste en rijkste steden van het Romeinse Rijk. De overblijfselen van de Grieks-Romeinse en Perzische tempels, zuilen en straten werden ontdekt in 1678.

Foto AFP/Christophe Charon

Palmyra. Foto AFP/Christophe Charon

Maar pas een paar jaar geleden werd ontdekt waarom de stad, midden in een gortdroog gebied, zo welvarend kon worden. Er waren immers ook alternatieve routes, zoals de Rode Zee-route, voor de handel tussen Oost en West. Maar die was minder aantrekkelijk dan op het eerste gezicht leek, zo schreef NRC:

Doordat schepen op de Rode Zee-route door moessonregens pas later in het seizoen konden vertrekken kwamen goederen pas in het voorjaar bij de Nijl aan. Die was door laag water in de zomermaanden moeilijk bevaarbaar en handelaren moesten wachten tot september, waardoor goederen pas in de herfst in Alexandrië waren. Dat was precies het moment dat de Middellandse Zee verraderlijk begon te worden en de handel stokte.

Via de Palmyra-route arriveerden de goederen juist aan het begin van het zeilseizoen bij de Middellandse Zee. Het enige nadeel was dat de woestijn een instabiel grensgebied was waar lokale heersers voor grote sommen ‘beschermingsgeld’ vroegen van handelaren. De Palmyrezen besloten echter samen te werken met de Romeinen, de Parthen en lokale Bedoeïenenstammen, en organiseerden zo zelf karavaantochten inclusief begeleiding en bescherming dwars door de woestijn.