Kiesdrempel was lang geen thema binnen VVD

Weren minifracties leidt niet per se tot beter bestuur.

Kiesdrempel. Versplintering. Bestuurbaarheid. In het verkiezingsprogramma van de VVD kwamen de woorden in 2012 niet voor – net zomin als in die van andere (middel)grote partijen overigens. Maar sindsdien is er binnen de partij veel om te doen. Afgelopen zaterdag wenste minister Edith Schippers (Zorg, VVD) in deze krant „een behoorlijk hoge” kiesdrempel in te voeren om „de ongezonde versnippering en verlamming” in de Nederlandse politiek tegen te gaan.

Schippers vroeg zich bezorgd af of een kabinet in de toekomst nog wel „moeilijke besluiten” kan nemen met een Tweede Kamer met op dit moment 16 fracties, een senaat waar de verhoudingen anders zijn, en de mogelijkheid referenda uit te schrijven.

Eerder spraken onder andere partijvoorzitter Henry Keijzer en zijn voorganger Benk Korthals zich uit voor een kiesdrempel. Halbe Zijlstra, fractievoorzitter in de Tweede Kamer, opperde de senaat af te schaffen en op initiatief van Loek Hermans, fractieleider in die Eerste Kamer, moet er een staatscommissie komen die het hele stelsel onderzoekt.

Voorstanders van een kiesdrempel kijken met jaloezie naar Duitsland, waar de politieke stabiliteit en het gebrek aan populisme in de Bondsdag worden toegeschreven aan de drempel van 5 procent. Volgens politicologen zou dit in Nederland echter meer kwaad dan goed doen. „Een schijnoplossing”, zegt Tom van der Meer van de Universiteit van Amsterdam.

Een kiesdrempel ‘helpt’ de bestuurbaarheid pas als die op 10 procent ligt. Het vertrouwen in de politiek neemt af als het stelsel minder proportioneel is. De mogelijkheid van Kamerleden om zich van hun partij af te splitsen wordt er niet mee tegengegaan. En „het probleem in Nederland is niet dat we te veel kleine partijen hebben”, zegt politicoloog Van der Meer. „Het is dat we geen grote partijen meer hebben.”

In de Eerste Kamer is sinds de verkiezingen van mei geen partij meer met meer dan 13 (van de 75) zetels. Als een volgend kabinet in de senaat een meerderheid wil hebben, zijn voor een coalitie zeker vier partijen nodig. „Dat zijn we in Nederland niet meer gewend”, zegt Van der Meer.

Het weren van kleine partijen uit het parlement biedt echter geen oplossing voor de versplintering en moeizame bestuurbaarheid die Schippers benoemt. Van der Meer: „Het waren de afgelopen jaren juist de kleine partijen die als oliemannetje fungeerden en het kabinet hielpen.” Schippers zelf zag in de senaat haar plannen sneuvelen door dissidente stemmen binnen de coalitie.

In de Eerste Kamer werkt fractievoorzitter Loek Hermans al bijna een jaar aan een opdracht voor de commissie ‘staatsrechtelijke bezinning’. Omdat elke wijziging van de Grondwet een tweederde meerderheid in beide Kamers vergt, zoekt Hermans vooraf zo veel mogelijk steun. In de laatst uitgelekte versie van de opdracht staat geen woord over de kiesdrempel.