Kiesdrempel lost probleem van Edith Schippers niet op

Op 16 november 1976 stemde een grote meerderheid van de Tweede Kamer tegen het initiatiefwetsvoorstel van twee medeleden om bij verkiezingen een kiesdrempel in te voeren. Partijen moesten minimaal drie zetels halen om tot de Tweede Kamer te worden toegelaten, was het idee. Slechts 39 van de 150 leden bleken voor dit voorstel om de versnippering in het parlement tegen te gaan.

De initiatiefwet verdween – om de woorden van toenmalig Tweede Kamerlid Kappeyne van de Coppello (VVD) te gebruiken – naar een plek „tussen andere curiosa op de parlementaire rommelzolder”. Dingen op zolder willen er nog wel eens vanaf worden gehaald. Dit geldt zeker voor het instrument van de kiesdrempel dat met de nodige regelmaat wordt genoemd als middel om het parlement beter te laten functioneren.

Het afgelopen weekeinde was het minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) die in een vraaggesprek met deze krant een warm pleidooi hield voor „een behoorlijk hoge kiesdrempel”. Daardoor kan „ongezonde versnippering en verlamming” worden tegengegaan. De minister stoort zich aan de zestien partijen in de Tweede Kamer die zoals zij zei, „bij elk onderwerp allemaal het woord voeren”.

Het is de bekende, vermoeide verzuchting van de bestuurder die tegengeluid moet aanhoren. Los van het feit dat Schippers schromelijk overdrijft – het komt maar zelden voor dat alle zestien partijen over één onderwerp aan het woord zijn – klopt haar analyse niet. Want als er zoveel parlementaire obstructie is, hoe kan het dan dat het kabinet waar zij deel van uitmaakt zo’n enorm pakket aan hervormingsmaatregelen tamelijk ongeschonden door de Tweede en Eerste Kamer heeft weten te krijgen?

Het huidige aantal van zestien fracties in de Tweede Kamer is hoog. Maar vijf van die fracties zijn het gevolg van afsplitsingen na verkiezingen. Dan nog brengt het Nederlandse drempelloze systeem van evenredige vertegenwoordiging veel partijen met zich mee. Werkt dit verlammend? De dit jaar gekozen Eerste Kamer – die de actuele stemming onder het electoraat het best weergeeft – laat zien dat er niet zozeer sprake is van veel kleine partijen, maar van weinig echt grote partijen. Voor een meerderheid is dus brede coalitievorming nodig. Een kiesdrempel – anders dan een absurd hoge – zal dit gegeven niet veranderen.

Bovenal gelden de principiële bezwaren. Al tijdens het debat in de jaren zeventig werd gesteld dat kleine partijen de koortsmeters van de democratie zijn. Dat is veertig jaar later nog precies zo. In een parlementaire democratie moet ook de kleinste worden gehoord.