Column

Hip Amsterdam

Moesten we uitgerekend het IJ over. Zaterdagavond, in het holst van de Sail-opwinding. Het veerpontje dat Jan Rath en mij van Amsterdam-Noord naar de overkant bracht, ploegde op kousenvoeten tussen honderden plezierbootjes door. En aan de overkant, tussen het Centraal Station en de Zeedijk, schuifelden drommen mensen tussen de dranghekken waarmee de politie de crowd poogde te controleren.

2,3 miljoen toeristen en dagjesmensen hebben Amsterdam overgenomen in de afgelopen week, en dan tellen we de eerstejaars studenten nog niet eens mee. De bewoners moesten zich aanpassen aan de bezoekers – en dat is precies waar ik het met socioloog Jan Rath over wilde hebben: hoe de ene groep de andere verdringt om in de stad te wonen en hoe het stadsbestuur probeert te sturen.

De binnenstad van Amsterdam wordt ingenomen door een hoogopgeleide middenklasse, zo bleek afgelopen weekend uit een Europees onderzoek in dertien hoofdsteden. Laagopgeleiden en migranten verlaten de stad. De segregatie wordt versterkt nu de crisis op de woningmarkt voorbij is en woningbouwcorporaties sociale huurwoningen steeds vaker verkopen.

We strijken neer in Het Aapje, een van de laatste oude cafés op de Zeedijk, het Chinatown van Amsterdam. Rath wijst naar de bakkerijtjes en de winkel in mannenondergoed die in de straat zijn verschenen. Voorbeelden van overheidsingrijpen om de Wallen op te krikken. Chinese buurtwinkels en eettentjes hebben plaats gemaakt voor cappuccinocafés, gyms en brouwerijtjes. „Het moet een leuke straat voor de middenklasse worden”, zegt Rath. „Gemeenteambtenaren hebben allemaal hetzelfde boekje gelezen: hoe rol je een straatconcept uit.”

Het boekje gaat zo: men neme een niet zo florissante buurt, die laat je ontdekken door kunstenaars, zo wordt de buurt een ‘broedplaats’, daarna komen de hippe trendvolgers en ten slotte het winkelend publiek dat er weer geld uitgeeft. De oorspronkelijke bewoners van die ooit niet zo florissante buurt vinden steeds minder van hun gading in de nieuwe winkels, ze kunnen het vaak niet betalen en ze zien de (huur)prijzen van de woningen stijgen. De stad wordt als een tapijt onder hen vandaan getrokken.

Op uitnodiging van de gemeente Amsterdam kwam de socioloog met een groep onderzoekers uit Canada, Amerika, China en Japan naar de Javastraat – in de Indische buurt, een migrantenwijk.

Aan de Universiteit van Amsterdam doet Rath onderzoek naar etnische buurten en of die zelfstandig kunnen floreren. Jonge Turken en Chinezen zijn ondernemend, vooral als ze vanuit hun eigen gemeenschap opereren. Ze hebben heao gedaan en zijn belastingadviseur of middenstander, ze organiseren evenementen.

In de Javastraat hadden de stadsdeelbestuurders en straatmanagers het alleen maar over het upgraden van de straat, zegt Rath. „En daarmee bedoelden ze: het stimuleren van hippe ondernemers: een designwinkel, gezonde bakkerijtjes. Er zaten vijf kappers, dat vonden ze te veel. Het moesten er drie worden. Hoezo drie, vroeg een Amerikaanse socioloog.” Rath: „In de stad praat iedereen dezelfde taal die ze op het stadhuis zo graag horen. Zo’n Amerikaan bekijkt het met nieuwe ogen. Alsof je precies weet wat er gebeurt als je drie in plaats van vijf kappers hebt.”

Waar Rath zich aan stoort, is de onuitgesproken redenering: wat goed is voor de middenklassers is goed voor iedereen. „Ook Jan met de pet en Ali met de muts hebben recht op de stad. Als het stadsbestuur vindt dat dat niet zo is, moet men het eerlijk zeggen.”