Glorieuze acts, uitgelaten sfeer

Grote namen waren er weinig, net als pure rock. Toch was het Lowlands festival geslaagd. Onder de 140 optredens waren veel sterke Nederlandse acts, en glorieuze subtop zweepte publiek op.

Enthousiast was het publiek regelmatig op Lowlands, waar bij sommige optredens de tenten trilden.

Het gelukzalige gevoel bij Jacco Gardner, die zijn muziek uitbouwde tot een magische wereld van klank; de uitzinnigheid van het publiek al voordat rappers Sticks en Rico (eerder bekend als Opgezwolle) begonnen waren; de onderkoelde opmerkingen van de Australische anti-heldin Courtney Barnett (dat we mochten meeklappen, als we het ritme tenminste niet verstoorden); zangeres Cato van Dyck (My Baby) die een hoge noot zo lang aanhield dat het twee keer applaus opleverde.

Dit soort hoogtepunten, gecombineerd met het mooie weer, de uitgelaten stemming bij het publiek en het uitblijven van de dreigende wespenplaag, maakte Lowlands 2015 tot een ideale editie. Waarom het festival, een van de mooist verzorgde en geprogrammeerde in Europa, dan niet uitverkocht raakte (ongeveer 48.000 bezoekers in plaats van 55.000), is de vraag. De wildgroei aan festivals wordt vaak als reden genoemd. Maar wellicht is de terugval het gevolg van twee, elkaar tegenwerkende ontwikkelingen. De eerste is de concurrentie. De tweede: veel alternatieve bands lukt het een behoorlijke status te bereiken, maar blijft dan hangen in de subtop – The XX, War On Drugs, Florence & The Machine – en is daardoor ongeschikt als hoofdact voor een groot festival. Het aanbod aan top-acts als Arctic Monkeys of Foo Fighters is te klein om het programma van de vele festivals te vullen. Daardoor blijft een deel van het publiek weg.

Een van de glorieuze acts: Echosmith
Optreden Afterpartees
Foto Andreas ter Laak

De gevolgen bleken ook dit weekend: als hoofdact was uitgeweken naar oudgedienden Limp Bizkit of tiener-favorieten Passenger en Bastille – geen droomacts voor Lowlands. Opvallend is ook dat groepen als Rudimental en Major Lazer, van wie je gedurende het jaar weinig hoort, een abonnement op het festivalprogramma lijken te hebben – bij hen staat vast dat het publiek in opwinding zal exploderen.

Onder de ongeveer 140 optredende acts was de subtop glorieus vertegenwoordigd. Naast bekende festivalfavorieten als Benjamin Clementine en Lianne La Havas viel met verbazing te kijken naar het Amerikaanse Ho99o9 (spreek uit ‘Horror’): speedmetal door een drummer en twee heen en weer springende zangers, die de tent deden trillen. Maar er was geen gitarist te zien: hun jakkerende speedriffs stonden op tape. Andersom werd bij het Britse dance-gezelschap SBTRKT (Subtrakt) veel muziek live gespeeld, maar waren de gehoorde zangers afwezig. Gevangen in damp en tegenlicht op het podium, speelden de gemaskerde voorman Aaron Jerome en zijn drummer samen een vernuftig spel met ritme, echo en tribale elementen, voortgestuwd door geleende zangstemmen. Helaas was het grootste deel van het publiek op dat moment bij The Chemical Brothers, oervaders van de dynamische dance. Het duo, populair in de jaren negentig, leverde de diepst trillende bastonen van het weekend, maar maakte steeds een valse start: als de bassen aftrapten, bleef het ritme achter. Hun composities schoven pas optimaal in elkaar bij oude hits Galvanize en Block Rocking Beats aan het eind.

Het Nederlandse aandeel was geslaagd. Jacco Gardner, die weelderige instrumentaties in subtiele composities vat, speelde prachtige sixties-liedjes met desoriënterende echo’s en suizingen, voor een slaperig maar gebiologeerd publiek op de vroege zaterdag. Meer nog dan bij recente cluboptredens vond het vijfkoppige muziekbeest het midden tussen stoer en genuanceerd. Kenny B (bekend van Parijs) bracht liedjes met een grote band, die deinende Caribische klanken speelde en het concert afsloot met een reggae-ode aan ‘Pa-ra-ma-ri-bo’, ondersteund door wapperende vlaggen. Bij het optreden van My Baby, het trio van Cato en Joost van Dyck en gitarist Daniel Johnston, bleven mensen toestromen om te luisteren naar hun ingenieuze grooveclusters. My Baby giet de funk in een eigen, soepele vorm, die mede door de pulserende zang van Cato eindeloos lijkt te kunnen duren.

De afsluiter op zondagavond, Major Lazer, weet hoe je een festivalpubliek moet vermaken: met een ruige mix van raggamuffin (Jamaicaanse hiphop), hoekige beats en de sirenes als van een verkeersopstopping. Voorman/dj Diplo jutte de menigte op door - weer - in een plastic bal over het publiek te lopen, fluitjes uit te delen en gasten te laten langskomen (waaronder Ronnie Flex, met wie Drank & Drugs gespeeld werd).

Even tevoren was bij het Australische Tame Impala te zien dat een tent ook bij introverte voormannen overvol kan raken. Kevin Parker en zijn band spelen suizende psychedelica met, sinds de nieuwe cd Currents, ook wat elegante disco-intermezzo’s. De stem van Parker zweefde, de gitaarakkoorden zweefden maar de bassen waren zwaar en aards, alsof droom en werkelijkheid elkaar omstrengelden.