Column

Echte helden

Niet elke dag staat een nieuwe held op. De nieuwste heet Spencer Stone, de 23-jarige Amerikaanse militair die met zijn twee vrienden Alek Skarlatos (ook een militair) en Anthony Sadler (student), en de Britse consultant Chris Norman vrijdag in de Thalys een vermoedelijk Marokkaanse aanslagpleger overmeesterde.

Stones vrienden hadden na afloop tijdens een geïmproviseerde persconferentie geen moeite de eer te laten aan Stone, die als eerste op de dader was afgestormd. Hij moest een afstand van tien meter afleggen voor hij zich op de schutter kon storten. „Go get him”, had Skarlatos tegen zijn vriend gezegd. Kennelijk ging hij er vanuit dat Stone effectiever zou optreden dan hijzelf.

Wat was er gebeurd als niet deze koelbloedige Amerikaanse militairen in die coupé hadden gezeten, maar brave burgers als u en ik die meer spataderen dan spieren hebben? Dan was het wellicht een gruwelijk bloedbad geworden, zoals Norman zei.

Menige treinreiziger zal soms hebben gedacht als hij iets over terrorisme las of hoorde: weliswaar zijn er scherpe controles op vliegtuigpassagiers, maar hoe is het gesteld met treinreizigers? En bestaat niet het risico dat het terrorisme zich steeds meer van de zo streng bewaakte vliegvelden zal verplaatsen naar de nauwelijks beveiligde stations en treinen?

Als regelmatige treinreiziger heb ik weleens gefantaseerd over zo’n aanslag als deze dader voor ogen moet hebben gehad. Je bent als reiziger een rat in de val, was mijn conclusie. De schutter kan zich van voor naar achteren (of andersom) schietend door de trein werken en iedereen neermaaien die hem voor de voeten komt. Je mag hopen dat machinist en conducteur voldoende tegenwoordigheid van geest hebben om de deuren open te gooien; maar het zal altijd even duren voor de ernst van de situatie tot hen is doorgedrongen.

Daarom is de conclusie niet overdreven dat Stone vermoedelijk een slachtpartij van breivikachtige dimensie heeft voorkomen. Daarmee werd hij de held van een tijd waarin heldhaftigheid iets verdachts had gekregen, zoals uit de als compliment bedoelde reactie van eurocommissaris Frans Timmermans blijkt: „Echte helden, ze bestaan.’’

Waarom zouden ze eigenlijk níet bestaan? Mensen als Spencer Stone zijn er altijd geweest: moedige doeners die impulsief tot actie overgaan als zij gevaar bespeuren. Ze werden in Nederland een beetje belachelijk gemaakt, ze deden het vooral voor zichzelf, het waren romantische avonturiers die verder nergens voor deugden. Een held was iemand die straffeloos onvoorzichtig was geweest, spotte W.F. Hermans, die zelf liever straffeloos voorzichtig bleef toen de Duitse bezetter hier huishield.

Zo ontstond in de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog het beeld dat fout en goed niet bestonden – iedereen was grijs geweest. De eerste die daartegen in het geweer kwam, was Marijke Schwegman, de nieuwe directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). ,,Waar zijn de helden?’’ vroeg ze zich af bij haar aanstelling. En onderzoeker Jolande Withuis voegde een boek bij deze woorden: de biografie van oorlogsheld Pim Boellaard.

De held werd enigszins in ere hersteld. Mag hij zich nu ook op zijn heldendom laten voorstaan? Dat moet hij weten. Als Spencer Stone beroemd wil worden door in alle talkshows van de wereld te verschijnen, is hem dat gegund. Maar de reactie van collega-held Chris Norman past beter bij het laconieke imago van de ware held: ,,It was quite an experience…’’