De trein is heel moeilijk te beveiligen

De trein is een makkelijk doelwit voor terroristen. Een trein beveiligen is nou eenmaal veel ingewikkelder dan een vliegtuig beveiligen. Zou je dat wel doen, dan moet je ook trams, metro’s en bussen aanpakken.

Belgische agenten patrouilleren op het treinstation Brussel Midi/Zuid. Vrijdag stapte daar een man met een machinegeweer in de Thalys naar Parijs. Foto Francois Lenoir/Reuters

Hoe kan iemand die bij de autoriteiten bekendstaat als potentiële terrorist, doodgemoedereerd met een kalasjnikov op de Thalys naar Parijs stappen? Wat zegt dat over de veiligheid in de trein? Moeten passagiers op stations voortaan aan strenge controles worden onderworpen, net zoals op luchthavens?

Op vliegvelden is het een standaard procedure: passagiers moeten door detectiepoortjes en worden eventueel gefouilleerd, bagage gaat door een scanner met röntgenapparatuur. Reizigers zonder ticket komen niet aan boord.

Treinreizen is een heel ander verhaal. Hoewel er verschillen bestaan tussen landen en spoorwegmaatschappijen, ontbreken in Europa vaak metaaldetectors en andere scanapparatuur. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld de Spaanse hogesnelheidstreinen en Eurostar (die Brussel en Parijs verbindt met Londen) – hier vinden wél bagagecontroles plaats.

Over het algemeen kunnen passagiers in Europa vrij in- en uitstappen en mogen ze zoveel bagage meenemen als ze willen. Het maakt reizen per trein comfortabel – veiligheidscontroles zijn nu eenmaal tijdrovend – maar het brengt risico’s met zich mee. De trein is een makkelijk doelwit voor kwaadwillenden.

Dat bleek al eerder bij terroristische aanslagen in Madrid en Londen. In Madrid gingen op 11 maart 2004 bommen af in vier forensentreinen. 191 mensen kwamen om. In Londen ontploften op 7 juli 2005 vier bommen tijdens de ochtendspits, drie in de metro en één in een bus. Aantal doden: 56, onder wie de vier daders.

Wat valt eraan te doen? Of liever gezegd: valt er überhaupt iets aan te doen?

„We zijn als samenleving zó kwetsbaar”, zegt Dick Leurdijk, terrorismedeskundige van Instituut Clingendael. „De aanslag in de Thalys raakt niet alleen het internationale treinverkeer: een terrorist kan iedere trein pakken. Of bus. Of tram. Of metro. Dit soort incidenten maakt ons bewust van onze kwetsbaarheid. Het is onontkoombaar dat dan de vraag opkomt hoe ver je moet gaan met veiligheidscontroles.”

Hij weet het zelf ook niet, geeft hij onmiddellijk toe. „Ik kan me niet voorstellen dat we in het openbaar vervoer dezelfde controlesystemen gaan invoeren als op luchthavens. Dat is praktisch niet te doen. Stel je voor hoe dat moet in de spits... Met die gigantische hoeveelheden passagiers die de NS dagelijks vervoert.”

Metaaldetectoren op stations

Poortjes met metaaldetectoren noemt hij wel een optie. „Die blokkeren de doorgang niet zo. Hoe dan ook: het opvoeren van de veiligheid heeft ingrijpende gevolgen voor de vrije samenleving. Je bewegingsvrijheid wordt ernstig beperkt, terwijl: hoe groot is de kans dat jij precies in die ene coupé zit waar iemand begint te schieten?” Oftewel, de maatregelen moeten opwegen tegen het risico.

Hoe beveiligt de NS zijn treinen? De NS heeft de taak om veiligheid voor reizigers en personeel te waarborgen. „Dat gebeurt met zichtbare – politie, camera’s – en onzichtbare maatregelen”, zegt een woordvoerder van de NS. De vraag of er detectiepoortjes komen is „prematuur”. En, zegt de woordvoerder, wachtrijen bij dergelijke poortjes kunnen ook een doelwit worden voor terroristen.

Direct na de verijdelde aanslag in de Thalys kondigden Frankrijk en België extra veiligheidsmaatregelen aan. In treinen en op perrons worden extra politiemensen ingezet. De premier van België, Charles Michel, pleitte afgelopen weekend onmiddellijk voor betere controles op internationale treinverbindingen en hij wil hierover in gesprek met Nederland, Frankrijk en Duitsland.

„Onzinnig”, zegt Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit. „Waarom zou je internationale treinreizigers beter willen beschermen dan forenzen?”

Beveiligen kost veel geld

Het beveiligen van het openbaar vervoer leidt volgens Helsloot tot „een soort politiestaat”. En toegangspoortjes en controlesystemen kosten handenvol geld – een „verspilling van overheidsmiddelen”. „Dat geld kun je beter gebruiken om op inlichtingenniveau die idioten in kaart te brengen vóór ze tot hun acties overgaan en ze weer op het goede pad te krijgen.”

Honderd procent veiligheid kun je nooit garanderen, zegt de woordvoerder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dat neemt niet weg dat er voortdurend maatregelen getroffen worden om aanslagen te voorkomen. „We stellen dreigingsanalyses op. Recent hebben we nog verscherpt toezicht ingesteld voor drukbezochte plekken in Nederland, waaronder stations. Op Amsterdam CS en Den Haag CS zie je bijvoorbeeld meer politie dan voorheen.”

De NCTV weegt „continu” af of het nodig is om zwaarder geschut in te zetten en neemt het voorval in de Thalys mee in die risicocalculatie, zegt de woordvoerder. „Over de exacte maatregelen die wij treffen doen wij nooit uitlatingen. Er is een hoop wat je van de buitenkant ziet, maar er is nog veel meer wat je niet ziet.”