De strijd die niet te winnen lijkt

Het rommelt bij FC Twente. De club heeft één punt uit drie wedstrijden, na de nederlaag bij PEC Zwolle (2-1). Fans roepen om het vertrek van Alfred Schreuder, maar de trainer zal niet snel zelf opstappen.

FC Twente-trainer Alfred Schreuder na de nederlaag bij PEC Zwolle, de tweede op rij. Foto ANP/Pro Shots

De wanhoopsminuten zijn aangebroken bij een 2-1 achterstand tegen PEC Zwolle als Hakim Ziyech aanlegt voor een vrije trap vanaf ruim 35 meter. Dat is, met zijn traptechniek, geen overmoedige poging, maar de wreeftrap van de Twente-aanvoerder smoort in het stugge kunstgras van het IJsseldelta-stadion. En zo rolt zijn doodgeboren schot tergend traag het strafschopgebied binnen, gevaarloos.

Het zit niet mee bij FC Twente. Even later volgt nog een hoekschop vanuit de hoek waar Twente-supporters al ‘Schreuder rot op’ aanheffen, wat komisch had kunnen uitpakken als de rakelings voorlangs gekopte poging van invaller Jari Oosterwijk doel had getroffen voor Twente. Maar dat gebeurt niet, want het zit niet mee – en het uitvak roept onverstoord door om het hoofd van de trainer.

De 2-1 nederlaag tegen PEC Zwolle gistermiddag betekent dat Twente met één punt uit drie wedstrijden de slechtste competitiestart in dertien jaar beleeft. De parallellen met toen, 2002/3003, zijn er onmiskenbaar, inclusief financiële sores en bijna-faillissement. Behalve dat destijds trainer John van ’t Schip al in de voorbereiding zijn contract had ingeleverd, met de woorden: „Ik heb niet de kracht er weer tegenin te gaan.”

De lijdensweg van Schreuder

Woorden die huidig trainer Alfred Schreuder niet zal uiten. Hij volhardt in een gevecht dat niet te winnen lijkt, in een giftige sfeer rond de club. Schreuders passie, als in lijdensweg, is inmiddels maanden bezig, met als dieptepunt de massale spandoekenactie tegen de technische staf eind vorig seizoen.

Nu dan, de tweede nederlaag op rij. Terwijl het goedgeluimde hoofd van PEC Zwolle-trainer Ron Jans spreekt over „drive en enthousiasme” in zijn ploeg, waagt Aldo van der Laan, voorzitter van Twente, zich op glad ijs met zijn opmerking dat „sommige spelers” bij Twente „te veel met zichzelf bezig waren”.

Op zich plausibel. Geconfronteerd met de analyse van Van der Laan, zegt Schreuder het daar wel mee eens te zijn. „Natuurlijk snak ik naar 1 september”, als het transferwindow gesloten is en de spelersgroep vastomlijnd is. Er zijn nog spelers die zich in de belangstelling wanen van grotere clubs, stabielere clubs, rijkere clubs. Onrust dus.

Dat het gaat gisten in Twente de komende dagen, met de streekderby tegen het ontketende Heracles in Almelo zaterdag in het verschiet, is evident. Schreuder vindt het allemaal „heel vervelend”  voor iedereen die FC Twente een warm hart toedraagt, maar „laten we ook niet vergeten waar we vandaan komen”.

Hij doelt op de smeulende puinhoop bij de club, een liquiditeitstekort en schuldberg van tientallen miljoenen euro die hun uitwerking hebben gehad op het spelersbudget. Dat is uiteraard een verzachtende omstandigheid, maar op zijn minst ironisch is dat datzelfde financiële tekort er ook voor zorgt dat Schreuder nog op zijn plek zit. Twente kan zich moeilijk ontdoen van de coach die contractueel tot 2019 aan de club vastzit.

Schreuders onfortuinlijke begin aan zijn carrière als hoofdcoach is een aaneenschakeling van drama’s: sportief, publicitair, financieel. Toen de acute liquiditeitsproblemen van de club zich vorig seizoen openbaarden, keerden supporters zich van de weeromstuit in groten getale (ook) tegen de technische staf. De consensus: saai, zielloos voetbal.

Etterende processen

En zo openbaarden zich de etterende processen rond een trainer die kennelijk sneuvelen moet. Wie binnen de club Schreuders salaris (oplopend naar 8 ton, zo bleek) lekte naar De Telegraaf, kan niet anders dan tot doel hebben gehad het minimale draagvlak onder Schreuder aan diggelen te slaan.

Assistent-trainer Kees van Wonderen, vriend van Schreuder, wenste in zo’n klimaat niet langer te werken en vertrok deze zomer. Maar Schreuder zelf, vastberaden, boog niet en barstte evenmin. Al meldde het AD het ontslag van Schreuder al in mei, maar zover kwam het tot op heden niet.

Zo kon het dat deze zomer de rust weerkeerde en, ach, wie weet zou het nog wel goedkomen ook. Op een hete dag begin juli stond Schreuder te doceren tijdens een partij. Vanuit de middencirkel dirigeerde hij de centrale verdedigers over het veld, hoe ze moesten lopen, passen of inschuiven. Mooi beeld. Maar iedereen die je sprak in het Twentse zei: bij twee nederlagen is het weer mis.

Die zijn er nu, na vorige week de thuisnederlaag tegen ADO Den Haag (4-1). Hoe lang kan dit nog doorgaan? Een ultimatum, zoals ex-bondscoach Guus Hiddink vorig jaar eens deed voorafgaand aan de interland tegen Letland, wil Schreuder zichzelf niet opleggen. „Ik ben Alfred Schreuder, niet Guus Hiddink.”