Broersen laat op slotonderdeel medaille uit handen glippen

Voor afsluitende 800 meter bezette zij nog de tweede plaats.

Nadine Broersen zei dat ze blij was met haar vierde plaats op de zevenkamp, maar haar ogen en haar lichaam spraken een andere taal. Daarin school de teleurstelling van een gekwetste sportvrouw. Begrijpelijk als je na zes onderdelen op de tweede plaats staat en op de afsluitende 800 meter zilver en brons uit je handen laat glippen. Dan past frustratie, zeker bij de eerzuchtige Broersen.

Vierde, dat is net niet. Dat is met een misselijkmakend gevoel ruiken aan een medaille. Broersen moest het ermee doen. Succes op de zevenkamp wordt nu eenmaal bepaald door de regelmaat. En die ontbrak op één onderdeel: de 200 meter. Die verprutste ze op de eerste dag volledig. Elke keer als Broersen eraan terugdenkt wordt ze boos. Vooral op zichzelf, omdat ze geen verklaring voor haar falen kan vinden. Grimmig: „Ik schaamde me voor mijn tijd van 25,41 seconden. Op dat moment vond ik niet dat ik hier op de WK thuishoorde.”

Niet de 800 meter, maar de 200 meter heeft haar een medaille gekost, besefte Broersen. Daar ontstond het gat met de Britse wereldkampioene Jessica Ennis-Hill, de nummer twee Brianne Theisen-Eaton uit Canada en de bronzen Laura Ikaunice-Admidina uit Letland. Reparatie tegen die drie goede lopers bleek op de slotafstand te veel gevraagd. Broersen probeerde op de 800 meter nog wel in het spoor van Ikaunice-Admidina te blijven om de derde plaats veilig te stellen, maar dat lukte net niet. Broersen: „Ik kon niet meer op die laatste meters. Ik heb gestreden voor wat ik waard ben, maar dat was helaas net niet genoeg.”

Een schrale troost is dat Broersens flirt met het podium in Beijing perspectief biedt voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Rio de Janeiro. Indien fit is ze een serieuze medaillekandidate. Die fitheid is een keiharde voorwaarde, want in haar fysieke gesteldheid schuilt het gevaar, ervoer ook ze ook dit jaar weer. De revalidatie van haar gescheurde enkelband op de NK indoor in februari bracht haar net op tijd terug op het oude niveau voor hoogspringen, haar beste onderdeel, maar niet op de loopnummers. Daarvoor had Broersen te weinig inhoud kunnen kweken. En dat brak haar op zowel de 200 meter als 800 meter op.

Broersen deelde haar smart over de rampzalige 200 met trainer Ronald Vetter. Die had zich na dat falen afgevraagd of hij als coach nog was geschikt is. Als Vetter als een verklaring kon vinden is het vermoeidheid. Twee dagen meerkamp zijn slopend, zeker als daar de hitte van Beijing bijkomt. En helemaal als de organisatie een ‘gat’ in het programma laat vallen. Nu moesten de 200 meter op zaterdag en de 800 meter van zondag na een middagpauze worden gelopen. Dat zijn meerkampers niet gewoon en het past niet in hun fysiologisch ritme. Broersens commentaar op de programmawijziging droop van het cynisme: „Ben je ’s ochtends vanaf zes uur in touw, mag je ’s middags naar het hotel om te rusten om ’s avond nog 200 of 800 meter te lopen, nou geweldig.”

In het spoor van Broersen, die een puntentotaal van 6.491 scoorde, leverde WK-debutante Nadine Visser (20) een bevredigende prestatie. Zij werd achtste met 6.344 punten en viel vooral op met haar zege op de 100 meter horden. Daarin scherpte ze haar persoonlijk record van 12,97 aan tot 12,81 seconden en schurkt ze steeds dichter aan tegen het Nederlands record (12,77) van Marjan Olyslager.

Anouk Vetter (22) werd, met een een lichte enkelblessure, twaalfde met 6.267 punten, een resultaat waarmee de WK-debutante heel goed kon leven.