Voor perfectionisme heb ik geen tijd meer

De een holt van conflict naar conflict, de ander krijgt soms het verwijt onzichtbaar te zijn. Toch herkennen Emilie Gordenker, directeur van het Mauritshuis, en minister Edith Schippers (Volksgezondheid) veel in elkaar. „Ik ben hier toevallig en ik heb een missie”.

Foto: Lars van den Brink

Met drie zoenen en een vervolgafspraak nemen Edith Schippers en Emilie Gordenker na ruim zes uur praten afscheid van elkaar. „Het is niet bepaald ‘de grote confrontatie’ geworden”, zegt Schippers. Ze lacht luid en aanstekelijk – zoals regelmatig deze avond.

Het had ook anders kunnen lopen tussen de VVD-minister van Volksgezondheid die naar eigen zeggen soms „een überbitch” wordt gevonden, en de directeur van het Mauritshuis, die „grote moeite” heeft gehad met „de manier waarop” de VVD rigoureus op de kunst bezuinigd heeft. Ze wisten zelf niet zo goed wat ze van hun eerste ontmoeting moesten verwachten. Maar ze hebben ervoor gekozen elkaar niet al te ver uit de tent te lokken. Ze vinden elkaar vooral in hoe hun carrières zijn verlopen: schijnbaar recht omhoog, maar zonder vastomlijnd plan of doel. Ze zijn allebei vijftig en zeggen niet te weten wat ze na hun huidige baan willen. „Premier?”, zegt Schippers als de onvermijdelijke vraag haar gesteld wordt. „Ik weet écht nog niet wat ik later wil worden.”

Edith Schippers was graag blijven slapen, maar moet de volgende ochtend vroeg met het kabinet vergaderen over de begrotingen van volgend jaar. Voor het eerst in jaren zijn er meevallers te verdelen. Vlak voordat ze vertrekt, laat Gordenker haar visitekaartje in de handtas van de minister glijden. „Ik stop dit even in je tas.”

Schippers pakt die van de grond en begint erin te grabbelen. „Jij bent zó georganiseerd. Ik zou nu ook een kaartje moeten hebben...” Het blijkt onvindbaar. „Nou ja. Helaas. Maar we spreken elkaar. Die rondleiding gaan we doen”, zegt Schippers, voor ze in haar auto met chauffeur stapt.

Gordenker was die middag in haar Mini als eerste gearriveerd op landgoed Het Roode Koper in Ermelo. Ze heeft een jong gezicht met zwart haar en felle blauwe ogen. In haar leren jasje en op bijpassende lichtblauwe ballerina’s, was ze door het hotelpersoneel voor een van de journalisten aangezien. „Mensen kunnen mij vaak niet plaatsen”, zal zij later vertellen. „Dat heeft zo z’n voordelen.”

Schippers arriveert precies om vijf uur op het terras. Ze draagt een bordeauxkleurige jurk met bijpassende lippenstift. Ze is al meteen herkend door mensen die „de minister” fluisteren, maar stelt zich toch maar netjes voor. „Hallo, ik ben Edith Schippers!” Ze zet haar zonnebril op en legt haar telefoon voor zich op tafel, maar hoe vaak zich met een zacht piepje ook nieuwe berichten aandienen, ze kijkt er de hele avond niet naar om. Het liefst was ze „super casual” in haar spijkerbroek gekomen, vertelt ze later, als ze op de foto moeten. „Maar dat heb ik toch maar niet gedaan, want bij een museumdirecteur denk je toch aan een sjieke dame in een mantelpakje.” Weer die klaterende lach. Ze bestelt cola light, Gordenker muntthee.

Kantoor met dakterras

Schippers en Gordenker zijn even oud. Ze hebben de top in hun vakgebied bereikt. En ze zijn op vrijdag „bijna buren”, zegt Schippers. Ze kijken in Den Haag uit op dezelfde Hofvijver: Schippers vanuit de Trêveszaal, waar ze nu bijna vijf jaar wekelijks vergadert met de ministerraad. Gordenker vanuit haar kantoor met een dakterras, in de nieuwe vleugel van het museum waar ze sinds 2008 de scepter zwaait.

Met enige gêne bekent Schippers dat zij sinds de heropening van het Mauritshuis, vorige zomer, nog niet in het zeventiende-eeuwse stadspaleis is geweest. Ze kon niet toen het hele kabinet op bezoek ging en daarna „kwam het er niet van”, hoe vaak ze er ook langs loopt. „Maar ik heb gehoord dat het héél mooi is geworden.”

Dat de minister niet is komen kijken, vindt Gordenker „verbazingwekkend”. Maar dat zegt ze pas de volgende ochtend, als Schippers er niet bij is. Na de kennismaking legt zij uit waarin een klein museum groot kan zijn. Ze vertelt over de ingrijpende verbouwing die zij als directeur leidde („op tijd en binnen budget”). Over de reizende tentoonstelling van Vermeers Meisje met de Parel, die met 2,2 miljoen bezoekers een wereldwijd succes was. Over hoe ze met moderne snufjes jongeren naar het museum probeert te lokken (apps, 3D-reproducties). Over een experiment met een hedendaagse kunstenaar. Ze heeft zelfs promotiemateriaal van het Mauritshuis bij zich en wil daar graag mee op de foto.

Gordenker is niet dol op persoonlijke publiciteit. In haar eerste zes jaar als directeur gaf ze nauwelijks interviews. Dat doet ze alleen als het functioneel is. „Ik vind het mijn taak om uit te leggen waarom die oude, donkere schilderijen nog steeds relevant zijn, maar ik had er geen rekening mee gehouden dat een directeur van een culturele instelling in Nederland zelf zo zichtbaar moet zijn.” Uitnodigingen voor dit soort interviews met fotosessies zouden in andere landen niet vaak voorkomen. Ze praat het liefst over de inhoud van haar werk en het belang van haar museum. Daar gaat het om, niet om haar. „Ik wil graag van je horen hoe jij daar mee omgaat”, zegt ze tegen Schippers.

Die heeft ook moeten wennen aan alle media-aandacht, die voor een minister natuurlijk nog vele malen groter is. „Toen ik aantrad heb ik vijf foto’s laten maken en gezegd: daar kunnen de journalisten uit kiezen. Hahahaha, zo bleek het niet te werken.” Maar zij heeft, zo blijkt duidelijk tijdens het gesprek, als politicus geleerd dat persoonlijke verhalen óók functioneel kunnen zijn om je boodschap aan de man te brengen.

Schippers vertelt over haar „tamelijk turbulente jeugd” met gescheiden ouders met allebei een nieuw gezin. Ze verhuisde als meisje van Dordrecht naar een piepklein dorp in Drenthe, waar ze opviel als enige ‘westerling’. Ze trok zich daar niet veel van aan. „Ik was een paardenmeisje. Veel meer bestond er niet.” Paarden waren niet zomaar een hobby, zes dagen per week werd ze „gedrild” door haar stiefvader en het liefst was ze professioneel amazone geworden. „Maar daarvoor moet je óf heel veel geld hebben, óf veel talent. Daar ontbrak het allebei aan.” Dus besloot ze na de havo toch maar het vwo af te maken en in Leiden politicologie te gaan studeren.

Gordenker werd geboren in het Amerikaanse Princeton, waar haar vader hoogleraar politicologie was. Ze spreekt accentloos Nederlands dankzij haar Haagse moeder, zomers in Zeeland en één jaar lagere school hier, tijdens een sabbatical van haar vader. Ze groeide op in een intellectuele, elitaire omgeving, waar ze op school wedijverde met kinderen van Nobelprijswinnaars. Ze ging na school meteen Ruslandkunde studeren aan Yale en kreeg vervolgens een beurs om daar aan Columbia University mee door te gaan. Tot ieders verbijstering sloeg ze die af, en ging in New York in de kledingzaak Bloomingdale’s werken.

Die ervaring had zij nodig, vertelt ze, om te bedenken wat zij echt wilde: kunstgeschiedenis studeren. Ze promoveerde op kleding in de portretten van de zeventiende-eeuwse schilder Anthony van Dijck. Later werkte ze als curator in Schotland, waar ze werd benaderd door het Mauritshuis. „Mijn cv ziet er niet uit”, zegt ze. Onzin, vindt Schippers. „Je cv ziet er hartstikke leuk uit. Avontuurlijk!”

Het avontuur kreeg Gordenker van huis uit mee. Haar vader nam het gezin steeds mee als hij elders onderzoek ging doen: naar Zwitserland, Oeganda, Zuid-Afrika. „Mijn ouders namen mij in de jaren zeventig mee naar het township Soweto, om te kijken hoe mensen daar wonen. Ze prentten mij in: realiseer je wat je hebt. Er bestaan weinig zekerheden.”

Carrièrebitches

Schippers veert op. Ze zegt dat reizen haar passie is. „Ik kom net terug van vakantie in Albanië. Wie gaat er nou naar Albaaaanië? Maar ik houd van landen die in opkomst zijn en waar niet alles is dichtgeregeld.”

Tijdens haar opleiding studeerde ze een half jaar aan „een hele linkse universiteit” in New Delhi. „Ik deelde een kamer in een hostel met een andere student. Bed, kast, bureau, meer hadden we niet.” Life changing noemt Schippers die ervaring. „Anders dan in Leiden werd daar keihard geknokt om vooruit te komen. Een zeven was in India niet genoeg. Zo kon je je later niet onderscheiden voor de schaarse banen.” Ze is zo dol op het land dat „ik me kan voorstellen dat ik ooit een bedrijf in Delhi begin”. En nee, dat is echt geen loze praat van de minister.

Het is tijd voor het diner. De ober serveert een amuse met artisjoksoep en een gruyèrestengel en schenkt een glas champagne in. De vrouwen wisselen allergieën en dieetwensen uit waarmee we de keuken vanavond hebben opgezadeld. Dan brengt Gordenker voorzichtig de problematische bezuinigingen in de kunstsector ter sprake. Het Mauritshuis redt het nog wel, zegt zij, en kleine lokale instellingen met vrijwilligers hopelijk ook. „Maar het middensegment is weggeslagen. Ik begrijp dat er in de economische crisis iets moest gebeuren, maar de gevolgen zijn nog niet allemaal doorgedrongen in Den Haag.”

Schippers, die namens de VVD onderhandelde voor het gedoogkabinet dat in 2010 fors sneed in kunstsubsidies, vraagt geïnteresseerd door: „Op welke gevolgen doel je?” Gordenker: „Dat orkesten geen doorstroom meer hebben. Topmusici pluk je niet van een boom, die moeten het leren en dat kan niet zonder voorzieningen.”

Wordt dat niet met internationaal talent opgelost, vraagt Schippers. Daarbij is het probleem weer dat bijvoorbeeld het Concertgebouworkest „moeilijk de salarissen kan betalen om de beste mensen aan te trekken”, legt Gordenker uit. Schippers vraagt of ze alternatieven heeft geprobeerd: het aanboren van sponsors, mecenassen en nieuwe doelgroepen. „We doen niet anders”, zucht Gordenker, maar het gesprek wordt nooit onaangenaam. Gordenker spreekt Schippers niet persoonlijk aan op het kabinetsbeleid maar heeft het over ‘de overheid’.

We komen terug op hun eigen carrières en de eeuwige vraag voor Schippers: wordt zij de eerste vrouwelijke premier van Nederland? Ze glimlacht. „Iedereen vraagt me of ik premier wil worden, maar daar ben ik helemaal niet mee bezig. Ik heb nog nooit aan carrièreplanning gedaan. Mensen geloven het niet. Maar het is écht zo. Ik heb altijd een zekere onthechting gehad in mijn leven. Ik heb niet de behoefte mij vast te leggen.”

Bovendien, zegt ze: de verkiezingen zijn pas in 2017. „Het daar nu over hebben is net zoiets als wanneer je op een borrel met iemand praat en die kijkt de hele tijd over je hoofd of er niet een belangrijker iemand is. Daar heb ik een hekel aan.” Gordenker neemt het voor Schippers op: „Die vraag kán ze toch niet beantwoorden.”

Schippers heeft sowieso bedenkingen bij het premierschap. Het geduld en de tomeloze energie van Mark Rutte heeft zij niet. „De huidige premier is 24/7 in touw, maar Edith Schippers zou dat nooit kunnen. Die is moeder van een dochter die haar moeder erg nodig heeft.”

Eva werd bijna elf jaar geleden geboren. Schippers was veertig. Gordenker was ongeveer even oud toen ze haar huidige, Nederlandse, echtgenoot ontmoette in Schotland. Ze zwijgt er in gesprek met Schippers over, maar zegt de volgende ochtend dat ze het toen „te laat” vond om nog aan kinderen te beginnen. „Een eerste kind na je veertigste? Doodeng.” „Het is er niet van gekomen, daar rouw ik niet om.” Door haar kinderloosheid maakt ze op anderen soms de indruk dat ze „een carrièrebitch is die alleen maar met zichzelf bezig is. Ik ben het tegenovergestelde”.

Schippers kent een vergelijkbaar oordeel over werkende moeders. „Ik hoorde op een boekpresentatie van het bestaan van de ‘schoolpleinmaffia’ die kwaadspreekt over moeders met een carrière. Nou, ik haal mijn kind nooit van school, dus ik ken die maffia niet. Dan heb ik er ook geen last van”, zegt ze opgewekt.

Perfectionisme

Het gesprek spitst zich toe op wat vrouwen allemaal kunnen en willen en de voorbeeldrol die zij daar zelf in hebben. Gordenker: „Ik ben van de generatie die dacht dat we het allemaal konden: werk, succes, perfect gezin... maar in de praktijk valt het tegen.” Schippers is het met haar eens: „Je kunt niet alles hebben: een topcarrière, een druk sociaal leven, tentoonstellingen afgaan, sporten, slank en gezond zijn. Je ziet bij veel jonge vrouwen dat ze een burnout krijgen omdat ze alles perfect willen doen.”

Perfectionisme moet je loslaten als je de top bereikt, hebben beiden geleerd. „Dat overleef je niet. Daar heb je geen tijd meer voor”, zegt Gordenker. „Maar ik heb het wel moeten leren. Er komt een moment dat je denkt: het is misschien niet zoals ik had gewild, maar het is ook niet helemaal mis gegaan.”

Schippers is optimistisch over de werkgelegenheid voorr vrouwen. „Dat gaat in Nederland hartstikke goed.” Gordenker: „Nou, behalve in topfuncties.”

Schippers: „Ik heb ambtelijk een paar heel goede vrouwen benoemd, maar ik heb er wel heel hard naar moeten zoeken. Ze dienen zich niet als eersten aan.” Zelf werd ze minister door hard te werken en aan te dringen. „Ik heb er altijd moeite mee als we in Nederland spreken van een glazen plafond. Mijn ervaring is dat vrouwen niet willen als je hen benadert. Allemaal leuk en aardig, die balans tussen werk en privé, dat respecteer ik allemaal. Maar dan moet je vervolgens niet raar opkijken dat als de man zes dagen werkt en jij drie, híj die topfunctie krijgt.”

Gordenker zegt dat ze toen ze naar Nederland kwam „verbijsterd” was hoeveel mensen haar aanspraken op het feit dat de nieuwe museumdirecteur een vrouw was. „Ja, dat weet ik zelf ook wel!” Schippers giert het uit.

Gordenker: „Het ligt aan vrouwen, maar ook aan de verwachtingen van de maatschappij in Nederland. Het is heel erg van: als je kinderen hebt moet je thuis zitten of je bent meteen, wat zei je ook alweer, de überbitch.” Schippers: „Ik ben er zelf niet gevoelig voor als mensen zeggen: wat een schande dat je zoveel werkt, want waarom heb je dan een kind. Dan zeg ik, ja, nou, daarom, want het gaat hun niets aan. En andersom vind ik ook niet dat ik anderen moet aanspreken op de keuzes die ze maken.”

Als minister van Volksgezondheid is ze meer bezig haar keuzes te verdedigen. „Toen ik begon zaten we in een ongekend diepe crisis, terwijl de zorgkosten maar bleven oplopen. Ik moest meteen ingrijpen, juist om te zorgen dat de zorg voor iedereen toegankelijk blijft.” Maar die „missie” is niet eenvoudig: of het nu in een fel debat in het parlement is, of bij de bakker, ze wordt altijd op haar beleid aangesproken. „Mijn dochter doet liever boodschappen met papa. Mijn man werkt in de zorg, dus die wordt ook wel eens op mijn beleid aangesproken. Bij mij is het: you love her or you hate her. Daartussen zit weinig.”

Soms gaan de verwensingen heel ver. „Ik wil mijn ogen er niet voor sluiten. Eens in de zoveel tijd google ik wat er allemaal over me gezegd wordt. Dan kom je echt in een open riool. Het hielp erg toen ik een paar actrices zag die voorlazen wat zij op Twitter naar hun hoofd geslingerd kregen. Toen dacht ik: ze hebben het over mij. Precies hetzelfde!”

Gordenker ziet er ook positieve kanten van: „Gelukkig dat mensen je aanspreken. Dat betekent dat ze opletten, naar je kijken. Maar het zou niets voor mij zijn.”

Als museumdirecteur ligt zij minder in de vuurlinie, maar heeft ze ook te maken met – in haar ogen soms onterechte – kritiek. Bij de heropening van haar museum las ze in de krant dat ze „onzichtbaar” was, terwijl ze met de halve collectie de wereld over was geweest. Sommige mensen verbaasden zich erover dat ze niet direct na haar aantreden een grote aanschaf deed. „Ik ben als nieuwe directeur van buiten bewust voorzichtig begonnen. Waarom zou ik snel een schilderij kopen om mijn ‘stempel te drukken’? Wat een agressieve uitdrukking.” Ze was niet gekomen voor de aandacht van buiten. „Ik was vooral benieuwd wat de conservatoren van mij zouden vinden.” Maar ze vindt het niet erg om anders te zijn. „Ik ben altijd een buitenbeentje geweest. Dat geeft ook veel vrijheid om je eigen weg te kiezen.”

Kiesdrempel

We zitten in de serre van het landhuis in Ermelo, waar de ober niet meer onderbreekt om te vertellen wat we eten. Bij het voorgerecht wil hij iedereen wijn inschenken, maar Schippers houdt haar hand boven haar glas. Ze heeft „liever nog een prosecco”. Gordenker schenkt iedereen water bij.

Amerika komt regelmatig ter sprake: Gordenkers thuisland waar Schippers door haar werk vaak is. „Als ik vroeger kwam, ging het altijd alleen over de zorg of innovaties, nu heeft iedereen het over de politieke wurggreep waarin Democraten en Republikeinen elkaar houden.”

Gordenker: „Heel eng is dat. Het loopt totaal uit de hand, het Congres maakt daar geen wetten meer.”

Schippers: „In Amerika is de politiek totaal verziekt en in Nederland dreigt dat ook. We hebben nu zestien partijen in de Tweede Kamer, die bij elk onderwerp allemaal het woord voeren. Als je iets voor mekaar wilt krijgen moet je daar eerst in de coalitie voor knokken, dan moet je met vijf of zes andere partijen – ik zie het voorlopig niet minder worden – water bij de wijn doen om het door de Eerste Kamer te krijgen. En als dat gelukt is krijg je nu ook te maken met de referendumwet die is aangenomen. Zeker met een onderwerp als de zorg, dat zo dicht bij mensen staat, kan een maatregel dan alsnog mislukken.

„Als een paar partijen ergens fel tegen zijn, is er zo een referendum georganiseerd. Je kunt daarin niet uitleggen wat de consequenties zijn en de alternatieven, want daar leent een referendum zich niet voor. Je kunt mensen alleen vragen: wil je houden wat je hebt, of iets krijgen wat je niet kent. Moeilijke besluiten nemen wordt steeds lastiger.”

Gordenker bekent dat ze niet elke partij-afsplitsing in de Nederlandse politiek nauwlettend volgt. Ze luistert aandachtig.

Schippers noemt het „een godswonder dat we een minister-president hebben die op een of andere manier alles zo aan elkaar kan binden dat het systeem nog functioneert. Maar of dat in de toekomst ook zo gaat, dat er oppositiepartijen zijn die constructief zijn en het landsbelang dienen, dat moet ik nog maar zien.” Ze ziet het somber in en wil „de ongezonde versnippering en verlamming” in Nederland tegengaan met een „behoorlijk hoge kiesdrempel” waardoor kleine partijen niet meer in de Tweede Kamer kunnen komen. Rutte heeft gezegd dat hij de wisselende meerderheden geen probleem vindt. „Ik schat dat anders in. Er zijn vast mensen die zeggen: moet je je daar als minister van Volksgezondheid wel mee bemoeien? Is dat eigenlijk wel de kabinetslijn? De partijlijn? Nee. Maar ik vind het wel. Ik ben ook blij dat een staatscommissie zich over ons stelsel gaat buigen.” Voor het afschaffen van de senaat, die vorig jaar Schippers’ plannen blokkeerde, pleit ze niet.

Met haar pleidooi voor een kiesdrempel zal ze zich niet populair maken bij de kleine, christelijke partijen als de SGP en de ChristenUnie die het kabinet de afgelopen jaren steeds te hulp schoten. „Ze doen het goed in de peilingen, dus misschien halen ze de drempel wel, en anders kunnen ze ook een alliantie met elkaar aangaan.”

Gordenker knikt instemmend, maar waagt zich niet aan een discussie als die niet over haar eigen vakgebied gaat. Ze heeft moeten wennen aan het Nederlandse systeem; alles wordt in coalities uitonderhandeld, maatregelen van de overheid zijn moeilijk voorspelbaar. „In de cultuurbezuinigingen stond zelfs het behoud van erfgoed ter discussie. Alles was gericht op de korte termijn.”

Dat kan ook weer voordelen hebben, zegt Schippers met een knipoog. „Dat kabinet dat zo in de kunst sneed, zat er na twee jaar al niet meer.” Ze blijft erbij dat het belangrijk was dat flink de bezem gehaald werd door de culturele sector. „Ik vond die cultuurinstellingen een in zichzelf opgesloten wereldje. Van de elite voor de elite, met de bezoeker als een onwenselijke interruptie. Deed me denken aan een aflevering van Yes, minister, waarin bleek dat het beste ziekenhuis van het land een ziekenhuis zonder patiënten was.” Gordenker wil juist mensen binnenhalen, maar benadrukt dat onderzoek in de kunst óók belangrijk is.

De toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, Obamacare, leiderschap, het komt allemaal ter tafel. Ze zijn allebei vol van 3D-printers en andere technologische innovaties. Ook praten ze uitvoerig over hoe ze hun organisaties, het Mauritshuis en de VVD, opnieuw hebben moeten uitvinden. Gordenker vond inspiratie in de commerciële strategie en marketing van een multinational als Disney om haar museum bij de tijd te brengen. Schippers ging, toen haar partij bijna ten onder ging aan de strijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk, op bezoek bij strategen van andere partijen in de verdrukking. Ze noemt dat de moeilijkste periode uit haar carrière.

Overwoog ze nooit om de politieke slangenkuil te verlaten? Eén keer. Nadat ze in de jaren negentig voor de VVD-fractie had gewerkt, was ze lobbyist geworden bij VNO-NCW. Toen werd ze voor de verkiezingen van 2002 gebeld door de partijtop: wil jij op de lijst, want we hebben goeie vrouwen nodig en die kunnen we niet vinden. „Ik weet niet precies hoe ze dat bedoelden: we kunnen geen goede vrouwen vinden, dus we komen bij jou?” Uit plichtsbesef zei ze ja en toen kwam ze op plek 55 op de kieslijst. „Ik voelde me zó besodemieterd: je komt een beroep op me doen en dan zet je me zo laag. Toen dacht ik: zak er lekker in.” Maar vrij snel daarna dacht ze „ik laat me ook niet wegsturen”. Binnen een paar maanden waren er weer verkiezingen en kwam ze in de Kamer.

Ze zegt niet te hechten aan haar politieke loopbaan. „Ik ben hier toevallig en ik heb een missie, dus dat noemt men een politieke carrière. Maar als het morgen voorbij is, zal ik die auto met chauffeur niet missen.”

Gordenker: „Ik kan me heel erg vinden in dit verhaal. Ik heb grote ambities, maar niet zozeer voor mijn eigen carrière.” Het Mauritshuis plukte haar, een jonge curator, weg bij de National Gallery of Scotland in Edinburgh. De keuze om directeur te worden was een spannende. „Ik had op mijn bek kunnen gaan.”

Anatomische les

De volgende ochtend bij het ontbijt zegt Gordenker dat ze onder de indruk was van Schippers. „Ze beheerst haar vak goed. Weet wat ze wil. En ze krijgt ook nog eens veel op zich af, door haar positie.” Ze spreekt de hoop uit dat ze zelf genoeg heeft ingebracht. „Volgens mij ben ik wel openhartig geweest”, zegt Gordenker, bij een roerei en yoghurt met aardbeien.

De voorafgaande avond had ze verteld over de rol die haar vader speelt, nu pas vertelt ze over haar moeder, die aan kanker overleed toen Gordenker 19 was. „Het verklaart, denk ik, waarom ik pas zo laat mijn draai heb gevonden. Ik kon goed studeren, maar onder andere omstandigheden was ik waarschijnlijk eerder gestopt met die Ruslandkunde. Nu had ik het gevoel dat ik moest doorgaan om te overleven.”

Haar voornaamste doel is nu het beste uit het Mauritshuis te halen. En dan is het lastig te verkroppen dat deze minister nog niet is langs geweest. Daarom heeft ze met Schippers afgesproken dat zij haar een rondleiding geeft langs alle schilderijen die met zorg te maken hebben: van de Anatomische les van Rembrandt tot De kiezentrekker van Jan Steen.

Schippers was er helemaal voor in. „En dan gaan we daarna gezellig koffie drinken op dat privéterras van je”, zei ze vlak voor haar vertrek.