Syrische grens is voor Israël onoverzichtelijk

De afgelopen dagen beschoten Israël en Syrië elkaar met raketvuur. Het gevaar van verdere escalatie is reëel.

Israëlische soldaten na een raketaanval donderdag dichtbij de grens met Libanon. Foto Reuters

Ineens vonden duizenden mensen in Noord-Israël, onder wie veel toeristen, zichzelf terug in schuilkelders. Twee raketten vanuit Syrië kwamen donderdagavond in Galilea neer, en nog twee in het door Israël bezette deel van de Golanhoogte. In dat laatste gebied gebeurt dat weleens vaker, bijvoorbeeld door een afzwaaier van strijdende partijen binnen Syrië. Maar deze keer landden de projectielen te diep in Israël om nog te kunnen spreken van een ongelukje.

Ook al veroorzaakten de raketten alleen materiële schade, de Israëlische reactie was fel. In de nacht van donderdag op vrijdag werd een aantal bombardementen op Syrisch grondgebied uitgevoerd, en vrijdagochtend volgde er een luchtaanval op een auto waarin de daders zouden hebben gezeten. Zeker vijf mensen kwamen hier in totaal bij om.

Aan de meeste fronten weet Israël wie zijn vijanden zijn – Hamas in de Gazastrook, Hezbollah in Zuid-Libanon. Maar langs de grens met Syrië is de situatie volstrekt onoverzichtelijk. De ‘shi’itische as’, een combinatie van het Syrische regime van president Assad, Hezbollah en Iran, vormt de grootste bedreiging, gevolgd door de jihadisten van IS en Jabhat al-Nusra. En dan zijn er nog Druzenmilities en het Vrije Syrische Leger.

Wie van al deze groepen, de één een nog grotere vijand van Israël dan de ander, heeft de aanval met de raketten op zijn geweten? De Israëlische premier Netanyahu draaide er niet omheen: volgens militaire inlichtingen zat de Palestijnse terreurgroep Islamitische Jihad erachter, gesteund door Iran. Al tijdenlang verzet Netanyahu zich tegen de nucleaire overeenkomst die zes wereldmachten met Iran sloten. Het raketvuur van donderdag stelde hem in de gelegenheid om de wereld nog maar eens te vertellen waartoe Iran in staat is.

Escalatie

Ook vicevoorzitter Ron Gilran van de Levantine Group, een geopolitiek consultancybureau in Tel Aviv, vermoedt Iraanse betrokkenheid bij de raketaanvallen. Volgens hem is het de bedoeling van de shi’itische as om Israël te provoceren en een reactie uit te lokken. „Al zijn ze niet uit op een grootscheepse escalatie. Daarvoor hebben ze het te druk met de strijd in Syrië.”

Israël, zegt Gilran, wil door de felle reactie laten zien dat het niet met zich laat sollen. Ook al zouden beide partijen zich voorlopig koest houden, volgens Gilran lopen ze het risico dat de situatie alsnog uit de hand loopt. Hezbollah zou, vooral door de contacten met Iran, beschikken over vijftigduizend raketten, veel meer dan Israël er uit de lucht zou kunnen schieten.

Uiteindelijk heeft Israël één doorslaggevend belang, aldus Gilran: de situatie aan de Syrische grens stabiel houden. Volgens sommigen zou dit inhouden dat Israël, in zijn strijd tegen Assad, Hezbollah en Iran, af en toe steun verleent aan strijders van IS en Jabhat al-Nusra.

Onzin, zegt Gilran. „Israël heeft uit humanitair oogpunt weleens een gewonde rebellenstrijder toegelaten tot een Israëlisch ziekenhuis, maar ik geloof niet in grootschalige samenwerking. Door de brutaliteiten van IS wordt al-Nusra nog weleens betiteld als gematigd, maar laten we niet vergeten dat dat ook gewoon een filiaal van al-Qaeda is.”

Een enkele keer, zegt Gilran, zou het in Israëlisch belang kunnen zijn om een ad hoc samenwerking met gematigde rebellen aan te gaan. „Maar over het algemeen geldt: geen van deze groepen houdt van Israël.”