Schuddend enschreeuwend openbaart zich deslangengeest

Het wintigeloof werd in Suriname vooral heimelijk beleden, uit angst voor de kerk en het verlies van sociale status. Dat lijkt nu te veranderen.

Dansers van Akata Kondre, de groep rond spiritueel leider Ramon Mac Nack. Foto Ranu Abhelakh

Ramon Mac Nack is Ramon Mac Nack niet meer. De met witte klei beschilderde man die bevend en prevelend op een krukje zit, is niet de spiritueel leider van een paar minuten geleden, maar een watra wenu, de geest van een waterslang. In het kromanti, een oude Afrikaanse taal, spreekt hij zijn toehoorders toe op de voormalige Surinaamse plantage Tempoca. De waterslang deelt reinheidsgeboden uit.

De groep rond spiritueel leider Ramon Mac Nack, Akata Kondre, bereidt zich voor op een belangrijke reis naar Nederland en Ghana. Ze oefenen de puru fyo fyo, een heilig verzoeningsritueel om verschillende volkeren via de geesten in het reine brengen met het slavernijverleden. „Met de slavenschepen zijn entiteiten meegereisd”, zegt John Courtar, lid van Akata Kondre. Entiteiten zijn Afrikaanse geesten zoals de watra wenu. „De slavenhandel heeft gezorgd voor spanning tussen zwart en wit, maar ook tussen zwarten onderling, want ook het Ghanese Ashanti-volk handelde in slaven. De fyo fyo (een straf van de geesten) blijft generaties lang in de familie. Op deze reis willen we die opheffen.”

Enkele uren eerder, toen Mac Nack Mac Nack nog was, heette hij zijn gasten hartelijk welkom. „Winti is tolerant naar elk geloof en naar elke kleur.”

In het midden van de tent hangt een foto van president Bouterse, lid van de pinkstergemeente. In verkiezingstijd vereerde hij Akata Kondre met een bezoek. ‘Ik reken op jou!’, staat er onder zijn portret.

Ongeveer twintig mannen en vrouwen, blootsvoets en gehuld in de kleuren rood, blauw en wit, drummen, dansen en zingen urenlang in het bos. Mac Nack bereikt een staat van trance, al schuddend en schreeuwend via de drie meter lange agida-drum waarin de slangengeest huist. Eenmaal in trance mag iedereen met de waterslang spreken, ingewijde of niet, als je maar een doek omslaat in de kleuren van de slangenwinti.

De openheid waarmee in 2015 in Suriname over winti wordt gesproken, is nieuw. Net als in de meeste omliggende landen met een slavernijverleden, werd het van oorsprong Afrikaanse geloof altijd heimelijk beleden. Dat gebeurde uit angst voor represailles, of een slechte naam. Het koloniale bestuur en de kerk bestreden de ‘afgoderij’ te vuur en te zwaard. Tot 1971 waren wintirituelen bij wet verboden.

„Pas sinds een jaar of tien slijt het maatschappelijk taboe”, zegt wintideskundige Julien Zaalman. Met zijn stichting Tata Kwasi ku Tata Tinsensi streeft hij naar acceptatie van winti, ook bij instanties. Eerder lukte het om winti-huwelijksambtenaren en geestelijke gidsen in ziekenhuizen en gevangenissen te laten benoemen, maar het belangrijkste wapenfeit is de inwijding van de okomfo, een nationale wintipriester.

Zaalman: „Winti vindt vaak plaats in besloten gemeenschappen, maar de overheid wil een officieel aanspreekpunt, iemand die zichtbaar is. De okomfo kan bijvoorbeeld leden van de regering beëdigen voor Anana, de winti-oppergod.”

Dorenia Babel, de kersverse okomfo, was tot 2012 nog voorganger in de kerk. Babel: „Ik was een van de populairste voorgangers, omdat ik mijn werk deed vanuit levensbeschouwelijk perspectief. Naast God richtte ik mij ook tot de voorouders.”

Haar idool was altijd Peerke Donders, de Tilburgse priester die in de negentiende eeuw missiewerk deed in Suriname en begraven ligt in de kathedraal van Paramaribo. „Maar zalige Petrus Donders werd als voorbeeld vervangen door mijn vader toen die stierf. Bij zijn begrafenis zei de priester dat wij hem levend moesten houden door zijn daden voort te zetten. Je moet begrijpen dat mijn vader een bakabusi nengre was, een echte Afrikaanse Surinamer. Voor hem is er geen hiernamaals, hij leeft voort als vooroudergeest.”

Ze begon te twijfelen, haar werk voor de kerk stond haar steeds meer tegen. Vanaf 2006 begon ze met wintirituelen onder leiding van Zaalman en ze bestudeerde de wintileer. Na jaren voorbereiding werd ze op 22 februari dit jaar ingewijd tot de eerste Okomfo van Suriname, erkend door de staat. „Sinds die dag voer ik dagelijks individuele gesprekken met mensen die raad en steun zoeken. Ik doe huisinwijdingen en verjaardagen en de openingsgebeden bij evenementen.”

Het lijkt erop dat de inspanningen van Zaalman, Babel en al oudere cultuurinstellingen zoals NAKS, effect hebben. De reis van Akata Kondre krijgt aardig wat aandacht in de Surinaamse pers, evenals de inwijding van de okomfo. Het straalt af op het dagelijks leven. Taxichauffeurs en winkelpersoneel hebben weinig aansporing nodig om hun winti-ervaringen te delen. Zo hoor je in Suriname al snel welke winti iemands seksleven verstoort, welke financiële voor- of tegenspoed veroorzaakt en welk kruidenmengsel nodig is om je huis te zuiveren van kwade geesten.

Diep in het binnenland bij de marrons, de nazaten van vrijgevochten slaven, is winticultuur altijd het meest traditioneel gebleven, het meest Afrikaans. Tot afschuw van de kerk.

In de Saramacaanse gemeenschap Pikin Slee aan de Surinamerivier (bij gunstig verkeer en waterstanden binnen zes uur te bereiken vanuit Paramaribo) draait alles om de geesten. „Ik heb het van mijn ouders en oma geleerd”, zegt sjamaan Edje Doekoe. Hij verzamelt spirituele en geneeskrachtige kruiden op jungletochten. „Het is kennis van de oorspronkelijke bewoners en uit Afrika die ik onder meer via trance krijg.” Overal in het dorp hangen gedroogde bladeren van de maripaboom die kwade geesten moeten weren.

Edje is één van de rastafari's in het dorp die proberen mee te gaan in het moderne leven (4G-internet, een dorpsaggregaat dat, mits in werking, ‘s avonds stroom geeft) maar ook hun traditie (geneeswijzen, polygamie, primitieve landbouw en een animistisch geloof) koesteren.

Edje zal één van de tienduizend Surinamers zijn geweest die zich bij de volkstelling van 2012 wintibelijder noemden. In werkelijkheid zijn het er veel meer, want door de onderdrukking bestaat winti van oudsher naast het christendom of hindoeïsme. Bovendien slijt schaamte langzaam.

Voor Edje Doekoe geldt dat niet. „Wij willen de kerk niet. De dominees vinden dat Pikin Slee een dorp is voor domme negers. Ze willen ons onze traditionele geneeswijzen ontnemen, terwijl we te ver van Paramaribo afzitten om goede medische hulp te krijgen.” Een buurdorp is door pinkstergemeente het Volle Evangelie bekeerd, drooggelegd en monogaam gemaakt. Die kerk probeert zich ook in Pikin Slee te vestigen, maar mannen uit het dorp deinzen er niet voor terug om zendelingen met harde hand te verwijderen. Doekoe: „In de jungle overleef je niet zonder kennis van planten en geesten. De tradities van onze ouders mogen niet vernietigd worden.” <<