Rommelmarktjutters

Die ene prul, die toch onweerstaanbaar blijkt – de rommelmarktjutter weet hem altijd feilloos te vinden. Hoe doen ze dat? Wat is hun geheim? We vroegen het aan drie fanatieke schatzoekers.

Op dinsdagochtend stallen de brocanteurs onder de kerktoren van Plâce St Michel in Bordeaux hun waar uit, vanaf de straatkant gadegeslagen door koffiedrinkende Fransen onder de rode parasols van de cafés. Op en rond een eindeloos aantal klaptafels, die hier wekelijks worden uitgeklapt, het bekende allegaartje aan gebruikte voorwerpen. Spiegels met een zilveren omlijsting, spiegels met een omlijsting van koperen zonnestralen, Chinese vazen, dressoirs van eikenhout, stoelen van gevlochten riet, handgeschilderde borden op een standaard, een rode jaren vijftig formica tafel met bijpassende stoelen, een kaptafel met greepjes van bladgoud en een marmeren blad. Bestek in alle soorten en maten. Lampenkappen. Oude ansichtkaarten. Prenten in verweerde lijsten.

Voor menigeen is dit een onappetijtelijke hoop rommel, maar er zijn mensen die op zo’n zee aan bric-à-brac feilloos navigeren; die op buitenlandse braderieën, vlooienmarkten en kringloopwinkels met trefzekere passen op een kapstok van gekruld hout afstappen, een manshoge aardewerken giraffe, of een staande klok, en gedecideerd zeggen: dít is leuk. Ze noemen het jutten, schatzoeken, scannen, sourcen. Ze vinden het „een sport”.

Thuis hebben ze een eclectische mix van jaren vijftig meubels in walnotenhout, doorleefde leren fauteuils en batik kussens, ze hebben stapels prachtige serviezen, stillevens van vazen, en ze zijn daar, vaak, gewoon, heel random eigenlijk, tegenaan gelopen en dat ook nog voor een habbekrats.

Tweedehands is vintage geworden

Dit zijn de stijlkoningen van de groots opgekomen tweedehands economie, die door de crisis de laatste jaren spectaculair is gegroeid. Marktplaats had in 2000 6.000 bezoekers per dag, vandaag zijn dat er 1,3 miljoen (dit is het cijfer dat Marktplaats zelf vrijgeeft). Het aantal kringloopwinkels steeg van 183 in 2013 naar tweehonderd in 2015. In 2013 moest de rommelmarkt in de Amsterdamse IJ-Hallen een extra loods in gebruik nemen.

De belangstelling voor gebruikte voorwerpen heeft niet alleen met geldgebrek te maken, maar juist ook met welvaart. „Tweedehands” heeft tegenwoordig een hele andere reputatie dan vroeger: het heet ‘vintage’, staat voor bewust consumeren en persoonlijke smaak. Echte stijl is niet ‘even de winkel inlopen’ voor iets nieuws. Echte stijl kenmerkt zich door in een woestenij van spullen precies het juiste eruit te pikken, en zo een hoogst individueel en dus uniek interieur tot stand te brengen.

We vroegen drie gepassioneerde scouts naar hun strategieën – hoe doen zij dat? Hun lessen: neem de tijd, ontwikkel productkennis, durf de veilige paden te verlaten. Misschien is het tijd om vastgeroeste ideeën over wat ‘mooi’ is, een beetje aan te passen.

Maar de sleutel van succes is dat je je éigen smaak volgt en niet de hunne.