Rijken konden Imtech niet redden

Vlak voor het faillissement probeerde een groep investeerders installatiebedrijf Imtech te redden. Private-equityfonds CVC, de familie Pon en TomTom-topman Harold Goddijn hadden 100 miljoen euro bij elkaar gebracht. Te weinig, vonden de banken .

Illustratie Roel Venderbosch Illustratie Roel Venderbosch

Wilden ze goed doen? Duizenden banen redden en ‘een mooi Nederlands bedrijf’ overeind houden? Of was het gewoon een slimme investering?

Het was het allemaal tegelijk voor de vermogende personen en partijen die samen op het laatste nippertje een bod op Imtech deden. Een paar dagen voor het bedrijf failliet ging had een groepje rijke mannen ruim 100 miljoen euro bij elkaar gebracht. Daarmee wilden ze het installatiebedrijf een doorstart geven. Het plan sneuvelde. De dag erna vroeg Imtech uitstel van betaling aan.

Het is Rolly van Rappard, oprichter van private-equityfonds CVC, die op vrijdag 7 augustus bekenden opbelt met de vraag in te leggen voor een reddingsactie van Imtech, zeggen betrokkenen.

Onder meer Volkert Doeksen van investeringsfonds AlpInvest doet mee – zijn vader was ooit nog bestuursvoorzitter van Imtechs voorloper Internatio-Müller. Verder Peter Visser van investeringsmaatschappij Egeria, die na het faillissement de divisie Traffic & Infra kocht. De familie Pon van handelsbedrijf en auto-importeur Pon Holdings, dat nu de Marine-tak heeft overgenomen. Topman Harold Goddijn van navigatiebedrijf TomTom. En nog een paar anderen. Ze kennen elkaar.

Het reddingsplan komt razendsnel tot stand. In één middag is er genoeg geld bij elkaar gebeld. Zaterdag verzamelt het groepje meer informatie over de divisies van Imtech, op zondagmiddag ligt er een bod bij de banken.

Plan A en plan B

Dat bod ziet er zo uit: het groepje betaalt 100 miljoen euro voor de aandelen van alle divisies, minus het al failliete onderdeel in Duitsland en het moederbedrijf. Daar blijven de schulden achter. Die 100 miljoen is gebaseerd op wat de Scandinavische tak zo’n beetje moet opleveren. Ook garandeert de groep 50 miljoen euro krediet om het bedrijf op gang te helpen. De banken moeten 200 miljoen euro beschikbaar stellen, ook omdat dit vertrouwen in Imtech uitstraalt.

Maar een paar uur later blijkt al dat die banken niet akkoord gaan. In allerijl wordt zondagavond plan B opgetuigd. Het idee: de groep stort 100 miljoen euro direct in Imtech. Inmiddels kan het verlieslijdende Building Services niet meer mee. Maar dan nog steeds worden ruim 16.000 van de 22.000 banen gered. De banken krijgen in dit scenario nu geen cash voor hun aandelen, maar kunnen over een paar jaar 150 miljoen euro krijgen – als Imtech nog bestaat. Daarnaast moeten de banken 50 miljoen euro krediet ter beschikking stellen. Het groepje investeerders doet dat ook.

Er volgt een nacht en een dag verwoed overleg. Op maandag schuiven zelfs hoge ambtenaren van Economische Zaken aan bij advocatenkantoor De Brauw, waar alle partijen kamperen. Ook het ministerie gaat z’n best doen om te helpen. Geld geven mag niet, maar het ministerie kan misschien wel garant staan voor bankkredieten.

Het geloof is weg

Zo gauw als het reddingsplan er was, is het ook weer weg. Plan B faalt ook. De banken, die keer op keer geld in Imtech hebben zien verdwijnen, doen niet meer mee. Ze zijn de schuld, 700 miljoen euro, sowieso al kwijt. Banken die weer nieuw geld in Imtech steken, zijn niet te vinden.

En de banken vinden het bod te laag. Ze denken alleen al 130 miljoen euro te kunnen krijgen voor de Scandinavische tak. Contant, niet misschien over drie jaar.

De banken verkopen Imtech liever in stukken, ze denken dat dat meer oplevert.

Met een hoger bod van de groep en wat meer medewerking van de banken had het misschien kunnen lukken, denken betrokkenen. Maar na dagen en nachten doorploeteren is de sfeer verhard. De tijd is op en het geloof in één groot Imtech is er niet meer. Diezelfde week nog gaat Imtech failliet.