Onverzadigbaar

Schakers die in de Verenigde Staten aan een open toernooi meedoen moeten geen watjes zijn. Twee partijen per dag spelen is normaal en drie per dag is geen uitzondering. In 1988 verloor Bent Larsen in zo’n toernooi van de computer Deep Thought, de eerste keer dat een grootmeester in een serieuze partij door een computer werd verslagen. Het was de derde partij van die dag en volgens Larsen tochtte het akelig in de zaal. Daar had de computer ook geen last van.

Waarom speelde een ster als Larsen onder zulke onprettige omstandigheden? Omdat er in dat weekendtoernooi een prijzengeld van 130.000 dollar was. Dat was de mooie kant van Amerikaanse open toernooien, tenminste toen.

De Iraanse grootmeester Elshan Moradiabadi studeerde de afgelopen jaren in de Verenigde Staten, waar hij voor zijn schaakleven was aangewezen op de harde Amerikaanse open toernooien. Dit jaar speelde hij voor het eerst sinds 2011 weer in een Europees open toernooi, het Hogeschool Zeeland toernooi in Vlissingen. Op de site van Chessbase schreef hij er lyrisch over. Eindelijk weer eens de serieuze schaakcultuur. Slechts één partij per dag, dan kan er echt geschaakt worden.

Dat vind ik ook, maar niet iedereen denkt zo. Op het ogenblik is er in de Duitse stad Lüneburg een schaakfestival met een grootmeestergroep, een meestergroep en twee open toernooien. In het begin was het me niet duidelijk in welk toernooi de 16-jarige Jorden van Foreest speelde, tot ik merkte dat hij aan twee toernooien tegelijk meedeed. ’s Ochtends speelde hij in het grootmeestertoernooi en ’s middags in het sterkste open toernooi. Je kunt niet zeggen dat hij als schaker uitgehongerd was en iets in moest halen, want deze zomer had hij ook al open toernooien in Teplice, Dieren en Vlissingen gespeeld. In Lüneburg is ook zijn jongere broer Lucas, die alleen in het open toernooi speelt. Na de zesde ronde van donderdag stonden beide broers daar in de kopgroep met vijf punten.

Jorden van Foreest - Elisabeth Pähtz, Lüneburg GM 2015

Hiermee won de Nederlandse meester Johan Barendregt in het IBM-toernooi van 1966 van Botwinnik. Een van de agressieve bedoelingen is 2...d5 3. e5 Lf5 4. Pd4 Lg6 5. e6. 2...d5 3. e5 d4 4. c3 c5 5. b4 Er is al een vreemde stelling ontstaan, alsof een stuk van het bord is overgenomen door damschijven. Een wilde mogelijkheid is 5...d3 6. Pf4 c4 7. e6. 5...Pc6 6. bxc5 d3 7. Pf4 Pxe5 8. Dh5 Pc6 9. Lxd3 Pf6 10. De2 g5 Het kwam sterk in aanmerking om een tweede pion te offeren met 10...e5 11. Lb5 Le7 12. Dxe5 0-0. 11. Ph3 Dd5 Hier was 11...Lh6 met de bedoeling 12...g4 interessant. 12. 0-0 Lxh3 13. gxh3 0-0-0 Dit ziet er goed uit, maar spoedig zal blijken dat zwarts koning onveilig staat. Na het bescheiden 13...Dxc5 zou wit slechts een tikje beter staan. 14. Lc4 Df5 15. d4 e5 Te optimistisch. Met 15...Pd5 kon ze haar nadeel beperken. 16. Lb5 Veel sterker dan het voor de hand liggende 16. Lxf7, want dan speelt zwart na 16...Kb8 volop mee. 16...exd4 Er is geen weg terug meer voor zwart. 17. Lxc6 bxc6 18. Da6+ Kb8 19. Pa3

Zie diagram

19...Lxc5 Hierna is het snel uit. Noodzakelijk was 19...Dc8, al staat wit dan na 20. Tb1+ Ka8 21. Dxc8+ Txc8 22. cxd4 een gezonde pion voor. 20. Tb1+ Lb6 21. Txb6+ axb6 22. Dxb6+ Kc8 23. Dxc6+ Kb8 24. Ld2 Nu kost de dreiging 25. Tb1+ zwart haar dame. 24...The8 25. Tb1+ Dxb1+ 26. Pxb1 Pe4 27. cxd4 Te6 28. Db5+ Kc8 29. d5 Te5 30. La5 Td6 31. Pc3 Zwart gaf op.