Nu eerst een tijdje het donker in

foto Robert Scheers/ Haagse Beeldbank

Felicia van Deth-Beck maakte een wandeling in de buurt van Innerferrera, in haar favoriete vakantieland Zwitserland, toen een motorrijder op volle snelheid tegen haar aanreed. Ernstig gewond werd ze overgebracht naar een ziekenhuis in Chur, waar ze twee dagen later overleed. Overeenkomstig haar uitdrukkelijke wens is ze in stilte gecremeerd, eveneens in Zwitserland. Ze was 84 jaar oud.

Vijftien jaar geleden sloot Felicia van Deth de deuren van haar poppentheater, aan de rustieke Nassau Dillenburgstraat 8 in Den Haag. Sindsdien voerde ze wekelijks lange gesprekken met Marianne Rehorst van Comma Publishing, voor een biografie die volgend jaar wordt gepubliceerd. „Het ongeluk, op 10 juli, kwam natuurlijk onverwacht,” zegt de biografe, „maar ze was als weduwe heel goed voorbereid op haar dood. Overal in het huis lagen briefjes waarop stond voor wie dit of dat voorwerp bestemd was. En ze vond het ongelooflijk leuk om mij over haar leven te vertellen. Daar bloeide ze echt van op”.

Toen ze op de middelbare school zat, bezocht Felicia Beck het theater dat in 1946 was geopend door de poppenspeler Guido van Deth. Ze wist meteen dat ze bij hem wilde werken. Na haar eindexamen, in 1950, werd ze zijn assistente. Vijf jaar later trouwden ze. Ze werkten samen tot hij in 1969 stierf. Daarna zette Felicia van Deth de voorstellingen in haar eentje voort – in sommige stukken moest ze de mannenstemmen zodanig herschrijven dat ze die zelf voor haar rekening kon nemen. „Het is taalgevoelig, literair poppenspel, geen amusement”, zei ze in deze krant. „Ik denk dat een grote groep dit soort theater uiterst verouderd vindt, maar ik kan niet quasi-modern zijn als mij dat niet past.”

Ook opende ze, op één hoog in hun huis, het Museum voor het Poppenspel, met honderden poppen uit alle windstreken. Die collectie werd in 1996 overgenomen door het Theater Instituut. „Voorlopig gaan de poppen naar het depot”, zei Felicia van Deth bij die gelegenheid. „Ik heb al tegen ze gezegd: jongens, jullie gaan nu eerst een tijdje het donker in, dat is nu eenmaal zo.” Toen in 2000 ook het theater dicht ging, kreeg het Museon in Den Haag de poppen waarmee ze zelf werkte.

Ze was „welhaast een teer en zeer beweeglijk poppetje”, schreef deze krant eens over Felicia van Deth. „Ja, om te zien, misschien”, reageert Marianne Rehorst. „Maar verder niet. Ze was juist een heel krachtige vrouw, die precies wist wat ze wilde. Anders had ze ook nooit dat theatertje zo lang kunnen voortzetten.”