Column

Nieuwe bezems vegen niet alles schoon

In een Oostenrijkse krant stond laatst een mooi verhaal over een schoorsteenveger. Het maakt in een klap duidelijk waarom de liberalisering van bepaalde beroepsgroepen ook in Griekenland zo lastig is. Bij elke Griekse redding komt de trojka met die liberaliseringseis, die nooit is ingewilligd omdat de weerstand enorm is. Het verhaal – het gaat over één schoorsteenveger – toont waarom dit een Europees probleem is.

De man, Gebhart Hiebler, werkt al jaren in Karinthië. Net als andere Oostenrijkse deelstaten is Karinthië in ‘veegdistricten’ opgedeeld. In elk district zijn schoorsteenvegers bij een gilde aangesloten, traditionele clubs die jaarlijks hun eigen bal houden. De gildes moeten binnen hun district blijven en hebben een beperkt aantal leden. Sommigen zeggen: zo krijg je de beste vegers. Anderen vermoeden dat het ook de prijzen hoog houdt. Duitsland heeft een soortgelijk systeem, maar met lage tarieven die de gemeente vaststelt.

Hiebler veegt buiten zijn district. Klanten in naburige districten zeggen dat hij goedkoper is en sneller komt dan vegers van ‘hun’ gilde. Er zijn al zestig of zeventig klachten tegen hem ingediend, met bijbehorende boetes. Maar hij zegt dat het gildensysteem strijdig is met het antidiscriminatiebeleid van de EU en stapte naar het Europese Hof in Luxemburg. In de EU mag je immers alleen mensen of bedrijven uit andere landen of provincies weren voor een opdracht als daar een goede reden voor is. ‘Territorialiteit’ is géén goede reden. Daarom mochten regeringen in de bankencrisis (2008) nationale banken overeind houden, maar alleen tijdelijk: zoiets kan banken die zulke steun niet krijgen, kapotmaken. Want dan gaan andere regeringen hun banken ook subsidiëren, en heb je in no time een ‘bankenoorlog’.

Juist daaromheeft Nederland zich altijd sterk gemaakt voor de interne markt: zo kunnen Nederlandse bedrijven makkelijker buitenlandse opdrachten krijgen.

Sinds 2009 moeten schoorsteenvegers in alle EU-landen kunnen werken en sinds 2013 zijn districtsmonopolies officieel afgeschaft. Kennelijk is dat in Oostenrijk, dat dankzij de interne markt veel geld verdient in Oost-Europa, niet goed doorgevoerd.

In juli gaf de advocaat-generaal in Luxemburg Hiebler in een voorlopig oordeel gelijk. De definitieve uitspraak (over enkele maanden) wijkt zelden af van het voorlopig oordeel.

Geen land krijgt graag het Hof over zich heen, ook Oostenrijk niet. Dit voorjaar stond ze schoorsteenvegers dus ineens toe om in gebieden waar geen ‘extra veiligheidsrisico’s’ zijn, vrij te vegen. Maar wie beslist over die risico’s? Juist: meestal gildes zelf. De Luxemburgse advocaat-generaal zegt daarom expliciet dat burgemeesters dit voortaan moeten bepalen. Oostenrijk heeft daar geen ervaring mee en wil tijd om dit systeem te ‘testen’ – ook met het oog op andere beschermde beroepsgroepen zoals apothekers en notarissen.

Voor politici van de eurosceptische FPÖ, die in Karinthië populair is, bewijst dit dat ‘Big Brother Brussel’ de burgers op kosten jaagt. De schoorsteenveger komt straks van ver, zeggen zij, dus betaal je extra voorrijkosten.

Misschien wordt het met de schoorsteenvegers net zo’n zootje als in de verhuissector, ook geliberaliseerd: Oost-Europeanen die alleen Pools of Slowaaks spreken, kachelen heel Europa door om een Belg te verhuizen. De verhuismarkt is nu in handen van een paar giganten, die goedkope onderaannemers uit arme EU-landen halen. En klanten betalen evenveel als vroeger, voor slechtere service.

Daarom is het verhaal van deze schoorsteenveger een verhaal over Europa zelf. Mateloos complex, in al zijn facetten. Waar het op uitdraait, weet niemand precies.