Column

Stranddag

In de media verschenen foto’s van ons kabinet op het strand. Plaatjes van de afsluitende wandeling na de jaarlijkse heidag, die omdat er dit keer was overlegd in een strandtent bij Wassenaar officieel was omgedoopt tot ‘stranddag’. De stemming zat er, aan de lachende gezichten te zien, goed in, maar dat kon ook gespeeld zijn.

Stralend middelpunt was zoals gebruikelijk Mark Rutte. Gestoken in een sportieve grijze hoodie op een blauwe spijkerbroek straalde hij het meeste elan uit. Tussen hem en de wat zorgelijk ogende Lodewijk Asscher bungelde de gehandicapte bewindsvrouw Jetta Klijnsma. Het was waarschijnlijk niet eens een vraag of ze mee wilde wandelen. Ben je betoeterd?, ze ging mee. Sterker: de wandeling kon haar niet lang genoeg duren, net zo lang totdat er geen fotograaf meer op dat strand was en daarna wilde ze waarschijnlijk nog een rondje.

Het plaatje zorgde voor enige tweespalt in huiselijke kring, waar de familie op kraamvisite was. Die arm gaf Rutte iets sociaals vond mijn bejaarde moeder.

„Hij sleept haar toch maar mooi over het strand, dat arme mens.”

Het was tegen het zere been van mijn broer die, zelf gehandicapt, zich al jaren ergert aan de bewindsvrouw die graag bewijst dat gehandicapten veel kunnen als ze maar willen. Zelf wilde hij ook, maar kon hij niet. En dankzij Jetta Klijnsma zag hij het strand bijna nooit meer want ‘de begeleiding’ zoals hij zijn verzorgers noemde had door alle bezuinigingen nergens meer tijd voor.

Hoe lang duurde die wandeling?

Aan de kleding van Ard van der Steur te zien niet erg lang. Terwijl de rest voor de gelegenheid vrijetijdskleding had aangetrokken detoneerde hij in zijn driedelig pak met bonte stropdas, waarmee hij de aandacht naar zich toe trok. Als je op het strand per se je kostuum aan wilt houden ben je of niet goed of je wilt uitstralen dat je een geval apart bent, dacht ik hardop. Maar daar was niet iedereen het mee eens.

Onze kraamhulp, een echte Amsterdamse die zich graag met alles bemoeide, pakte de krant, keek naar de foto en zei dat we hier te maken hadden met een man die waarschijnlijk geen vrijetijdskleding heeft.

„Hij werkt de hele dag. Beroepshalve zeg ik: goed zo, beter dan dat hij de hele dag op de bank hangt.”