Leg die ongelukkige traditie nu eens uit

Deze week moest Nederland het beleid tegen racisme verantwoorden bij de VN. Een terugblik.

De als compromis bedoelde Roetpiet, vorig jaar al even te zien in Amsterdam. ANP/ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Drie vrouwen van respectabele leeftijd lopen door het gangenlabyrint van het Palais des Nations in Genève. Ze hebben drie dagen van intensief overleg met een VN-commissie en internationale mensenrechtenspecialisten in Genève achter de rug – en „jaren van voorbereiding”, zegt Barryl Biekman, coördinator van de mensenrechtencommissie van Tiye International, een koepel van organisaties voor de rechten van migranten-, vluchtelingen- en zwarte vrouwen en voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden.

Nederland moest zich op dinsdag en woensdag voor zijn racisme- en discriminatiebeleid verantwoorden tegenover een commissie van de Verenigde Naties. Voorafgaand aan de hoorzittingen mochten de Nederlandse niet-gouvernementele organisatie hun ingediende schaduwrapportages toelichten.

De drie vrouwen hebben het gezelschap van internationale specialisten nog een tweede keer ontmoet om hen te voorzien van munitie voor de hoorzittingen. Net voor de eerste sessie, dinsdag, hebben ze de leden voor een lunch uitgenodigd. „Krentenbollen, amandelkoeken, stroopwafels”, zegt Rita Naloop, voorzitter van Tiye International. „Alles ging op.”

In de cafetaria van het paleis zitten op hetzelfde moment Eefje de Kroon en Ineke Boerefijn na te praten. Boerefijn heeft die woensdagochtend de VN-commissie tien minuten toegesproken namens het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens, een officiële waakhond. De jonge jurist De Kroon heeft drie jaar naar deze sessies toegeleefd. Zij coördineerde en was co-auteur van een schaduwrapport namens 28 mensenrechtenorganisaties en experts waarin de commissie wordt geïnformeerd over de Nederlandse situatie. Ook De Kroon heeft de commissieleden ontmoet en hun daarbij zes punten voorgehouden uit de waslijst aan opmerkingen over de mensenrechtensituatie in Nederland.

Ze zijn tevreden. Boerefijn plaatste in haar toespraak drie overkoepelende kanttekeningen bij het Nederlandse beleid. Ten eerste: dat de Nederlandse regering te weinig verantwoordelijkheid neemt voor de bestrijding van discriminatie en de zaak overlaat aan gemeenten, maatschappelijke organisaties en individuen. Twee: te veel maatregelen achteraf, te weinig aandacht voor preventie. Drie: vrijwel uitsluitend algemeen beleid en te weinig op specifieke groepen toegesneden maatregelen. Over alle drie haar aanmerkingen werden vragen gesteld in de hoorzitting.

De Kroon hoorde al haar zes punten terugkomen en was vooral blij verrast dat ook vragen werden gesteld over kwesties die wel in haar rapport staan, maar waar ze zelf niet nog eens op had gewezen. „Ze hebben ons rapport dus echt gelezen”, zegt ze. Ook Biekman blikt tevreden terug. Vrijwel al haar punten zijn aan de orde gesteld. De implementatie van de Durban Verklaring („bestrijding van de gesel van racisme”), bijvoorbeeld, en stereotypering in culturele tradities, zoals Zwarte Piet. In de wandelgangen, zegt Biekman, zijn ook nog opmerkingen gemaakt over de neerbuigende afbeelding van inheemse mensen op de Gouden Koets.

Rolkoffers

Als Boerefijn en De Kroon hun dienbladen na de lunch wegzetten, staat de Nederlandse delegatie alweer de rolkoffers te pakken in driesterrenhotel Mon Repos. Tien ambtenaren van vier ministeries, drie vertegenwoordigers van Aruba en Sint Maarten en twee medewerkers van de Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de VN hebben het afgelopen etmaal vrijwel de klok rond gewerkt. Het officiële Nederlandse rapport dat is gepresenteerd tijdens de vierjaarlijkse hoorzittingen, was al klaar in 2013 (de zitting is enkele keren uitgesteld), en dus moest de delegatie veel toelichting geven op de veranderingen in de afgelopen twee jaar. „Er is ook nogal wat gebeurd”, zegt delegatieleider Afke van Rijn, directeur Samenleving en Integratie op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Zo is de discussie opgelaaid over ‘etnisch profileren’ door de politie, waarbij zij vaker mensen met een migrantenafkomst of een donkere huidskleur zouden aanhouden dan witte Nederlanders. „Cruciaal om dat te voorkomen”, noemde delegatieleider Van Rijn dit. Het was ook een van de punten van De Kroon en Biekman.

Gummiding

Dinsdagmiddag om 2 minuten voor 3 maken alle Nederlandse ambtenaren tegelijkertijd het doosje open met op het deksel ‘The Netherlands candidate for the Human Rights Council 2015-2017’. Het is een oud lobbycadeautje dat goede diensten moet hebben gedaan, want Nederland is inderdaad lid van de Mensenrechtenraad geworden. In elk doosje zit een oranje koptelefoon met slanke oortjes – Van Rijn doet er eentje cadeau aan de commissie-voorzitter. De ambtenaren gebruiken liever deze oortjes om naar de simultaanvertaling te luisteren dan de grauwe gummi oorschelp die standaard naast alle stoelen ligt. Dit VN-gebouw was hypermodern in de tijd dat Sean Connery 007 speelde, het gummiding is zwaar en „je weet nooit aan wat voor oren die allemaal heeft gehangen”, fluistert een Nederlandse ambtenaar.

Tijdens de eerste hoorzitting worden tientallen vragen gesteld en maken de Nederlandse ambtenaren ijverig notities. In een zaal van Mon Repos zullen ze die dinsdagavond tot diep in de nacht doorwerken aan de antwoorden die Van Rijn in de woensdagsessie moet geven. In Den Haag zijn ambtenaren van Sociale Zaken, Veiligheid en Justitie, Binnenlandse en Buitenlandse Zaken en Onderwijs standby, voor het geval deze tien er in Genève niet uitkomen. En ook op Sint Maarten, Aruba en Curaçao zijn ze nog wakker. „Ik ging om half drie naar bed”, zegt Van Rijn, „en ik was niet de laatste.”

De volgende middag even na enen is Van Rijn nog „aan het naborrelen” van de adrenaline tijdens de hoorzittingen. Vooral de laatste anderhalf uur was spannend, als verschillende commissieleden vragen stellen over van alles en nog wat, en die de delegatie dus niet heeft kunnen voorbereiden. Dat is het moment waarop bijvoorbeeld de Libanees Melhem Khalaf vraagt hoe de regering de culturele diversiteit van uit Syrië gevluchte Yezidi’s denkt te garanderen als die zich over Nederland verspreiden. („Euh, het is geen doel van de Nederlandse regering die cultuur te bewaren, maar we staan het ook niet in de weg.”)

Maar het lastigst, zegt Van Rijn terugblikkend, waren toch de vragen over Zwarte Piet. „Omdat daar de meeste emotie in zat.” Vrijwel over de hele linie van de commissie werden kritische vragen gesteld over de zwart geschminkte knecht van Sinterklaas en riep men op tot afschaffing van deze „unhelpful tradition”, zoals een van de commissieleden het formuleerde.

Tweedeklas slachtoffers

In de corridor zitten na afloop van de laatste hoorzitting Barryl Biekman, Rita Naloop en Tiye-secretaris Hellen Felter. Biekman knikt naar het Franse commissielid Noureddine Amir, die twee dagen lang op zijn telefoon of in de krant heeft zitten lezen en niets heeft gezegd. „Hij is een vriend”, zegt ze. „De spil van de commissie. Hij moedigt ons aan harder te protesteren.”

Als we deze dagen vanuit lobbyistenstandpunt bekijken, hebben deze vrouwen het meeste resultaat geboekt. Alle aandacht voor Zwarte Piet. Maar ook vragen over het verschil in de strafrechtelijke aanpak van antisemitisme en discriminatie van zwarte Nederlanders. „Er lijken eerste- en tweedeklas slachtoffers te bestaan”, zei de Colombiaan Pastor Elias Murillo Martinez, „slachtoffers van de Holocaust en slachtoffers van de slavernij”. Hij stelde ook vragen over de vertegenwoordiging van de zwarte bevolking in het parlement.

Had Barryl Biekman, die Murillo vooraf meermaals gesproken heeft, hem niet kunnen behoeden voor een stommiteit? Hij stelde in de hoorzitting dat geen enkele Nederlandse parlementariër van Afrikaanse komaf is. Dat is toch aantoonbaar onjuist? Ahmed Marcouch van de PvdA is geboren in Marokko, Wassila Hachchi van D66 heeft Marokkaanse ouders. „Neem je me nou in de maling”, zegt Biekman. Ze knijpt even in het donkere vel van haar onderarm. „Hij is geen Afrikaanse nazaat van de slachtoffers van het Nederlandse slavernijverleden. Het is hier geen kwestie van geografie alleen, het is een mindset.”