Illegale migratie is maar één stukje van de puzzel

De Franse topdiplomaat en politieke loodgieter Pierre Vimont bereidt nu de Europees-Afrikaanse top over migratie voor, een dossier dat vastzit „door gebrek aan ideeën”. Zo kan Europa uiteenvallen, zegt hij.

Pierre Vimont: „Veel lidstaten weten nog altijd niet wat ze met de Europese buitenlandpolitiek moeten.” FOTO IVAN PUT

In de vrijwel lege ontbijtzaal van een Brussels hotel zit een heer in pak met zilvergrijs golvend haar. Om hem heen heerste afgelopen maanden bijna constant chaos. De Griekse crisis. Weer een eurogroep of Europese top. Terugkerende jihadi’s. De oorlog in Oekraïne. Migrantenstromen. Grenscontroles, middenin Europa – is dit tijdelijk, of betekent dit het eind van Schengen?

Hij eet een croissant en drinkt thee. De Fransman Pierre Vimont was afgelopen vijf jaar de hoogste ambtenaar van de nieuwe Buitenlandse Dienst van Europa, de European External Action Service (EEAS). Als orde en beheerstheid nog bestaan, is hij het toonbeeld.

Onder Cathy Ashton, de eerste Hoge Buitenlandvertegenwoordiger die Europa ooit had, zorgde Vimont in de begintijd van de EEAS meestal voor de inhoud. Ashton was onervaren, Vimont had een lange, succesvolle carrière in de Franse buitenlandse dienst achter de rug. Toen hij in 2010 naar Brussel kwam, was hij Frans ambassadeur in Washington.

In Brussel zag men Ashton weinig. Ze was veel weg, las zelden stukken, raadpleegde weinigen. Wie dilemma’s had, iets wilde bespreken, wendde zich tot Vimont. Hij probeerde tijd te maken, gaf weloverwogen advies. Rond middernacht, na een diner, reed zijn chauffeur hem geregeld terug naar kantoor. Velen droegen hem op handen.

Nu, een halfjaar na het aantreden van Federica Mogherini, Ashtons Italiaanse opvolger, is Vimont met pensioen. Maar hij blijft in Brussel, de stad waar hij al tweemaal eerder woonde, onder meer als Frans EU-ambassadeur. Hij wordt senior associate bij Carnegie Europe, een Amerikaanse denktank in Brussel. Eindelijk, zegt hij, krijgt hij meer tijd om na te denken. En kan hij een interview geven. Een breed interview, over Europa – dat ligt hem wel.

Maar kort nadat de ontbijtafspraak is gemaakt, en Vimonts eerste analyse over de Europese buitenlandse politiek bij Carnegie online staat, vraagt Europees president Tusk hem om de voorbereidingen te doen van een Europees-Afrikaanse top in november. Die gaat grotendeels over migratie. Politiek gevoelig. Vimont laat het ontbijt doorgaan, maar waarschuwt dat hij zich over migratie enigszins moet inhouden.

Allereerst Grexit en Brexit – wat is er aan de hand met Europa?

„Europa weet niet goed meer waar het heengaat. We hebben geen politieke strategie en geen doel. Twintig, vijfentwintig jaar geleden startten we de laatste gemeenschappelijke projecten op: de interne markt en de euro. Kohl en Mitterrand pushten dat. Zij hadden visie. Huidige leiders minder. Die praten over het belang van hun land. Weinigen hebben oog voor het Europees belang en de historische relevantie daarvan.

„Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker is zich daar sterk van bewust. Hij wil dat Europa zich met minder dingen bemoeit. Premier Cameron is niet de enige die daarom vraagt, veel lidstaten willen dit. Maar op terreinen als de euro en migratie moeten we juist wél verder integreren. Juncker wil een brug slaan tussen de crediteuren en Griekenland. En hij stelt een echte migratiepolitiek voor.’’

Heeft Europa inderdaad nog één kans, zoals Juncker zegt?

„Hij zit er niet ver naast, denk ik. Europa heeft twee fasen gekend. De eerste fase was de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Die duurde tot het verdrag van Maastricht in 1992 [voltooiing interne markt, red.]. In die lange periode integreerde Europa steeds verder. Toen stagneerde het. Dat is fase twee. Er kwamen geen nieuwe projecten meer. Alleen nieuwe landen, maar dat was voor ‘Maastricht’ al in gang gezet.

„Lidstaten wilden macht terug, toen al. Ze wilden lucht. Brussel ging minder controleren wat ze deden. De Commissie lette minder op hen. De Griekse crisis is de fall-out van dit verschijnsel. We hebben de teugels gevierd, terwijl we wisten dat Griekenland problemen had.

„Hoe dan ook, ook deze tweede fase loopt ten einde. We moeten een nieuwe fase in, die verdere integratie vereist, maar er is gebrek aan ideeën. Zo dreigt datgene wat we hebben uiteen te vallen.”

Zoals Schengen en de euro?

„Ja. En de buitenlandse politiek. We moeten landen weer verenigen rond ideeën. De vraag is of dat lukt.”

Verdwijnt Europa anders?

„Nee, het wordt disfunctioneel.”

Waar komen die ideeën vandaan?

„Dat is de hamvraag. Met zijn 28’en in een zaal ‘strategisch praten’ is zinloos. Daarom is de Frans-Duitse relatie, die altijd de basis van Europa was, zo belangrijk.”

U spreekt in de verleden tijd?

„Vroeger, toen Frankrijk en Duitsland economisch nog gelijkwaardig waren, bedachten ze samen ideeën. Die complementariteit missen we nu. Heel erg, zelfs. Europa is een vredesproject tussen deze twee landen. Als zij een deal sloten, trokken ze de rest altijd mee.”

Duitsland het calvinistische noorden, Frankrijk het latijnse zuiden?

„Parijs en Berlijn waren het zelden eens. Maar ze gaven elk één helft van Europa een stem. Zo ontstonden alle grote Europese projecten, meestal tijdens crises.”

Merkel en Hollande bereidden de laatste toppen over Griekenland samen voor. Hoe significant is dat?

„Dit was weer zo’n crisismoment. De machine moet nodig worden doorgestart.”

Franse kranten schreven over onenigheid tussen Hollande en Merkel.

„Ze hebben altijd andere standpunten. Ze bewegen dan naar elkaar toe en vinden elkaar in een compromis.”

Hoe gaat het verder met Griekenland?

„De onzekerheid gaat een tijdje duren. Er is veel vertrouwen verdampt, veel gescholden. Het referendum [over het Europese reddingsplan, uitgeschreven door premier Tsipras] was een misrekening. Als je een betere balans wilt tussen groei en bezuinigen, loop je toch niet uit vergaderingen? Daarna onderhandel je moeilijk door. Bovendien, is het democratisch, als één land over de gemeenschappelijke europolitiek beslist? Op zeker moment was er voor de Europeanen nog maar één Griekse gesprekspartner: de gouverneur van de nationale bank. Verder niemand. Voor het vertrouwen hersteld is, zijn we even verder.”

Waar ligt de oplossing?

„Ik denk dat het IMF gelijk heeft: in het deels kwijtschelden van de schuld. Veel mensen beamen dat. Maar in dit klimaat van wantrouwen is dat politiek moeilijk. De crediteuren kunnen een tijdlang héél strikt worden. Regeringsleiders moeten zichzelf, om dit op te lossen, fundamentele vragen stellen. Zoals: is de euro omkeerbaar of niet? Ik ben daar niet zeker van. Als er één vertrekt, krijg je besmetting. Beleggers denken: wie volgt? Dat maakt sommige landen kwetsbaar.”

Omdat beleggers bij één tegenslag in Italië of Spanje meteen denken: wegwezen?

„Waarschijnlijk.”

Hoe denkt u over die andere dreigende exit, de Britse?

„De Britten hebben het Europa dat ze willen al: grotendeels een interne markt. Aan de rest doen ze nauwelijks mee. Als ze zich buiten de EU plaatsen, verliezen ze zeggenschap. Dat is precies de reden dat ze er destijds bij gingen: ze wilden meebeslissen, niet alles aan Frankrijk en Duitsland overlaten. Groot-Brittannië krijgt dus nu, als het niet oppast, precies het Frans-Duitse onderonsje dat het wilde vermijden.”

Toch willen steeds meer landen de harde Britse lijn tegen open grenzen en Schengen overnemen.

„Ja, zelfs Nicolas Sarkozy en populistische partijen in landen als Zweden willen Schengen aanpassen. Ook hier hebben we een strategie nodig. Iedereen praat alleen over illegale migratie en hoe we die moeten stoppen. Toch is illegale migratie maar één stukje van de puzzel. Waarom komen mensen illegaal naar Europa? Omdat ze weg willen, maar er zijn nauwelijks legale kanalen. Als we hen perspectief bieden, kunnen we de controle terugkrijgen. Dat krijgen we niet als we enkel muren bouwen.”

Wat voor perspectief?

„Dat hangt af van de mensen over wie je het hebt. Syriërs, die de oorlog zijn ontvlucht en in Libanon, Turkije en Jordanië pessimistisch beginnen te worden, moeten we opvang bieden. Dit zijn klassieke vluchtelingen. Middenklassers bovendien: dokters, juristen. De Commissie heeft de lidstaten eindelijk zover dat we er 40.000 opnemen.”

Dat zijn we toch verplicht, volgens de Geneefse conventies?

„Dat klopt. Veel Europeanen zijn emotioneel over migratie en verliezen het bredere beeld uit het oog; 40.000 vluchtelingen is, zo bekeken, heel wat. Een andere groep die perspectief nodig heeft, zijn economische migranten uit Afrika. Hier moeten we twee dingen doen. Eén: een Europees immigratiebeleid formuleren. Europa vergrijst en kan economisch niet zonder immigranten. We moeten bepalen wie we dan nodig hebben, en een aantal van hen de kans geven te komen. De overigen moeten we helpen in eigen land een beter bestaan op te bouwen.”

Probeert Europa dat niet al jaren?

„Ja, maar we doen het niet goed. Spanje kreeg een aantal jaar geleden een migratiestroom uit Afrika via de Canarische eilanden. Ook met bootjes. Madrid startte toen, noodgedwongen, projecten met Afrikaanse landen: gezamenlijke marinepatrouilles, trainingsprogramma’s en zelfs een legaal migratiekanaal waarvoor mensen zich konden inschrijven. Als je eenmaal op een lijst staat, wacht je op je beurt. Of je probeert je verder te bekwamen, om nog meer kans te maken. Dan ga je niet illegaal.”

Wordt dat de inzet voor ‘uw’ EU-Afrikatop in november?

„Wat er uitkomt, weet ik niet. Maar het idee is zeker dat je alleen een oplossing vindt als je samenwerkt, én als je het probleem in een bredere context plaatst. Als je alleen kijkt naar wie er in Europa hoeveel illegalen opvangt, kom je er niet. Dan lopen we vast. Als Europa Afrika de les blijft lezen, zoals tot nog toe, komen we er evenmin.”

U krijgt een boeiende pensioentijd.

„Ja. Bij de buitenlandse dienst ren je de ganse dag heen en weer. Ik dacht dat ik nu meer tijd zou krijgen om na te denken.”

Hoe kijkt u terug op die eerste vijf jaar Europese buitenlandse dienst?

„De Europese Commissie had al jaren een diplomatieke dienst. Die voegden we vijf jaar geleden samen met nationale diplomatieke diensten. We combineerden verschillende culturen en moesten werken met uiteenlopende visies over Rusland of migratie. Ik heb altijd gezegd: dit wordt lastig. Maar het was lastiger dan ik dacht.”

Waarom?

„We voegden klassieke buitenlandpolitiek van de lidstaten, machtspolitiek à la het Congres van Wenen [in 1814, waarbij de grootmachten de kaart van Europa hertekenden, red], samen met de ànti-machtspolitiek van het na-oorlogse Europa, dat politiek bedrijft via mensenrechten en handel. Volgens het Lissabonverdrag moeten besluiten bovendien unaniem worden genomen. Veel lidstaten weten nog altijd niet wat ze met de Europese buitenlandpolitiek moeten.

„Nu ze moeten bezuinigen, is het fijn als ze hun nationale ambassade kunnen sluiten en de ambassadeur kan intrekken bij de EU-delegatie. Dat gebeurt in Afrika hier en daar. Leuk: een soort ‘Europa-huis’. Maar dat is wat anders dan politiek dezelfde kant op willen. Op de vraag wat Europa is en moet doen, heeft elke hoofdstad een ander antwoord. Dat maakt het moeilijk om te reageren op crises als in Oekraïne.”

Zijn we naïef geweest over Rusland?

„Ja. We hadden meer klassieke machtspolitiek moeten voeren. We zaten teveel op een technisch spoor met Rusland: praten over visa en handel en te weinig over politiek. Daardoor hebben we belangrijke signalen van het Kremlin gemist.”

Hoe moet je met Rusland omgaan?

„Idealiter: eerst formuleer je je politieke doelen en daar stem je je Ruslandpolitiek op af. Maar we kunnen niet wachten tot we een strategie hebben. We moeten allereerst streng zijn: Rusland schendt alle regels. Maar met een permanente confrontatie komen we niet uit de crisis, dus we moeten een dialoog blijven voeren.”

‘Dialoog’ blijft sleutelwoord in Europa?

„Natuurlijk, maar hopelijk met iets meer richtingsgevoel dan vroeger.”