‘Ik heb getwijfeld: ga ik nog door?’

Jacques de Milliano

(60) is terug bij de club die hij ooit oprichtte: Artsen zonder Grenzen.

Focus

„Er is een spanningsveld tussen het grote en het kleine leed. Als hulpverlener in een crisisgebied word je gedwongen uit te zoomen. Ik moest op meerdere borden schaken, rekening houden met vijandigheden of onderhandelen met autoriteiten. Dan is de kunst lijden of ziekte niet alleen in grote getalen te zien. Als huisarts zie je veel mensen met kleinere problemen, maar dan moet je je realiseren dat die zaken voor die mensen niet altijd zo klein zijn. De essentie van het arts zijn is echt iets voor die éne persoon te betekenen. Op het slagveld of in de spreekkamer, dat maakt niet uit.”

Continuüm

„Als ik zie hoe de generatie van mijn kinderen onder maatschappelijke druk hun levens plant, keuzes maakt, dat zou mijn manier niet zijn. Ik ben van het omarmen, ben van het ene in het andere gerold. Ik zat op school bij de Benedictijnen, via paters uit China, Brazilië en Afrika sijpelde de internationale politiek door. Voor mijn gevoel kwam in het artsenvak het meeste samen, het internationale, het kunnen bijdragen. Dat was niet weloverwogen, meer intuïtief. Ook het idee om Artsen zonder Grenzen Nederland op te richten ontstond zonder masterplan. We wilden iets in beweging zetten en daarna zagen we wel verder.”

Beginsel

„Na de gifgasaanval op Halabja heb ik getwijfeld: ga ik nog door? Het waren de massaliteit en de onmacht. De humanitaire missie faalde. Ik stond daar en dacht: wat is mijn stethoscoop nog waard? Toen hebben we in Teheran op een persconferentie getuigd van wat we hadden gezien. Dat leidde tot discussie over onze neutraliteit, maar ik vind dat je niet mag zwijgen als er mensenrechten in het geding zijn. Als de stethoscoop faalt, gebruik dan je stem. Na de genocide in Rwanda hebben we die dubbele missie omarmd, de doctrine van de actieve neutraliteit. Voor mij was het een voorwaarde, anders was ik gestopt.”

Deceptie

„Als Kamerlid [voor het CDA] voelde ik me als een zoetwatervis in zout water. Het spel van de compromissen was voor mij een brug te ver, zeker waar het om thema’s ging die me echt raken. Ook bij Artsen zonder Grenzen moest ik politiek bedrijven, maar de zaak ging altijd voor de macht. In Den Haag werd de inhoud overboord gezet als het om de macht ging. Ook verkiezingsbeloftes. Puur opportunisme. Het is een omgeving gedreven door angst in plaats van ideeën, daar kan ik niets mee. Ja, ik was ontgoocheld. Ik kon mijn agenda niet waar maken. Maar uiteindelijk weet ik ook weer beter wat mijn grenzen zijn.”

Herijken

„Ik heb filmpjes van toen de kinderen klein waren. Dan zie je dat de BBC aanstaat, Le Monde op tafel ligt; ik ben maar half aanwezig. Artsen zonder Grenzen is topsport. Elk moment kon de telefoon gaan dat ik moest vertrekken. Zo’n baan moet eindig zijn, ook voor de kinderen. Die ver weg-wereld is niet hun wereld. De huisartsenpraktijk was een reset. Ik moest op adem komen, leren met mijn hoofd op één plek te zijn. Ik hervond mezelf ook als dokter. Met een lege agenda kon er weer iets groeien, zoals het opzetten van betere zorg voor daklozen. Maar op bescheiden schaal, dat was echt een voornemen.”

Doel

„Na achttien jaar ben ik terug bij Artsen zonder Grenzen. Ik heb altijd gedacht: weer in het bestuur, braaf door een hoepel springen – na jaren als voortrekker: dat moet ik niet doen. Maar nu heb ik een missie. Mijn dochter Victorine studeert internationale betrekkingen, ze loopt stage bij Artsen zonder Grenzen en kwam met vragen. Daardoor realiseerde ik me hoe belangrijk het is ervaringen te bewaren voor volgende generaties. Alle crises en missies zijn inmiddels varianten op eerdere crises en missies. Dat collectieve geheugen wil ik vastleggen, zorgen dat we erop reflecteren en van leren.”

Overtuiging

„Je kunt mopperen dat er dingen niet goed zijn, maar je kunt ook je verontwaardiging gebruiken om tot actie over te gaan, zo steek ik in elkaar. Bij onrecht voel ik me geroepen. Onlangs zijn we met een clubje de actiegroep Het roer moet om gestart. Ons manifest pleit tegen de doorgeschoten bureaucratie en marktwerking in de zorg. Wie bepaalt wat kwaliteit is? Het is door 7.800 huisartsen ondertekend en inmiddels heeft minister Schippers de agenda omarmd. De wereld verbeteren, dat zijn grote woorden, maar het begint bij kleine initiatieven. Zonder inzet en de bereidheid je neus te stoten, zal je nooit iets bereiken.”