Hoe de politie misdaad opspoort nog voordat die heeft plaatsgevonden

foto Frank van Beek

Iedereen die het Stratumseind in Eindhoven binnenloopt, wordt in de gaten gehouden door een van de slimme camera’s die boven de straat uittorenen. “Het is net Minority Report”, vindt een bezoeker van de drukke uitgaansstraat.

De software kan criminaliteit en opstootjes voorspellen voordat ze plaatsvinden, beweert het Franse it-bedrijf Atos. Wat inderdaad klinkt als het scenario van
sciencefictionfilm Minority Report, waarin de politie moorden voorkomt doordat zij ze ziet aankomen. CityPulse, zoals het project heet, werd ontwikkeld door Atos, het Dutch Institute of Safety & Security (DITSS) en chipfabrikant Intel. Vorige maand werd het na een pilotperiode van een half jaar met drie jaar verlengd. In een reclamefilmpje legt Atos uit hoe het systeem werkt:

De slimme camera’s zijn geprogrammeerd om afwijkend gedrag eruit te pikken. Iemand die in zijn eentje rondjes loopt door Stratumseind zou weleens een zakkenroller kunnen zijn. Beginnen mensen zomaar te rennen, dan gaat er een lampje branden omdat de software dat gedrag associeert met een opstootje. Een ander programma analyseert berichten en de stemming op social media: soms kondigen relschoppers hun komst al aan op Facebook of Twitter.

Ondertussen registreren microfoons het geluid op straat. Als dat in een straathoek aanzwelt tot een abnormaal hoog niveau, voorspelt het systeem dat er een vechtpartij in de maak is. Na een succesvolle proef in Eindhoven hoopt Atos het systeem aan steden over de hele wereld te kunnen verkopen. Het voldoet volgens Atos aan strenge privacynormen, zo registreren de camera’s geen gezichten en worden beelden niet opgeslagen.

Misdaad voorspellen

CityPulse is onderdeel van een complete industrie die is ontstaan rondom technologieën die op basis van camerabeelden, sensoren en big data misdaad kunnen voorspellen. Predictive policing, wordt het genoemd. Voorspellend politiewerk.

En hoewel overheden en bedrijven er veel van verwachten, gaat het ook wel eens mis.  Zo werd afgelopen april een Nederlandse vrouw  op een snelweg bij Rotterdam klemgereden door de politie.  ‘Het systeem’ had haar onterecht aangewezen als drugsrunner. “Ze had net een tweedehandsauto gekocht die daarvoor van een drugsrunner was geweest”, zei Rutger Rienks van de politie destijds in deze krant.

“Ze was vanuit Maastricht naar Rotterdam gereden en vervolgens al snel weer terug naar Maastricht. Net als een bende drugsrunners vaak deed. De combinatie van kenteken en reispatroon zorgde ervoor dat een systeem van kentekencamera’s haar als drugsrunner aanwees”.

Ook de slimme camera’s op het Stratumseind zaten er weleens naast. In de aanloopfase voor het CityPulse-project werd bij de opening van een nieuw café geleden een ingestudeerde dans gehouden, vertelt Albert Seubers, hoofd Smart Cities bij Atos. Twee groepen stelden zich tegenover elkaar op en bewogen in elkaars richting - wat prompt door de software werd geregistreerd als het begin van een vechtpartij.

“De politie kwam met toeters en bellen aangereden.”

foto ANP, Astro

foto ANP, Atos

Grijs gebied

Juridisch is er nog veel onduidelijk rondom de nieuwe technologie. Het analyseren van social media door de politie ligt bijvoorbeeld gevoelig. Als mensen berichten alleen beschikbaar maken voor vrienden en kennissen, dan geldt dat als privé-informatie, ook al is die misschien wel makkelijk online te achterhalen. Daar mag de politie alleen in rondneuzen bij een gerede verdenking, en alleen na toestemming van een officier van justitie. “Wij houden ons natuurlijk aan de wet. Maar het is nog niet helemaal duidelijk wat wel en niet mag”, zegt Jaap Vink, predictive policing-adviseur van IBM in Nederland.

Ook het gebruik van gezichtsherkenningssoftware bevindt zich in een grijs gebied. Vorige maand presenteerde de Haagse denktank Rathenau Instituut een rapport waaruit blijkt dat er vooral veel onduidelijk is over wat er mag met automatische gezichtsherkenning. Is een automatisch herkend gezicht een persoonsgegeven? Mag je herkende gezichten opslaan als je er geen naam aan koppelt? Dat zijn vragen waar volgens de onderzoekers juridisch geen helder antwoord op is.

Vink:

“Het is vaak de vraag hoe ver je kunt gaan voordat je de privacy van mensen raakt. Je ziet wel eens dat partijen daarin de grens opzoeken. Zo van: dan moet er maar een rechtszaak over komen. Maar het blijven vooral morele beslissingen. En er is nog geen computer uitgevonden die dáárbij kan helpen.”

Lees het hele artikel vandaag in NRC Handelsblad.