Column

Duinen

Georgina Verbaan

Ik heb mijn okselhaar 7 dagen niet geschoren. Dat had ik in de 22 jaar dat ik daar de mogelijkheid toe had nog nooit gedaan. Hoewel ik er wel altijd benieuwd naar was op een ‘kijk ik heb een wond op mijn scheenbeen en je kan het bot zien’-achtige manier. Langer dan twee dagen heb ik mij nooit kunnen bedwingen het mes ter hand te nemen.

Er wordt veel geschreven over de terugkeer van schaamhaar. Ik lees die artikelen altijd met interesse, en heb er wel zin in. Niet meer dat vinex-pornoglad (er zijn gelegenheden waar je naartoe kunt om je lichaamshaar voor opgeplakte swarovski stenen te laten vervangen), maar gewoon natuurlijk. Het leek me dat zoiets uiteindelijk ook gewoon mode is en dat je er weer even aan moet wennen. Zoals met hoge taille broeken.

Wanneer ik foto’s zie van vrouwen met okselhaar dan vind ik dat – excusez le mots – wel geil. Omdat het ze niet dondert. Als er iets opwindend is, is het wel een zelfverzekerde vrouw. Haar, vlees, zweet, we zijn uiteindelijk toch dieren. Deze week regende het en ik moest op mijn werk iedere dag een kostuum met lange mouwen aan. Ideale omstandigheden voor een experiment. Maar na drie dagen kreeg ik al gruwelijke flashbacks aan tante Corrie’s met een peuk in de bek en lianen onder de armen met dauwdruppels erin, waaraan een klein zoogdier gemakkelijk in en uit de zomerjurk kon slingeren.

Ik schaamde me voor mijn eigen lichaam terwijl er niemand bij was. Dat vond ik zo krankzinnig dat ik besloot door te zetten. Dat je je als vrouw maar voor van alles moet schamen is er toch succesvol ingestampt. Weer drie dagen later zat ik op een terras naast een vriend te verzuchten dat ik het zo warm had.

„Waarom heb je dan lange mouwen aan?”

„Ik doe een okselhaar-experiment dat nog niet aan de testfase toe is.”

Zijn ogen vernauwden en zijn mondhoeken wezen naar zijn voeten. Ik gunde hem een korte blik onder mijn mouw. „Hier, kijk maar”, zei ik als een geheim agent.

„Blergh! Gatver! Wat doe je me aan, vrouw?”, krijste hij.

„Doe normaal.” fluisterschreeuwde ik. „Je bent homo.”

„Nou en? Ik moet hier van kotsen.” „En als je een man met okselhaar ziet”, ging ik verder „dan–”

„Dan wil ik mijn gezicht erin duwen. Maar jij mag dit niet. Ik vind je onverzorgd zo.”

Hoewel ik me bewust ben van de dubbele standaarden die men erop nahoudt, schaamde ik me diep. Dus zette ik door. Klaar voor de testfase stapte ik in een jurk met korte mouwen een horeca-etablissement binnen. Maar ik zat erbij als een Tyrannosaurus Rex. En die zijn heel slecht in koffie drinken. En pinnen. Ik geloof dus niet dat ik koploper ga zijn in dit geheel, ik schaam mij al zo vreselijk voor heel veel dingen. Maar pak deze kwestie gerust op dames. Dit is nog niet klaar. De wind door de duinen!