Doping? Niets aan de hand hier. Doorlopen!

Dit weekend beginnen in Beijing de WK atletiek, een sport in verwarring. Dopingprobleem? Een imagoprobleem, stellen bestuurders uit de atletiekwereld. De internationale federatie IAAF „is ook slachtoffer”, zo klinkt het.

Illustratie Thinkstock, fotobewerking studio NRC

Ontspannen komt dr. Juan Manual Alonso de congreszaal in Beijing uitgelopen. Als hoofd van de medische commissie van de internationale atletiekfederatie IAAF heeft de Spanjaard kort daarvoor de tegenaanval geopend op al die verdoemde verslaggevers, die het gewaagd hebben op basis van oude, reeds bekende feiten de drek van doping opnieuw over atletiek uit te storten. Zijn boodschap aan de congresserende IAAF-leden: afwijkende bloedwaarden uit het verleden zijn geen onomstotelijk bewijs voor bedrog. De journalisten zaten er faliekant naast.

Of señor Alonso bereid is zijn beweringen toe te lichten. Nee, helaas. Hem is opgedragen zijn mond te houden over dopingzaken. Strikte orders van bovenaf. Over doping spreekt sinds kort alleen de woordvoerder van de IAAF. De man die jarenlang bereid was journalisten bij te praten, is de mond gesnoerd. Alonso – open blik en rugtas nonchalant over zijn schouder – verontschuldigt zich, haalt zijn frêle schouders nog maar eens op en verlaat in rustige tred het Chinese nationale congrescentrum.

Svein Erik Hansen dan, de onlangs gekozen voorzitter van European Athletics, de Europese tak van de IAAF. Is hij bereid vragen te beantwoorden? Jazeker, geen probleem. Tot het woord doping valt. Bruusk breekt hij het gesprek af en wil weglopen. Maar eerder deze week heeft hij nog het idee gelanceerd een toelatingbewijs bij wedstrijden voor alleen schone atleten in te voeren. Vanwaar die verkramping? Waarom nu geen toelichting?

Op scherpe toon: „Ik hoef niet voortdurend vragen over doping te beantwoorden. Het gaat bijna nergens anders meer over. Wat moet ik nog zeggen? Ik heb mijn punt gemaakt. Ik blijf mezelf niet herhalen, ik ben geen idioot.”

Hansen had gehoopt dat de IAAF actuele dopingkwesties op het congres zou bespreken. Maar niets van dat. Het bleef stil, met uitzondering dan van Alonso, maar die moest verslag doen van het werk van de medische commissie. Van bestuurszijde geen uitleg, geen toelichting, geen aankondiging van nieuwe acties. Het bleef in Beijing stil, heel stil.

Bijna niemand van de congresgangers is bereid iets over doping te zeggen, en al helemaal niet over de laatste onthullingen op de Duitse tv-zender ARD en in de Engelse krant The Sunday Times. Die meldden eerder deze maand op grond van een gelekte IAAF-lijst met bloedwaarden van atleten tussen 2001 en 2012, rond de 800 afwijkingen. De onderliggende beschuldiging: de IAAF hanteert de doofpot. Twee weken later kwam de federatie met de mededeling dat op basis van hergeteste (urine)stalen van de WK’s in 2005 en 2007 28 atleten alsnog positief zijn bevonden. Een enkeling is nog actief. Zij zullen geschorst worden. Onder hen geen huidige WK-deelnemers.

Groot onrecht

De voortdurende aanklachten over een slappe dopingaanpak vallen helemaal verkeerd binnen de IAAF. Uitgerekend de sportfederatie die, zo stelt de IAAF zelf, het meeste geld aan controles uitgeeft, al vroeg het bloedpaspoort heeft ingevoerd en streng straft, is als onbetrouwbaar weggezet. Intern wordt dat als een groot onrecht ervaren.

Om die reden, zeggen goed ingevoerde congresgangers, heeft Duitsland voor het eerst in decennia geen lid meer in de council, het hoogste orgaan binnen de IAAF. Helmut Digel trad af en de nieuwe kandidaat, bondsvoorzitter Clemens Prokop, werd niet gekozen. Vanwege de hausse aan negatieve publiciteit over atletiek in Duitsland, melden insiders. Zo kent ook persvrijheid zijn slachtoffers.

Digel, de oude vos van de internationale atletieksport, houdt bij zijn afscheid de mond niet tegenover journalisten en neemt het, sprekend over dopingzaken, op voor de IAAF. „Alle negatieve verhalen stralen af op de IAAF. Niet altijd terecht, omdat vooral de werelddopingorganisatie WADA in gebreke blijft. Daar liggen al zeker veertien maanden documenten over grootschalig dopinggebruik in Rusland en Kenia. Maar wat doet WADA? Niets. Ja, ze zijn bezig met een onderzoek in die landen. Maar hoe lang moet dat duren? De IAAF is daarvan het slachtoffer.”

De IAAF verkeert in verwarring, zoveel is na het tweejaarlijkse congres duidelijk. Atletiek heeft een groot imagoprobleem en de federatie weet niet alle aanvallen te pareren. Als de IAAF echt zo onschuldig is als zij beweert, waarom dan niet meer transparantie over en toelichting op dopingzaken?

Dat zou wel moeten, vindt Sylvia Barlag, het Nederlandse lid van de council dat woensdag werd herkozen. Want doping speelt volgens haar sterk binnen de IAAF. Alle negatieve publiciteit ten spijt, meent Barlag dat atletiek geen imagoprobleem heeft. „Ik vind dat de pers ons een imagoprobleem probeert te bezorgen”, opent de voormalige meerkampster de tegenaanval. „De IAAF doet juist heel veel om doping te bestrijden. Dát imago moeten wij versterken.”

Maar hoe verklaart Barlag dan de talrijke dopingzaken in haar sport? Dat aantal valt nogal mee, vindt zij. De laatste publicaties gaan over het verleden. Maar toch niet de recente onthullingen in Kenia en Rusland? Barlag: „Als de Russen onder één hoedje spelen en het Russisch antidopingagentschap atleten test voordat ze naar kampioenschappen worden uitgezonden, dan vis je als IAAF achter het net. Maar dat vind ik een zaak van WADA, niet van de IAAF. Die testen worden gedaan in een door WADA geaccrediteerd laboratorium. WADA doet nu onderzoek naar de Russische praktijken. Maar dat duurt veel te lang.”

Vergaande laksheid

Is de IAAF wel zo onschuldig als zij wil doen voorkomen? Allerminst, beweren dopingdeskundigen zoals Michael Ashenden, de Australische dopingexpert die op verzoek van ARD en The Sunday Times samen met zijn collega Robin Parisotto de oude bloedprofielen onderzocht en tot een vernietigend oordeel kwam.

Hij vindt dat de federatie zich er wel erg gemakkelijk vanaf maakt. Op de website sportsintegrityinitiative.com en in een open brief aan de nieuwe voorzitter Sebastian Coe dient Ashenden de IAAF van repliek. Algemeen verwijt hij de atletiekfederatie vergaande laksheid.

Dat Ashenden, zo is de lezing van IAAF, tot verkeerde conclusies zou zijn gekomen met het beoordelingen van bloedprofielen vindt de Australiër een vreemd verweer als je dezelfde onderzoeksmethode als de IAAF hebt gebruikt. Ashenden zou ook te weinig autoriteit hebben. Vreemd voor iemand die voor de WADA heeft gewerkt en betrokken was bij de opstelling van het door de IAAF gebruikte bloedpaspoort, meent hij. Daarnaast adviseerde Ashenden de internationale wielerfederatie UCI en adviseerde Parisotto de Russische antidopingorganisatie Rusada bij het afnemen en verwerken van bloedtesten.

Ashenden refereert ook aan een perscommuniqué van de IAAF uit 2011, waarin wordt gemeld dat in de periode 2001-2009 veertien procent van de langeafstandslopers zich schuldig had gemaakt aan bloeddoping. Dat zijn volgens zijn berekening zo’n 700 atleten. Daarvan zijn er volgens de Australiër minder dan 200 gestraft, wat betekent dat er 500 vrijuit zijn gegaan. Ashenden vindt het mede op basis van die cijfers onbegrijpelijk, dat de IAAF bij verdachte bloedwaarden atleten geen startverbod oplegt, zoals bijvoorbeeld in het schaatsen en wielrennen gebruikelijk is.

De imagoschade van atletiek mag door betrokkenen gemarginaliseerd worden, directeur Jan Willem Landré van de Atletiekunie ervaart wel degelijk dat Nederland schade ondervindt. „Het is uitermate vervelend dat wij met kanshebbers op medailles naar de WK in Beijing zijn afgereisd, maar dat de voorverhalen hoofdzakelijk over doping gaan. Maar laat klip en klaar zijn, dat we er in Nederland alles aan doen om te voorkomen dat onze atleten doping gebruiken.”

Als Nederland al hinder ondervindt van buitenlandse dopingzaken betreft dat Keniaanse langeafstandslopers die onder contract staan bij Nederlandse managers. Landré: „Er bereiken ons signalen dat er om die reden meer naar Nederland wordt gekeken. Dat is de grote risicofactor, beaamt ook de Dopingautoriteit. Met de jeugd die gevoelig kan zijn voor doping. Maar daar werken we aan met intensieve voorlichting.”

Uit de uitgelekte database bleek dat ook een aantal Nederlandse atleten in de periode 2001-2012 afwijkende waarden toonden: bij elf procent van de bloedtests bij Nederlandse atleten zouden volgens The Sunday Times afwijkende waarden zijn geconstateerd, wat nog geen bewijs is voor doping. Landré: „Adrienne Herzog en Rutger Koppelaar zijn momenteel onze enige wegens doping geschorste atleten. Dat geringe aantal bewijst dat Nederlandse atleten niet systematisch doping gebruiken.”