De valkuilen van het vergelijken

We hebben er last van als we de vakantiefoto’s van anderen zien. Of wanneer we de Facebookpagina’s van vrienden checken. Ikzelf word er door overvallen wanneer ik een boekhandel inloop. De vaak vervelende, diepmenselijke neiging om jezelf met anderen te vergelijken.

De beroemde psycholoog Leon Festinger formuleerde in de jaren vijftig zijn sociale vergelijkingstheorie. Volgens Festinger kúnnen we niet anders dan onszelf met anderen vergelijken. Om te functioneren hebben we als mens informatie nodig over de kwaliteit van onze vaardigheden en overtuigingen. Aangezien objectieve informatie daarover meestal ontbreekt, beoordelen we onszelf aan de hand van de vergelijking met anderen. Ook recenter neurologisch onderzoek laat zien dat ons brein sterk gericht is op sociale vergelijking en het vaststellen van menselijke rangordes.

Van al dat sociale vergelijken worden we als mens niet gelukkiger. Vooral niet als je al een beetje twijfelt aan jezelf en wordt geconfronteerd met andermans succes. Research onder jongeren laat bijvoorbeeld zien dat het gebruik van Facebook en Instagram vaak leidt tot negatieve gevoelens. Veel meer dan wanneer je ‘live’ contact hebt met vrienden.

Een plausibele verklaring is dat mensen op sociale media vooral hun successen en mooiste foto’s delen. Terwijl jij ook heel goed weet welke vakantiefoto’s je net hebt weggegooid omdat je er niet al te fijn op stond.

Ik zei het al: zelf heb ik moeite met het bezoeken van boekwinkels. Ja, af en toe ligt er een boek van mij op de tafel met goedlopende handel. Dat is mooi. Maar meestal word ik geconfronteerd met het feit dat er zo overweldigend veel schrijvers zijn die ook nog eens allemaal veel dikkere en veel mooiere boeken schrijven die bovendien veel beter verkopen. En dan sta ik snel weer buiten.

Goed. Sociale vergelijking. Eraan ontsnappen is eigenlijk niet mogelijk, maar er zijn wel een paar slimmigheidjes die helpen om er iets minder last, ja misschien zelfs voordeel van te hebben. Ook handig voor op het werk, waar ons brein voortdurend de pikorde in de gaten houdt.

1Vergelijk jezelf met jezelf. Het blijkt dat wanneer we onszelf verslaan, bijvoorbeeld door onze highscore te verbeteren bij een computerspel, ons brein daar even blij van wordt als van een positief uitvallende vergelijking met iemand anders. Ook op het werk is het slimmer om primair de competitie met jezelf te zoeken. Managers en hr-afdelingen zouden werknemers vooral moeten aanmoedigen bij het verbeteren van zichzelf, in plaats van de vergelijking met collega’s te maken.

2Richt je niet op presteren, maar op leren. Wie primair let op prestaties, ervaart de successen van een ander als vervelend. Wie echter focust op leren, stelt zichzelf eerder de vraag: wat kan ik opsteken van de aanpak van die ander? Dat is niet alleen psychologisch gezonder, maar leidt op den duur ook nog eens tot betere resultaten. Voor management betekent dit bijvoorbeeld dat het slimmer is om leerdoelen dan prestatiedoelen te formuleren.

Zo moet een zelfstandige auteur niet zeggen: het wordt nu echt tijd voor een nieuwe bestseller, maar: dit jaar wil ik nog beter leren om stukken te schrijven waar lezers echt iets aan hebben. Dan komt die bestseller – hopelijk – vanzelf en durf je daarna ook gewoon weer de boekhandel in. Althans, voor een tijdje.