De mannen die Imtech gingen redden

Een groepje vermogende mannen heeft geprobeerd Imtech over te nemen. Het geld bij elkaar krijgen was het probleem niet. De banken meekrijgen wel.

Een groep investeerders heeft geprobeerd Imtech over te nemen. Onder hen (van links naar rechts) Rolly van Rappard (CVC), Volkert Doeksen (Alpinvest), Harold Goddijn (TomTom) en Peter Visser (Egeria). Illustratie Roel Venderbosch Illustratie Roel Venderbosch

De topman van een goedlopend bedrijf kan zich denkwerk veroorloven. Hij heeft tijd om te broeden op meerjarenprognoses, businessplannen en marktrapportages. Hij laat strategic outlooks opstellen, SWOT-analyses, back in shape-programma’s. Hij kijkt vooruit, wikt, weegt, neemt voorzorgsmaatregelen.

De topman van een bedrijf in nood heeft die luxe niet. Die moet achter elkaar het ene na het andere reddingsplan in elkaar timmeren. Hij ziet anderen de leiding van z’n bedrijf overnemen, hij wordt afhankelijk van de grillen van aandeelhouders, financiers, nieuwsberichten. Geen uitgedachte plannen, maar ongrijpbare zaken als sfeer en vermoeidheid gaan de toekomst bepalen. Of er nog toevallig een koper langs komt, of iemand nog ergens geloof in heeft. Elke dag kan alles volstrekt anders zijn.

Zo gaan de laatste dagen van Imtech-topman Gerard van de Aast. Plannen komen, plannen gaan, maar de redding blijft uit. Een overzicht.

Plan 1: woensdag 5 augustus

Er moet een noodplan komen. De banken geven Imtech geen noodkrediet en Imtech Duitsland, het grootste dochterbedrijf, kan elk moment failliet gaan. Dat noodplan is een ‘pre-pack’, een faillissement direct gevolgd door overname door een nieuwe eigenaar. Alleen met een pre-pack maakt Imtech nog kans om – enigszins – als één bedrijf door te gaan.

In hoog tempo wordt dit noodplan woensdag uitgewerkt. De rechtbank Rotterdam benoemt twee stille bewindvoerders, die nodig zijn voor die pre-pack. Nu nog een koper. De top van Imtech gaat op zoek, onder begeleiding van hun adviseurs van Goldman Sachs. Ze benaderen grote investeringsmaatschappijen als CVC Capital Partners, Bain Capital en het Nederlandse HAL Investments. Willen zij Imtech – na faillissement van het moederbedrijf – misschien overnemen? Schuldenvrij! Tegen elk aannemelijk bod.

Maar deze grote, institutionele partijen durven het niet aan. Wie investeert met pensioengeld, moet wel gedegen boekenonderzoek doen. Zeker als een bedrijf door fraude is neergehaald. Daar is geen tijd voor. Het risico is te groot, wordt op donderdag duidelijk.

Maar het laat Rolly van Rappard, mede-oprichter van CVC, niet los. Het risico is dan misschien te groot voor partijen die investeren met geld van anderen. Maar het staat mensen wel vrij om een gok te wagen met eigen geld – als ze daar tenminste genoeg van hebben.

Plan 2: vrijdag 7 augustus

Die vrijdag maakt Van Rappard een belrondje. Op het lijstje staan onder meer Volkert Doeksen, mede-oprichter van investeringsfonds AlpInvest, Peter Visser, oprichter bij investeringsfonds Egeria, Harold Goddijn, oprichter van kaartenmaker TomTom en de familie Pon, eigenaar van auto-importeur Pon Holdings. Aan het einde van de dag heeft hij een clubje mensen en partijen bij elkaar dat samen 150 miljoen euro op kan brengen.

Ja, het risico is groot. Maar Imtech redden – en daarmee een mooie Nederlandse multinational en duizenden banen – is aanlokkelijk. De vader van Doeksen was ooit bestuursvoorzitter van Internatio-Müller, de voorloper van Imtech, hij is ermee opgegroeid. Bovendien kán het een lucratieve investering zijn. „Het was niet helemaal altruïstisch”, zegt een betrokkene. Als Imtech onder hun hoede overleeft, kunnen ze het bedrijf later met forse winst verkopen.

Het geld is het probleem niet. Moeilijker is iemand vinden die de leiding neemt binnen het ad hoc bij elkaar gebelde groepje. „Iemand moest het front zijn”, zegt een betrokkene. Peter Visser werpt zich al snel op. Egeria heeft een geschikt vehikel, een long hold portefeuille. Daar zit geld in van een kleinere groep investeerders, met wie snel te overleggen valt.

Zaterdagochtend melden een paar leden van het clubje investeerders zich bij advocatenkantoor De Brauw op de Zuidas, de huisadvocaat van Imtech. Anderen bellen in of sturen iemand. Bij De Brauw heeft Imtech de weken daarvoor permanent met zijn veertig financiers onderhandeld over noodkrediet. Imtech op de tiende verdieping, de banken op de elfde.

Een faillissement is sinds woensdag onvermijdelijk, dat weet iedereen. Het doel is nu Imtech zo ‘heel’ mogelijk te houden: alle bedrijfsonderdelen na faillissement van het moederbedrijf, hup, in een keer naar een koper. Dat is precies wat het groepje investeerders voor ogen heeft.

Die zaterdag geven de directeuren van de zes Imtech-divisies achter elkaar een presentatie bij De Brauw. Wat doet hun tak precies? Hoe groot zijn de problemen? Hoeveel geld is er nodig om die op te lossen? Het is voor de directeuren de ultieme kans hun divisie veilig te stellen.

Buiten de grote zalen is het een gekrioel van mensen in de gangen, kamertjes en ruimtes op de twee speciaal gereserveerde verdiepingen. De top van Imtech loopt rond, de pas aangewezen stille bewindvoerders, een troep advocaten en Imtechs veertig financiers: bankiers, garantieverstrekkers en obligatiehouders.

In die kluwen mensen moeten de investeerders de juiste poppetjes zien te vinden en overtuigen. Ze moeten de financiers verleiden de aandelen Imtech te verkopen – die zijn immers van hen als moederbedrijf Imtech failliet gaat. Imtech zelf heeft weinig meer over zijn lot te zeggen. Na een nacht doorwerken, ligt er op zondag een bod. Het groepje wil Imtech min of meer in z’n geheel overnemen. Alleen het al failliete Imtech Duitsland gaat niet mee en het moederbedrijf Imtech. Daar blijven de schulden achter.

Het bod ziet er zo uit: de investeerders betalen 100 miljoen euro voor de aandelen Imtech. Daarnaast zijn ze bereid eventuele nieuwe verliezen van de banken tot 50 miljoen euro te garanderen. De banken moeten 200 miljoen euro voor Imtech beschikbaar stellen. Niet in de vorm van een permanente lening, maar een ‘kredietlijn’, om de bedrijfsvoering mee te financieren. Dat is ruim voldoende voor het nieuwe Imtech, denken de investeerders.

De banken denken daar anders over. Weer 200 miljoen euro naar Imtech? Het stuit op diepe weerzin. De banken hébben er al 700 miljoen euro in zitten, dat geld zijn ze sowieso kwijt. Ze zijn ook bang dat het niet genoeg is, dat er straks weer geld bij moet. Een betrokkene: „De banken dachten: als er tegenvallers zijn, staat Rolly voor de deur.” Een ding is duidelijk voor de banken: het clubje stopt er zeker niet te véél geld in. „Ze willen best wat doen voor de BV Nederland, maar ook geld verdienen.” Ook vinden de financiers, die de opbrengst met z’n veertigen moeten delen, het bod van 100 miljoen euro te laag.

Na een paar uur is al duidelijk dat het zo niet gaat lukken.

Plan 3: zondag 9 augustus

Het groepje investeerders geeft niet op. Zondagnacht werken ze aan een nieuw, aantrekkelijker bod. De prijs gaat omhoog. Het bedrag dat de banken erin moeten steken, gaat omlaag. Dit is de allerlaatste kans. Imtechs geld is zo goed als op. De bedrijfstop kan niet langer wachten met uitstel van betaling aanvragen. Als dit plan niet lukt, is het afgelopen.

Zondagnacht nog ligt er een nieuw bod. Nu krijgen de banken 150 miljoen euro voor hun aandelen. Ze moeten alleen wel geduld hebben: ze krijgen dat geld pas na drie jaar. Gunstig is dat ze er minder geld in hoeven te steken. De investeerders storten 100 miljoen euro vers geld in Imtech. De banken moeten een kredietlijn van 50 miljoen euro ter beschikking stellen. Zelf doen de investeerders dat ook. Helemaal zonder de banken willen de investeerders het niet doen – anders is het voor de buitenwereld niet geloofwaardig. Geld van de banken straalt vertrouwen uit naar leveranciers en klanten.

Ook in dit plan zou Imtech grotendeels als geheel overeind blijven. Alleen het verliesgevende Nederlandse onderdeel Building Services is nu ook afgevallen. Maar nog steeds zouden 16.000 van de 22.000 Imtech-werknemers hun baan houden, schatten de investeerders.

Maandag zet het clubje alles op alles. Kan Den Haag niet helpen? Het ministerie van Economische Zaken stuurt een paar hoge ambtenaren. Eventueel kunnen ze garant staan voor een deel van de bankkredieten. Het helpt niet. Ook telefoontjes naar de hoogste niveaus van de banken halen niks uit. Ze willen geen nieuw geld in Imtech steken. En die 150 miljoen euro over drie jaar vinden ze ook niet aantrekkelijk. „Dat is hope value”, zegt een betrokkene. „Een loterij. Je kunt alleen maar hopen dat er wat uitkomt.”

Bovendien is er nog een andere optie. Niet zo’n leuke optie voor Imtech, maar dat doet er allang niet meer toe. Die optie is het grootste en meest winstgevende onderdeel van Imtech te verkopen, Imtech Nordic, de Scandinavische tak. Daar denken de banken alleen al 130 miljoen euro voor te kunnen krijgen. Daarmee blijven weliswaar bijna zeker minder banen behouden, maar wéér nieuw geld naar Imtech, dat vinden de banken een te groot risico.

Ook dit noodplan mislukt. De miljoenen van de investeerders, de onderbroken vakanties, de goede wil – het is niet genoeg. De sfeer is te „verhard” om de afstand te overbruggen, zegt een betrokkene. „Verziekt”, zegt een ander. Het zijn dingen die in geen enkele meerjarenprognose voorspeld zijn, maar nu wel de doorslag geven. Het geloof in één groot Imtech is weg. Maandagavond geeft iedereen het op. De reacties: „ongeloof”, „ontgoocheling”, „teleurstelling”, dat het stukloopt op die laatste 50 miljoen.

Huisbankiers ABN Amro en Rabobank willen niet reageren, ING laat weten dat alle scenario’s „op hun merites” zijn beoordeeld en dat ook de werkgelegenheid daarbij „een belangrijke factor” was.

De volgende ochtend vraagt de top van Imtech uitstel van betaling aan. Twee dagen later is het bedrijf failliet.