De krant had Medialogica wel te woord moeten staan

In het stadhuis van Leiden, waar ik woensdag een kijkje ging nemen, was de stemming opperbest. De raadszaal lag er zonnig bij. In het voorbijgaan hoorde ik een ambtenaar de mooie stadsbeelden prijzen die de vorige avond op televisie te zien waren geweest.

Op de redactie van NRC Handelsblad, in Amsterdam, was de stemming minder opgetogen. Alweer ophef over de krant. Het programma Argos TV-Medialogica had de avond tevoren, in De jacht op Benno L, bericht dat NRC Media een schikking had getroffen met pedoseksueel Benno L., van wie de krant vorig jaar door een blunder zijn woonplaats had onthuld.

Die uitzending maakte veel mediarumoer los. NRC schikt met zedendelinquent kopte de Volkskrant, kennelijk al ingelicht, voorafgaand aan de uitzending. In de uitzending nam Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque de gelegenheid te baat om uit te leggen, waarom zijn krant het verhaal, aangeboden door twee freelance journalisten, had afgewezen.

De hoofdredactie van NRC Handelsblad daarentegen wilde in de uitzending geen commentaar geven, maar volstond met een schriftelijke verklaring: „Alles wat we over de zaak te zeggen hebben, stond in de krant.” Met een verwijzing naar „met name” de rubriek die ik destijds over de zaak schreef (Kon de krant niet eerst even tot tien tellen? 22 februari 2014).

Maar ja, geen commentaar geven heeft een prijs – zoals journalisten maar al te goed weten. In een oogwenk gonsde het van de geruchten dat de zedendelinquent veel geld, misschien wel tienduizenden euro’s, van de krant had gekregen. De VVD-fractie in de Leidse gemeenteraad stelde vragen over mogelijke „bijstandsfraude” als de vergoeding voor Benno L. niet was verrekend met zijn uitkering.

En dan moet je natuurlijk alsnog overstag. Dus maakte de krant woensdag bekend waar het om ging: 750 euro schadevergoeding voor „materiële schade”. Ter vergelijking: de pedoseksueel Sytze van der V. kreeg bij de rechter 4.000 euro toegekend van de gemeente Amersfoort, die zijn woonplaats had bekendgemaakt.

Veel betrokkenen die ik sprak, en lezers die mij op hun beurt aanspraken, verbazen zich er hogelijk over dat de krant niet aan die uitzending had willen meewerken. Want kan een nieuwsmedium dat met een verwijzing naar het publiek belang voortdurend anderen de maat neemt, zelf nul op het rekest geven als er een keer pijnlijke vragen langskomen?

Nee, dat kan niet. Met die kritiek ben ik het eens.

Maar er was toch al het oordeel van de ombudsman?

Ja, maar een rubriek van een ombudsman, een persoonlijk oordeel achteraf, is geen vervanging voor hoofdredactionele verantwoording naar buiten. De krant onderschreef mijn bevindingen – en de hoofdredactie had zich al gedistantieerd van de berichtgeving – maar dan nog. Lastige vragen uit de weg gaan is nooit goed. Het zwijgen wringt temeer daar de hoofdredacteur waarschijnlijk al vaker op tv te zien is geweest dan al zijn voorgangers samen.

De krant had bijvoorbeeld kunnen uitleggen welke maatregelen na het incident zijn genomen om herhaling te voorkomen. En wie weet was de bekendmaking van die 750 euro in de uitzending een anticlimax geweest. Een nette krant betaalt na zo’n fout schadevergoeding – wat is daar mis mee?

Je kunt je daarom ook afvragen waarom de schadevergoeding (die er, voor de goede orde, nog niet was toen ik destijds mijn rubriek schreef) niet toen al is bekendgemaakt. Het zou ook niet voor het eerst zijn: een studente van wie in 2012 een foto werd geplaatst bij een artikel over ‘comazuipen’, werd ook schadeloos gesteld.

Overigens, vraagt een lezer me, waarom zat u dan niet in de uitzending? Mocht dat niet? Jawel, maar dit is een principieel punt: een ombudsman is een brug tussen lezers en nieuwsmedium, geen woordvoerder of voorlichter van de hoofdredactie. Het verantwoorden van redactionele beslissingen en beleid is een taak van de leiding van de krant. Die is dat niet verplicht – zoals burgers niet verplicht zijn de krant te woord te staan – maar verstandig is het wel. Zeker voor een krant die zich laat voorstaan op onderzoeksjournalistiek en controle van de macht.

Nog een kleine aanvulling bij de uitzending. De gemeente Leiden, waar de freelancers hun nieuws hadden bevestigd, legde zich die vrijdagavond bij de naderende publicatie neer. Als er zoveel feiten uitgelekt zijn, kun je beter „direct de openbaarheid zoeken”, zegt de burgemeester. Inderdaad.

Dat is meteen het antwoord op een andere vraag die de makers niet expliciet stellen: waarom heeft de burgemeester de krant die avond niet zelf gebeld om duidelijk te maken dat de gemeente dit eigenlijk helemaal niet uit eigen beweging bekend wilde maken? Dat misverstand leefde bij de redactie.

Ongetwijfeld was de overweging dat als het stuk nu niet in NRC zou komen, de freelancers hun primeur meteen elders zouden verkopen; dán maar liever in NRC.

Dat pleit de redactie niet vrij, integendeel, het laat zien dat de gemeente bewuster een afweging maakte dan de krant. Medialogica werkt niet alleen bij media.