Allemaal kijken

S. Montag

Alle ellende op de wereld wordt veroorzaakt doordat de mens niet in staat is, rustig in een kamer te blijven zitten. Dat is vastgesteld door de Franse denker, natuurkundige en universeel genie Blaise Pascal (1623-1662). Een belangrijke ontdekking die nog altijd haar geldigheid niet heeft verloren.

We mogen blij zijn dat Pascal zich sober en nauwkeurig heeft uitgedrukt, maar al eeuwen voor hem was deze ellende aan de orde van de dag. Schiet mij zijn uitspraak weer eens te binnen, dan denk ik ook even aan een tekening in The New Yorker van tientallen jaren geleden. Je ziet het Colosseum, een lange rij Romeinen en boven de ingang een bord met het opschrift: ‘Tien leeuwen en honderd christenen’.

Het was in de tijd dat de gelovigen tot vermaak van de massa voor de leeuwen werden gegooid. Verder vochten er gladiatoren op leven en dood en werden er zeeslagen nagespeeld waarbij ook niet op een mensenleven werd gekeken. Allemaal op z’n minst zeven eeuwen voor Pascal.

Het volk moet vermaakt worden. Brood en spelen, dat is ook een wijsheid uit de Oudheid, Panem et circenses. Maar op wat voor manier? Is er ooit een geschiedenis van het moderne vermaak geschreven? Waarschijnlijk wel van het voetbal, de omvangrijkste, niets producerende industrie ter wereld en uit de geschiedenis. En dan heb je die andere sporten die ook een reusachtige bedrijvigheid veroorzaken. Ontneem de mens het voetbal en je kunt niet meer voor de wereldvrede instaan. Ontneem hem al zijn sporten en de hele planeet loopt gevaar.

Maar dit bedoel ik niet. De eerste reden waarom mensen naar een wedstrijd gaan kijken is, dat ze zich dan met een partij identificeren. Het Ajacied of Spartaan zijn is deel van je persoon geworden. Dat kan dan ver gaan en zo krijg je de risicowedstrijden en de voetbalrellen. Een hooligan is iemand die prooi is geworden van een overidentificatie.

Heel anders is het met de bezienswaardigheid. Er zijn mensen die naar Parijs gaan uitsluitend om de Mona Lisa te zien. Een mooi schilderij, maar vrij klein en zo uitzonderlijk is het ook weer niet. Maar het is de Mona Lisa, een absoluut toppunt van bezienswaardigheid. De Nachtwacht en De aardappeleters hebben die eigenschap ook. Waardoor? Het zijn meesterwerken van beroemde kunstenaars, maar als je ze gezien hebt, is dan je gevoel van eigenwaarde of je kunstkennerschap vergroot? Dat is een persoonlijke kwestie.

Een paar dagen geleden probeerde ik aan de halte Beethovenstraat in lijn 5 of 24 richting station te stappen. Stampvol. Ik liet er een voorbijgaan en probeerde de volgende. Ook stampvol. Vooruit maar. Het waren allemaal mensen op weg naar Sail, waar ze zich bij het IJ gingen vergapen of verzadigen aan de aanblik van de tall ships.

Want het is weer zo ver. In Amsterdam heeft zich het grootste aantal grote zeilschepen verzameld en dat wil iedereen zien. Er worden deze keer tegen de twee miljoen bezoekers verwacht. Ja, zo’n groot oud zeilschip heeft een indrukwekkende aanblik. Maar tientallen van die boten waar je dan met z’n honderdduizenden naar gaat kijken, is dat niet wat veel?

Nee. In deze tijd zijn we getroffen door wat de Duitse fenomenoloog Philipp Lersch indertijd het Nicht-genug-kriegen-können heeft genoemd. En dat is wat onze eigentijdse bezienswaardigheden, sport, fameuze kunstwerken, oude zeilschepen doen: ze brengen het publiek aan het vergapen, en dit vergapen op zichzelf is een collectieve lustbeleving.

Een paar weken geleden zou er een nieuwe brug in Alphen aan de Rijn worden geplaatst. De operatie mislukte, het hele gevaarte stortte voor de cameralenzen van de televisie in elkaar. Alleen een hond overleefde het drama niet. Hoeveel keer ik die bezwijkende stellages op de televisie gezien heb, weet ik niet. Maar in Alphen was het de dagen daarop bijzonder druk. Ramptoerisme.