Stap jij straks in een zelfrijdende Uber-Tesla-taxi?

beeld NRCQ

Als je niet zo hecht aan je auto, is het een aantrekkelijk toekomstperspectief. Op het moment dat je een lift nodig hebt, druk je op een knop in een app, en er komt direct een zelfrijdende taxi voorgereden die je naar je bestemming brengt. Wie heeft er dan nog een eigen auto nodig? Autobezit kan omlaag, het aantal lelijke parkeerplaatsen en -garages ook, en het is beter voor het milieu.

Die toekomstvisie krijgt de afgelopen week veel aandacht. De aanleiding? Een juichend analistenrapport van zakenbank Morgan Stanley over Tesla. Die autofabrikant is volgens de bank ‘uniek gepositioneerd’ om een machtige speler te worden in deze nieuwe manier van zelfrijdende auto’s aanbieden, via een Uber-achtige app. Dan zouden fabrikanten auto’s per kilometer kunnen afrekenen in plaats van ze in op de oude manier te verkopen.

Dat juichende rapport heeft direct effect op de al een tijdje kwakkelende koers van Tesla:

Ligt het voor de hand dat Tesla hiervoor de concurrentie met Uber aangaat, of gaan de twee juist samen optrekken? Ze werken op andere gebieden namelijk al samen, maar over de toekomstplannen laat Tesla-topman Elon Musk niets los. Op een vraag van een analist onlangs of hij niet met Uber moest samenwerken met zelfrijdende auto’s, zei hij na een lange stilte: “Laat ik daar maar geen antwoord op geven”.

Sowieso moet er nog wel wat gebeuren voordat al deze dromen uitkomen.

1. De technologie is nog niet klaar

Zelfrijdende auto’s zijn nog niet klaar om in alle omstandigheden veilig rond te rijden zonder bestuurder. Op rechte snelwegen is dat aanmerkelijk simpeler dan in drukke binnensteden.

De voorspellingen over wanneer ze klaar zijn voor de grote doorbraak lopen uiteen. Tesla denkt dat het al in 2018 kan, Google denkt 2020, Ford houdt het op 2025. Onlangs schatte McKinsey dat de transitie naar zelfrijdende auto’s pas voltooid is rond 2050. Tegen die tijd kunnen we dan wel met 75 procent minder auto’s toe, denkt het adviesbureau.

2. De wet moet worden aangepast

Wetgevers zullen hun nek moeten uitsteken, want als het misgaat met een zelfrijdende auto op de openbare weg, zullen zij daar op worden aangekeken. Verkeersminister Melanie Schultz Van Haegen (VVD) profileert zichzelf graag als voortrekker van zelfrijdende auto’s, en wil Nederland een gidsrol laten spelen in deze technologie. Er wordt in Nederland al geëxperimenteerd met deels autonome vrachtwagens bijvoorbeeld.

Maar de problemen die Uber in veel landen heeft met wetgevers laten zien dat het niet altijd even makkelijk is om de wet aan te passen aan de nieuwste mogelijkheden.

3. Je moet het wel durven

Ook het gedrag van consumenten moet veranderen. Misschien vinden mensen autorijden en zelf een auto bezitten wel veel leuker en belangrijker dan de technologiebedrijven hopen. Bovendien, je moet het ook nog maar durven: instappen in zo’n zelfrijdende auto.

Al is het de vraag hoe groot dat obstakel werkelijk is. Googles experimenten laten zien dat zelfrijdende auto’s minder ongelukken veroorzaken dan auto’s die door mensen worden bestuurd: vrijwel geen. En instappen in een lift zonder liftbediende of een vliegtuig dat grotendeels op de automatische piloot vliegt, is tegenwoordig toch ook niet meer heel gek.