Column

Saai Sail

Mooi schip, die Esmeralda, helemaal geschilderd in het wit van de onschuld. Er stond gistermorgen om elf uur een rij van minstens honderd Sail-bezoekers te wachten om het schip op te gaan. De gelukkigen die het dek al bereikt hadden, fotografeerden en filmden naar hartelust.

Toch jammer. Een publieksboycot van dit Chileense schip waarop in de jaren zeventig gemarteld werd, zou een indrukwekkend gebaar zijn geweest, zeker voor de Braziliaan Maeth Boff, overlevende van de martelingen, die woensdag met tientallen andere Chilenen bij het schip demonstreerde.

Op de kade stond nu een bord met een royale toelichting over het schip, maar iedere verwijzing naar die treurige periode ontbrak. In de Volkskrant van die morgen las ik dat Sail-woordvoerder Jan Driessen tegen de demonstranten had gezegd: „Moeten we Auschwitz dan ook sluiten?” Een demonstrant had geantwoord: „In Auschwitz krijgen bezoekers te horen wat er gebeurd is.”

Driessen kan gerust zijn: Sail zal er geen bezoeker minder door trekken. De organisatie hoopt de 1,7 miljoen van de vorige keer op te trekken naar 2 miljoen. Waarom eigenlijk? Wie wordt daar gelukkiger van, behalve de organisatie en wat sponsoren? Het leek donderdag al druk genoeg: de mensen golfden in de ochtend bij tienduizenden naar de opgehaalde Jan Schaeferbrug.

Op woensdag nam ik wat noordelijker, bij het Paleis van Justitie, een kijkje bij de intocht van de schepen. Eerst had ik thuis op de tv een uurtje gekeken. Dat leverde zulke fraaie plaatjes op dat de werkelijkheid op het water me nogal tegenviel. Op de tv kon je genieten van de beeldwisselingen en het deskundige commentaar, maar aan de kade verstreken de minuten aanzienlijk trager door de ruimte tussen de schepen.

Ik vond het, oneerbiedig gezegd, nogal saai, zowel de intocht als de gang langs de boten aan de kade. Waarom lopen twee miljoen mensen elkaar in de hitte te verdringen om dat te zien? Of zou het komen omdat ik geen verstand van boten heb, waardoor ik al snel het gevoel krijg dat ze nogal op elkaar lijken? Eén boot vind ik mooi, tien aardig, maar vijftig slaapverwekkend.

Misschien moet ik het vergelijken met de eerste keer dat ik het tennistoernooi van Wimbledon bezocht - in de jaren zeventig. Ik was toen al een tennisliefhebber en liep met open mond langs al die tientallen banen waar op enkele meters van je vandaan de grootste talenten van de wereld stonden te hijgen en te zweten. Daar had je John McEnroe en zijn grote rivaal Jimmy Connors, een baan verder stond Ilie Nastase een onbekende tegenstander af te drogen, terwijl een 17-jarige Zweed, Björn Borg geheten, zich door gillende fans een weg baande naar baan zoveel om zijn eerste partij te spelen. Kortom, een Walhalla voor de liefhebber.

Met dezelfde overgave zag ik sommige mensen naar Sail kijken. Bijvoorbeeld die oudere mevrouw bij het Paleis van Justitie die een plattegrond uit Het Parool voor zich hield en de namen van de schepen hardop las. „Dat is toch de Europa?” wees ze naar een schip. „Nee”, zei een man naast haar, „die is al voorbij.” Ze keek hem ontzet aan: „Volgens het programma niet.”

De ware fijnproever. Ik voelde me buitengesloten, voor mij was dit kijkgenot niet bestemd. En die andere twee miljoen mensen – ook allemaal fijnproevers? Nee, die komen voor een gezellig uitje onder de hete zon. Sail = Koningsdag + Gay Pride.