Reeks devaluaties na val van yuan

Niet alleen China zit in de problemen. Van Azië tot Zuid-Amerika is de stemming slecht. Kapitaal vloeit snel weg.

Foto Xaume Olleros / Bloomberg

Niet alleen China laat zijn munt in waarde dalen. Na de devaluatie van de yuan, vorige week, volgde deze week een hele reeks koersdalingen van munten, in zowel Azië als daarbuiten. Vietnam devalueerde de dong voor de derde keer op rij. Kazachstan liet zijn tenge vrijer bewegen, wat een koersval van 32 procent opleverde. De Mexicaanse peso dook tot het allerlaagste niveau ten opzichte van de dollar ooit. De Turkse lira, de Russische roebel, de Zuid-Afrikaanse rand – allemaal daalden ze.

Intussen stroomt steeds meer kapitaal weg uit deze ‘opkomende markten’, niet-westerse landen met economisch potentieel. Uit gegevens van NN Investment Partners, de beleggingstak van verzekeraar NN, blijkt dat sinds vorig jaar zomer bijna 1.000 miljard dollar is weggevloeid uit de negentien grootste opkomende landen. Afgelopen maand haalden beleggers er 106 miljard dollar weg. De kapitaalvlucht van 2014-2015 is al bijna twee keer zo groot als die tijdens de financiële crisis van 2008-2009, aldus de Financial Times die eerder over het NN-onderzoek schreef.

De devaluaties en het wegvloeien van kapitaal versterken elkaar, zegt Maarten-Jan Bakkum, specialist Emerging Markets van NN, aan de telefoon. Beide trends vinden hun oorsprong in de economische problemen in de opkomende landen. „Als groeiverwachtingen steeds slechter worden, is voor beleggers de blootstelling aan risico’s op een gegeven moment niet meer aantrekkelijk.” Aandelen en obligaties worden verkocht, kapitaal trekt weg. En omdat de beleggingen vaak in de nationale munt zijn genoteerd, is er ook minder vraag naar de munt. De munt daalt in waarde. „En dat betekent weer dat lokale investeringen minder waard worden, waarna nog meer beleggers hun geld weghalen”, zegt Bakkum.

China raakt alles

Veel is terug te voeren op China, dé opkomende markt van de laatste jaren. De groei in China neemt al jaren af. Lag het groeicijfer in 2010 nog boven de 10 procent, voor dit jaar voorspelt de regering 7 procent. Maar de grote recente beursverliezen in China laten zien dat beleggers ervan uitgaan dat het nog slechter zal gaan.

Dat laat zich voelen in andere opkomende economieën, bijvoorbeeld in Latijns-Amerikaanse landen die veel grondstoffen naar China exporteren. „Voor veel opkomende landen is China de belangrijkste handelspartner. Denk ook aan landen als Korea en Maleisië en hun export naar China”, zegt Bakkum. „Die onderlinge handel was eigenlijk het succesverhaal van de opkomende markten, maar nu keert het zich tegen hen”. Tel daar lokale omstandigheden bovenop – de lage olieprijs voor Rusland, politieke instabiliteit in Turkije – en het beeld van de ‘opkomende’ landen is niet erg gunstig. Zelfs India, dat nu sneller groeit dan China, moet waarschijnlijk de verwachtingen temperen.

De negatieve spiraal gaat verder. Kapitaalvlucht en devaluaties zijn niet alleen een gevolg van economische problemen, ze kunnen die ook verder versterken. „Import wordt duurder, er is minder liquiditeit dus lenen wordt duurder”, zegt Bakkum. Een goedkope munt is wel gunstig voor de uitvoer: exportproducten worden voor buitenlandse afnemers goedkoper. Niet voor niets zeggen sommige analisten dat de recente devaluaties een valuta-oorlog zijn. Bakkum merkt op dat er „wel vraag naar export moet zijn”. Het probleem is nu juist dat deze vraag wereldwijd zwak is.

Belggen in VS aantrekkelijker

De kapitaalvlucht kan nog verder toenemen als de Amerikaanse Fed de rente verhoogt bij een vergadering in september, of pas later, in december. Lang was de rente in de Verenigde Staten zo laag (tussen de 0 en 0,25 procent) dat beleggingen er relatief slecht rendeerden. Wie rendement wilde, verplaatste zijn geld naar pakweg Taiwan of Indonesië. Maar als die rente dit jaar weer hoger wordt – iets wat de meeste analisten verwachten – wordt beleggen in de VS weer aantrekkelijker. De dollar zal dan sterker worden – ten opzichte van de euro, maar ook ten opzichte van de yuan, de roepie, de peso en de tenge.