Leven alsof elke dag je laatste is

In plaats van onze sterfelijkheid te vermijden kunnen we de dood ook gebruiken om vrijer en gelukkiger te worden, schrijft Lammert Kamphuis.

Illustratie Enkeling Illustratie Enkeling

Wanneer ik filosofische workshops geef, confronteer ik deelnemers graag met een dilemma. Een van die dilemma’s draait om de vraag welke levenshouding je meer geluk oplevert: leven alsof elke dag je eerste is of leven alsof elke dag je laatste is? De meerderheid kiest voor leven alsof elke dag je eerste is. Een belangrijke reden die voor deze keuze word gegeven, is dat leven alsof elke dag je laatste is ons te veel aan de dood herinnert. En daar denken we liever niet aan, omdat zij de sfeer zo verpest. Maar dat zou weleens een grote vergissing kunnen zijn. Volgens veel filosofen kunnen we de zekerheid van de dood ook gebruiken om ons leven vandaag zo intens en zo mooi mogelijk te leven; de dood als sfeerverhogend onderwerp.

Een paar jaar geleden maakte ik een reis door India en verbleef een tijd in de stad Varanassi. In deze stad verbranden mensen hun overleden geliefden bij de rivier de Ganges. Toen ik van een afstandje naar een crematie keek, raakte ik in gesprek met een Indiase vrouw. Ik vertelde haar dat het mij opviel dat de dood hier zo’n natuurlijke plek in het alledaagse leven inneemt. Verbrandingen als deze vinden plaats op de meest centrale plekken. De Indiase vrouw hield mij een spiegel voor: „Jullie in het Westen schrikken elke keer weer extreem wanneer er iemand sterft. Terwijl het de enige zekerheid is in het leven. Je kunt je er dus maar beter mee verzoenen.”

Toen ze dit zei, kwam de gedachte bij mij op dat wij in het Westen inderdaad de dood als onze grootste vijand beschouwen. En zo begon mijn zoektocht naar welke plek we de dood het beste kunnen geven in ons leven. Ik realiseerde me dat we meer en meer leven in een ‘anti-age’ cultuur waarin niet alleen de crèmes tegen veroudering zijn, maar onze hele levenshouding. In plaats van ons met de dood te verzoenen, zijn we haar aan het bestrijden dan wel vermijden.

De strijd spatte enkele jaren geleden van de cover van TIME Magazine af met de tekst ‘Can Google Solve Death?’. En in de serie De volmaakte mens legde biogerontoloog Aubrey de Grey uit dat veroudering een ziekte is, die binnen afzienbare tijd met medicijnen te bestrijden zou zijn.

De dood is onze grootste vijand geworden

En als de dood niet bestreden wordt, dan wordt ze wel vermeden. Zo zijn begraafplaatsen en crematoria steeds verder buiten de stad komen te liggen en zorgen de hoge bomen en heggen ervoor dat we er niet mee geconfronteerd hoeven te worden. Dit is ook precies wat de boeddhistische bestsellerauteur Sogyal Rinpoche beschrijft in Het Tibetaanse boek van leven en sterven: „Toen ik voor het eerst naar het Westen kwam, was ik geschokt door het verschil in houding ten opzichte van de dood. Het werd me duidelijk dat mensen tegenwoordig geleerd wordt de dood te ontkennen.” Je zou kunnen zeggen dat de Indiase vrouw met wie ik jaren geleden sprak de vinger op de zere plek legde: de dood is onze grootste vijand geworden.

In de geschiedenis van de filosofie komt met grote regelmaat een ander geluid naar voren. De stoïcijnen adviseren ons bijvoorbeeld om een heel andere verhouding met de dood aan te gaan door haar iedere dag voor ogen te houden. „Leef elke dag alsof het je laatste is”, aldus Epictetus.

Het idee hierachter is dat het besef dat ons leven gaat eindigen, ons helpt in te zien wat belangrijk is en wat niet. Soms, als ik over een begraafplaats wandel, zie ik opeens heel scherp in wat er wel en niet toe doet in mijn leven. Geconfronteerd met het levenseinde realiseer ik me hoe ik wil leven. Ik kan daardoor ook betere keuzes maken. Bronnie Ware, een verpleegkundige in de palliatieve zorg, schreef een boek over deze uitwerking die de dood op ons heeft. Tijdens het verzorgen van mensen op hun sterfbed ontdekte ze dat veel van haar patiënten zich realiseerden wat wel en geen betekenis aan hun leven had gegeven. Ware stelde een top vijf op van keuzes waar ze het meeste last van hadden. Haar boek heeft het karakter van de levenslessen die we krijgen toegefluisterd door onze geliefden op hun sterfbed: zorg er voor dat jij het anders doet.

Misschien sterven we wel met minder spijt wanneer we gedurende ons leven met enige regelmaat onszelf eraan herinneren dat het ook eens eindigt. Steve Jobs gebruikte deze methode en zei daar over: „Remembering that you are going to die is the best way I know to avoid the trap of thinking you have something to lose. You are already naked. There is no reason not to follow your heart.”

In plaats van de dood te bestrijden of te vermijden, kunnen we onze dood ook gebruiken om vrijer en gelukkiger te worden. Leven alsof elke dag je laatste is, zou weleens de manier kunnen zijn om je dood van een vijand tot je vriend te maken; een vriend die helpt in te zien wat het leven waard maakt om te leven.

Anderzijds begrijp ik de meerderheid die geneigd is om te leven alsof elke dag je eerste is ook goed. Want leven vanuit de verwondering alsof je dingen voor het eerst ziet, geeft het leven zo veel kleur. Dat merk ik bij mijn pas geboren neefjes en nichtjes die met een jaloersmakende nieuwsgierigheid de wereld in kijken. Spinvis zingt daarover: „Erf de ogen van je kind, kijk er door.” Deze verwondering is volgens Plato de oorsprong van alle filosofie. In verwondering bekijken we de wereld alsof we die voor het eerst zien, een wereld waar alle vanzelfsprekendheid vanaf is. Deze ervaring heb ik zelf bijvoorbeeld wanneer ik terugkom van vakantie en opeens schoonheid in de stad zie, die me in de maanden daarvoor niet was opgevallen.

Het zou een interessant experiment zijn om een maand te leven alsof elke dag je laatste is en daarna een maand te leven alsof elke dag je eerste is. Ik ben benieuwd welke van de twee levenshoudingen mij meer geluk oplevert. Ik ga de proef op de som nemen.