Je kunt pas gastvrij zijn als je ‘n deur hebt

Ruim 100.000 vluchtelingen kwamen vorige maand Europa binnen, driemaal meer dan in juli vorig jaar. Vorige week alleen al in Griekenland meer dan 20.000; onder hen 17.000 Syriërs en verder vooral Afghanen en Iraki’s: de meesten zouden dus op politiek asiel mogen rekenen. Met oorlogsgeweld en IS-terreur in het Midden-Oosten en instabiliteit en armoede in Afrika zal de druk op onze buitengrenzen aanhouden. Van de Europese regeringen lijkt de Duitse – in de eurocrisis vaak egoïsme verweten – inzake migratie minder bang voor populistisch sentiment. Berlijn maakte woensdag bekend dat over heel 2015 maar liefst 800.000 asielzoekers worden verwacht: dubbel zoveel als tijdens Balkanoorlogjaar 1992. (Ter vergelijking: Voor Nederland zou dit neerkomen op 170.000 mensen, terwijl zich tot en met juli bij ons 19.000 mensen meldden, dus relatief bijna tienmaal minder.) Volgens verantwoordelijk minister Maizière is het land met deze uitdaging „niet overbelast”; het moet zich instellen op enkele jaren van grote instroom. Een paar dagen eerder zei bondskanselier Merkel op tv dat vluchtelingen een grotere uitdaging zijn dan de eurocrisis; asiel is „het volgende Europese project waar we moeten tonen dat we gezamenlijk kunnen handelen”.

Gezamenlijk handelen vergt een begin van gedeelde analyse. Maar de verschillen in ervaring zijn groot. Frontlijnstaten Italië, Griekenland en Malta kijken gespannen naar bootjes voor hun kust. Hongarije bouwt onder internationale kritiek een hek bij de grens met Servië om de landroute via de Balkan af te snijden. Frankrijk en Groot-Brittannië bakkeleien al weken over een kamp bij Calais; dat gaat ‘slechts’ om 3000 illegalen die het Kanaal over willen, maar tussen Fransen en Britten kan de kleinste schermutseling een psychodrama worden – dit laatste moest gisteren op ministerieel niveau worden bijgelegd. Tsjechië kreeg in juni 105 asielaanvragen te verwerken, de helft uit Oekraïne. In Letland ontstond rumoer na de aankondiging van de regering 200 vluchtelingen op te nemen; „Wij hebben geen ervaring met multiculturalisme”, sprak een leidend Lets politicus in de Sunday Times. Slowakije, dat in een gezamenlijke EU-inspanning ook voor 200 Syriërs tekende, wil „alleen christenen”; volgens een regeringswoordvoerder zouden moslims zich er niet thuis voelen. De Poolse president Duda liet aan Politico weten dat hij liever etnische Polen uit Rusland ziet binnenkomen.

Alle deuren potdicht houden is onmogelijk en in strijd met ons zelfbeeld. Alle poorten openzetten betekent ontwrichting van onze samenlevingen. We zullen dus altijd ergens tussen nul en oneindig uitkomen. Verscheurende keuzes, maar het is beter ze tenminste deels zelf te maken en niet als noodlot over ons heen te laten komen. Migratiepolitiek, anders gezegd, begint met grip te krijgen op de zaak. Hoe je het wendt of keert: grip vraagt een gecontroleerde buitengrens. Zelf zo goed mogelijk bepalen wie binnen mag en wie niet. Je kunt pas gastvrij zijn als je een deur hebt. Pas dan kan het democratisch debat beginnen over hoe open of dicht we die willen. Voor Europa, gebouwd op het neerhalen van (binnen)grenzen, is het een mentale omschakeling. In deze crisis daalt langzaam het besef in dat de ene buitengrens een gezamenlijk publiek goed is – de keerzijde van vrij reizen binnen de Unie. Het vertrouwen dat elk land zijn eigen stukje buitengrens bewaakt en vluchtelingen registreert is weg. Vandaar het eerste punt op een Frans-Duits asielplan dat Merkel en Hollande maandag in Berlijn bespreken: het instellen van hot spots, centrale registratiepunten, zodat asielzoekers in Italië of Hongarije niet zomaar op de trein naar het noordwesten worden gezet. Een gezamenlijke grens is niet alleen een hek en prikkeldraad, maar ook een drempel van ontvangst.