Griekse verkiezingen luiden periode van onzekerheid in

Als iedere premier die zijn beloften breekt telkens vervroegde verkiezingen zou uitschrijven of veroorzaken, kon er van regeren weleens weinig terechtkomen. Andreas Papandreou bleef dan ook gewoon zitten als premier van Griekenland toen hij in 1981 aan de macht kwam en besloot dat zijn land niet uit de NAVO zou stappen, in weerwil van wat hij daarover voor de verkiezingen had gezegd.

Maar de kloof die gaapt tussen de verwachtingen die Alexis Tsipras wekte en de realiteit van vandaag, is kennelijk al te breed. En vooral: de oppositie binnen zijn eigen partij Syriza tegen de huidige premier heeft een dusdanige omvang aangenomen dat het twijfelachtig is of hij een vertrouwensvotum in het parlement zou doorstaan.

Dus trad hij gisteravond af en zal Griekenland hoogstwaarschijnlijk voor de tweede maal dit jaar parlementaire verkiezingen beleven.

Tsipras, realistischer geworden naar eigen zeggen, hoopt dat zijn partij, een samenraapsel van dertien linkse groeperingen, versterkt uit deze verkiezingen zal komen. Die hoop is dan vooral gebaseerd op de persoonlijke populariteit waarop de premier, blijkens opiniepeilingen, nog altijd bij de Griekse kiezers kan rekenen. Een bewijs hoezeer charisma een electoraal wapen kan zijn, ook voor de politicus die zoveel blijk heeft gegeven van inhoudelijke inconsistentie. Bijvoorbeeld door na de uitslag van een referendum het omgekeerde te doen van wat hij eerder had gesuggereerd.

Feit is ook dat Syriza in januari weliswaar een eclatante verkiezingswinst boekte, net als in 2012, het was toch niet meer dan 36 procent van de kiezers dat er zijn stem op uitbracht. Zoals het Griekse systeem voorschrijft, kreeg de Syriza als grootste partij een bonus van vijftig zetels. Dat was net niet genoeg voor een absolute meerderheid in het parlement. Het gevolg was dat Tsipras een coalitie aanging met de Onafhankelijke Grieken (ANEL); een partij waarmee hij weinig verwantschap heeft, maar die wel tegen door Europa opgelegde bezuinigingen was en tegen buitenlandse inmenging.

Ondanks de voor hem gunstige peilingen gaat Tsipras een avontuur aan dat zowel voor hem als voor de Europese partners waarmee hij een financieel akkoord heeft gesloten, ongewis is. Syriza krijgt te maken met een afsplitsing die stemmen wil wegkapen. Tsipras zal, als zijn partij weer de grootste wordt maar minder dan 151 zetels verwerft, opnieuw moeten zoeken naar een coalitiepartner.

De verkiezingsstrijd zal leiden tot uitstel van de Griekse hervormingen – aansluitend op een periode die toch al werd gekenmerkt door vertraging bij het nemen van noodzakelijke maatregelen. Een half jaar waarin Griekenland verder op achterstand is gezet en waarin de schuldenlast van dit euroland alleen maar groter is geworden.