Gemankeerde bankier blijft dramatisch vlak

Het is de moeilijkste theatervorm denkbaar: de monoloog. Slechts één acteur op toneel die het publiek blijvend moet boeien, met alleen zijn verschijning, stem en tekst als instrument. Dat vereist spelen op de millimeter: zo gevarieerd mogelijk binnen het grootst denkbare raffinement. Stembuiging, oogopslag – het dramatische gereedschap van de acteur is beperkt en delicaat. Een ijzersterke tekst is dan onontbeerlijk: die vormt de vleugels onder zijn vlucht. In Song from Far Away, een monoloog van Simon Stephens gespeeld door Eelco Smits, is tekst noch spel sterk genoeg om het geheel te doen opstijgen.

Song from Far Away gaat over bankier Willem, die in Amsterdam zijn jongere broer komt begraven. We zien hem een dag voor en een dag na de begrafenis, terwijl hij in zijn hotelkamer brieven voordraagt aan de dode broer. Uit die brieven leren we hem kennen als een emotioneel geblokkeerde man – een keuze die de dramatische mogelijkheden voor Smits nog verder beperkt. Dat wreekt zich: de toon van zijn voordracht wisselt tussen gelaten en cynisch, en muzikaal eindigt vrijwel elke zin met dezelfde noot, in mineur.

Het is Smits en regisseur Ivo van Hove niet gelukt het emotionele landschap onder de blokkade kleur te geven. Dat komt ook omdat de tekst daar nauwelijks toe uitnodigt; korte staccato zinnetjes zijn het, doorspekt met oppervlakkige observaties over Amsterdam, de liefde en familieverhoudingen. Stephens’ schets van een gemankeerd gezin en hun moeizame gezamenlijke rouw is schematisch en soms cliché, met een alcoholistische vader en een zus die enkel kan redderen en opruimen. Als Willem de brieven vanuit zijn raam meegeeft aan de wind, is dat een pathetisch slotbeeld.

Smits is een van de interessantste acteurs van Toneelgroep Amsterdam, en je gunt hem zijn eigen ‘Voix Humaine’. Maar Song from Far Away is dat niet.